Dagelijks beheer

21 mei 2019

Nieuw wetboek van vennootschappen is al van kracht

Op 28 februari 2019 heeft de Kamer het wetsvoorstel van minister Geens over de hervorming van het vennootschaps- en verenigingsrecht goedgekeurd. Het nieuwe wetboek is een grondige herziening die grote wijzigingen en vereenvoudigingen inhoudt.

Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV), dat sinds 1 mei van kracht is, betekent een drastische hervorming van het vennootschapsrecht, legt Lien Thijs uit, Head of General Legal Affairs ING België.

“De wetgever heeft alles willen vereenvoudigen en bundelen in één wet. Het WVV omvat de vennootschappen, de vzw’s en de stichtingen. Het schaft ‘overheidsbedrijven’ af, verlaagt het stelsel dat van toepassing is op beursgenoteerde bedrijven en reduceert het aantal mogelijke rechtsvormen door een einde te stellen aan bepaalde structuren zoals de tijdelijke vennootschap of de landbouwvennootschap. Daarnaast verlaagt het ook het aantal strafrechtelijke sancties, maar ze worden niet allemaal afgeschaft zoals eerder in de pers te lezen was.”

Drie basisartikels van het nieuwe WVV
Bvba wordt bv

De meest symbolische verandering is de verdwijning van de bvba, die verandert in bv of besloten vennootschap. Aangezien een vennootschap voortaan mag opgericht en bestuurd worden door één persoon en niet meer over een minimumkapitaal hoeft te beschikken, hebben de ebvba en de starters-bvba geen bestaansreden meer: ze worden vervangen door de bv. De nv blijft natuurlijk bestaan, net als de coöperatieve vennootschap, al moet die vanaf nu aan strikte regels voldoen met betrekking tot het coöperatieve karakter. Veel coöperatieve vennootschappen zullen een bv worden.

Nieuwe vennootschapsvormen

Nieuwe vennootschapsvormen

Het begrip ‘maatschappelijk kapitaal’ valt ook weg voor bv’s, want ze hoeven niet langer over een minimumkapitaal te beschikken. Een oprichtingskapitaal is niet meer vereist, maar de vennoten zijn wel verplicht om een gedetailleerder financieel plan op te stellen bij het oprichten van hun vennootschap. “In plaats van het vaste forfaitaire minimum per vennootschapsvorm (€ 18.550 voor een bvba volgens het oude wetboek) moet de vennootschap vanaf nu beschikken over een ‘toereikend aanvangsvermogen’ en dat moet verantwoord worden in het financieel plan, een verplichting die de verantwoordelijkheid van ondernemers vergroot," benadrukt Lien Thijs.

Voor naamloze vennootschappen (nv) blijft een minimumkapitaal verplicht overeenkomstig de Europese regelgeving. Deze vennootschapsvorm is waarschijnlijk voorbehouden voor grote en beursgenoteerde ondernemingen.

“De vennootschap moet over een ‘toereikend aanvangsvermogen’ beschikken dat moet verantwoord worden in het financieel plan, een verplichting die de aansprakelijkheid van de ondernemers vergroot.”
1 aandeel is niet altijd gelijk aan 1 stem

De inbreng mag in geld, in natura of – nog een nieuwigheid – in nijverheid gebeuren. Met andere woorden: een vennoot stelt zijn beroepskennis, werk of diensten ter beschikking. Die twee laatste mogelijkheden moeten gewaardeerd worden door een revisor. In een bv is het niet meer verplicht om de inbreng in de statuten te vermelden. Is dat toch zo, dan gebeurt dat onder de post ‘statutair onbeschikbare eigen vermogensrekening’ die vanaf 1 januari 2020 de rekening ‘kapitaal en onbeschikbare reserves’ vervangt in de jaarrekening.

Aandelen, obligaties, ‘inschrijvingsrechten’ (de nieuwe officiële term voor ‘warrants’)… Net als een naamloze vennootschap kan een bv alle soorten effecten uitgeven en er de gewenste rechten aan koppelen. “Twee aandeelhouders die dezelfde inbreng hebben gedaan, hoeven niet noodzakelijk dezelfde rechten te hebben," bevestigt Michaël Zadworny, Legal Advisor ING België. Dat is een belangrijke bepaling, in het bijzonder voor familiebedrijven. Op de algemene vergadering van niet-beursgenoteerde bedrijven zijn meervoudige stemrechten toegestaan. Deze bedrijven kunnen onder bepaalde voorwaarden een zogenaamd dubbel stemrecht toekennen aan ‘loyale’ aandeelhouders. Maar ze verwerven dit recht niet ad vitam, ze kunnen het ook verliezen. Let op: de regel ‘1 aandeel = 1 stem’ blijft gelden als de statuten hier niet van afwijken.

Zeg niet meer …
  • ‘Wetboek van Vennootschappen’ (W. Venn.) maar ‘Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen’ (WVV)
  • ‘Kapitaal’ maar ‘vermogen’
  • Voor een bv: ‘zaakvoerder’ maar ‘bestuurder’
  • Voor een bv: ‘deelbewijzen’ maar ‘aandelen’
  • ‘Warrants’ maar ‘inschrijvingsrechten’
Beter beschermd vermogen

Het WVV ziet toe op de bescherming van het vermogen van bedrijven en hun schuldeisers. Wanneer zijn hun rechten mogelijk bedreigd? Bij de uitkering van dividenden of (van een deel van) het vermogen. In alle gevallen gelden specifieke regels, maar het WVV pakt uit met een grote nieuwigheid: naast de test van de nettoactiva (balans) die verplicht is voor een nv, cv en bv, moet de raad van bestuur van de laatste twee vennootschapsvormen een liquiditeitstest uitvoeren alvorens een deel van het vermogen uit te keren.

De test bestaat erin te controleren of die uitkering de aflossing van schulden die binnen het jaar vervallen niet in het gedrang brengt. “Het bestuursorgaan is hiervoor verantwoordelijk. Voert het die test niet uit, dan kunnen er strafrechtelijke sancties volgen,” waarschuwt Lien Thijs. “Ook wanneer de vennootschap (bv, cv of nv) de regels van de nettoactieftest overtreedt.”

Dividend

Dividend

Beperkte aansprakelijkheid

Een ander belangrijk element van de hervorming betreft de aansprakelijkheid van de bestuurders. Het nieuwe wetboek van vennootschappen luidt het einde in van hun onbeperkte aansprakelijkheid, een aspect dat België minder aantrekkelijk kon maken op het internationale toneel en waar een hoog prijskaartje aan vasthing als het over verzekeringen ging. In geval van een zware fout (fraude, grove schuld, opzettelijke nalatigheid, enz.) geldt de beperkte aansprakelijkheid vanzelfsprekend niet. Maar gaat het om een lichte fout en enkel alleen dan – wat toch de draagwijdte van de nieuwe bepaling beperkt – liggen de geldboetes tussen 125.000 en 12 miljoen euro, afhankelijk van de grootte van het bedrijf.

Wat de bestuursorganen betreft, is het ook belangrijk om te weten dat een nv ook bestuurd kan worden door één bestuurder, een natuurlijke persoon of rechtspersoon. De standaardregel blijft wel het zogenaamde ‘monistische’ systeem, met een collegiale RvB die uit minstens 3 bestuurders bestaat, tenzij de vennootschap slechts 2 aandeelhouders telt.

Progressieve inwerkingtreding

Het nieuwe WVV is sinds 1 mei van kracht. Het geldt voor elke vennootschap die na die datum is opgericht en verbiedt vanaf nu oude rechtsvormen zoals de bvba of de tijdelijke vennootschap. Niets belet bestaande vennootschappen natuurlijk om zich in de toekomst te schikken naar de nieuwe regels van het WVV.

Vanaf 1 januari 2020: inwerkingtreding voor vennootschappen die opgericht zijn vóór 1 mei 2019. “De bepalingen van het WVV zijn van toepassing, net als de aanvullende bepalingen indien de statuten daar niet van afwijken, verduidelijkt Michaël Zadworny. Op voornoemde datum wordt een bvba een bv en wordt haar zaakvoerder een bestuurder.”

Vanaf 1 januari 2024: alle vennootschappen moeten hun statuten hebben aangepast om zich te schikken naar de WVV. Ze hebben tot die datum de tijd, tenzij ze tegen dan een beslissing hebben genomen die een statuutwijziging oplegt. In dat geval zijn ze verplicht al hun statuten af te stemmen op het nieuwe wetboek.

“Deze grondige hervorming houdt tal van wijzigingen en vereenvoudigingen in die met name betrekking hebben op de rechtsvorm en het maatschappelijk kapitaal van de vennootschappen.”
Goed om te weten
  • De nieuwe regels van het WVV zijn automatisch van toepassing, maar de statuten van de vennootschap kunnen er makkelijker van afwijken.
  • Voor elke uitkering van dividenden of vermindering van het vermogen is een balanstest verplicht en voor een bv en cv een liquiditeitstest.
  • De aansprakelijkheid van de bestuurders is financieel niet langer beperkt maar onbeperkt – let op: enkel in geval van toevallige lichte fouten! - tot sancties tussen 125.000 en 12 miljoen euro.
  • Een naamloze vennootschap kan bestuurd worden door één bestuurder.