Studies lokale besturen

Philippe Ledent en Steven Trypsteen, economen bij ING, hebben verschillende studies uitgevoerd waarin de macro-economische gegevens van gemeenten worden vergeleken.

De verschillen begrijpen om zo een betere toekomst te bouwen

De doelstelling van deze studie is zeker niet om een rangschikking op te stellen van de gemeenten maar wel om aan te geven op welk punt de sociaal-economische evoluties heel uiteenlopend zijn. De aan te reiken antwoorden zijn dan ook eveneens uiteenlopend. Deze studie laat toe om groepen gemeenten te identificeren die met gelijkaardige beperkingen en uitdagingen te maken hebben die waarschijnlijk vragen om gelijkaardige oplossingen, investeringen en beleidslijnen.

4 thema's worden behandeld

Concreet gezien zullen er verschillende aspecten van de sociaaleconomische omstandigheden bestudeerd worden:

  • de evolutie op lange termijn van de bevolking en haar structuur,
  • de evolutie van de inkomens,
  • de evolutieen van de arbeidsmarkt,
  • en de evolutie van de huisvesting.

De evolutie op lange termijn van de bevolking en haar structuur

In het eerste hoofdstuk bestuderen we de demografische evolutie. Deze evolutie wordt ook vergeleken met de evolutie van het inkomen. Dit geeft een eerste idee van de evolutie van de socio-economische omstandigheden van de bevolking.

Onze analyse toont aan dat de steden niet meer succes hebben dan gemeenten: er bestaat geen duidelijk verband tussen de groei van de bevolking en de initiële omvang van een gemeente. Daarentegen is er een vrij duidelijke (en negatieve) band tussen de omvang van de gemeente en de groei van het inkomen van de inwoners. Vandaar dat er, zelfs al is dit resultaat voor interpretatie vatbaar, duidelijk een (negatief!) verband is tussen de omvang van de bevolking van een gemeente en de ongelijkheden op het vlak van inkomen.

De verandering van de bevolkingsstructuur, en de heterogene impact ervan op de gemeenten, houdt het risico in dat bepaalde evoluties die in het verleden zijn waargenomen, zullen worden versterkt, met daarbovenop een nieuwe belangrijke uitdaging.

De gemeenten en de woonproblematiek

Het eerste deel van dit hoofdstuk gaat in op enkele intuïtieve verbanden tussen inkomen en demografie enerzijds, en de vastgoedprijzen anderzijds. In dit deel wordt nagegaan of er een verband bestaat tussen deze variabelen, hoe complex ze zijn en of er op zijn minst ook met andere elementen rekening gehouden moet worden. Daarom wordt in het tweede deel een reeks variabelen gebundeld in een econometrische analyse om hun eventuele invloed op de vastgoedprijzen aan te tonen. In het derde deel ten slotte worden de resultaten van het voorgaande deel geïnterpreteerd met het oog op de toekomst: Wat zijn de gevolgen van een groeiende bevolking, die kan leiden tot een abnormale stijging van de vastgoedprijzen, voor het gemeentebeleid?

De gemeenten en de arbeidsmarkt

De arbeidsmarkt is een belangrijk onderdeel van het economische leven en is al veertig jaar de grootste economische uitdaging door de aanzienlijke structurele werkloosheid. Aangezien er grote verschillen zijn tussen gemeenten wat de arbeidsmarkt betreft, is het bovendien belangrijk om die ook op gemeentelijk niveau te bestuderen.

Uiteraard hebben de gemeentebesturen de arbeidsmarkt niet als bevoegdheid. Maar het zou verkeerd zijn om daarom te besluiten dat een gemeente geen invloed kan hebben. In dit hoofdstuk bespreken we enkele aanbevelingen zodat een gemeente kan bijdragen tot een gezonde lokale arbeidsmarkt.

Gemeenten en fiscaliteit

Deze studie heeft twee doelstellingen. Ten eerste willen we inzicht krijgen in de manier waarop de verschillende belastingvormen, voornamelijk diegene die verband houden met de personenbelasting en de onroerende voorheffing, in de loop van de tijd zijn geëvolueerd. Eerdere studies hebben immers aangetoond dat er tussen de gemeenten aanzienlijke verschillen zijn in de groei van de bevolking, de groei van de belastbare inkomsten, maar ook in de vastgoedprijzen en de toestand van de arbeidsmarkt. De vraag is dus of deze ontwikkelingen de belastinginkomsten van de gemeenten kunnen verklaren. De onderlinge verbanden zijn overigens vrij complex.

Een tweede doelstelling van deze studie is om de zin van deze fiscaliteit kritisch te belichten. We weten immers dat belastingen het gedrag van huishoudens en ondernemingen kunnen veranderen. Een belasting op leegstaande woningen kan de fiscale inkomsten bijvoorbeeld doen toenemen, maar heeft vooral het effect dat eigenaars veel minder geneigd zijn hun pand onbewoond te laten. Voor de twee grootste posten van de gemeentelijke fiscaliteit, namelijk de aanvullende belasting op de personenbelasting en de opcentiemen op de onroerende voorheffing, kunnen de keuzes van de gemeentelijke overheden ook politiek gemotiveerd zijn: is een (aanvullende) belasting op inkomsten uit arbeid te verkiezen, of moeten we ons richten op een (aanvullende) belasting van onroerend vermogen via de onroerende voorheffing? Maar een antwoord op deze vraag is complex, want er bestaat geen inverse relatie tussen de belastingvoeten van de twee belastingen.

Meer info?

Bent u betrokken bij of werkt u in de publieke sector? Onze Relationship Managers en National Managers helpen u verder bij al uw uitdagingen.