Dagelijks beheer

24 april 2017

Coachen, een kwestie van gezond verstand


Dominique Baeyens

Topvolleybalcoach

3 tips
  1. Een succesvolle coach bouwt een vertrouwensrelatie op met zijn teamleden. Maar zo ver als een échte vriendschapsband mag het niet gaan. Er moet immers altijd een beetje afstand zijn.

  2. Als alles goed gaat, houdt u zich als coach het best op de achtergrond. Gaat het slecht, dan moet de coach er staan. Dát is leiderschap.

  3. Openstaan voor inspraak van teamleden en ze het gevoel geven dat er naar hen wordt geluisterd, is een must. In ruil kan een coach verwachten dat zijn teamleden zich allemaal achter hem scharen, ook als sommigen het niet eens zijn met de gekozen weg.

Coachen is een kwestie van gezond verstand. Dat is het credo van Dominique Baeyens, een icoon in de Belgische sportwereld. Al enkele jaren geeft de ex-volleybaltrainer ook coaching aan organisaties en bedrijven. Volgens Baeyens zijn er heel wat raakpunten tussen de sport- en de bedrijfswereld.

De 61-jarige Ternattenaar heeft inmiddels niet alleen op het vlak van volleybal een rijke expertise opgebouwd. Ook in het lezingencircuit draait Dominique Baeyens met zijn coachingsessies over leiderschap en teamwork al een tijdje mee. “Zeven à acht jaar geleden gaf ik voor het eerst een lezing aan ondernemers. Dat gebeurde op vraag van de voorzitter van Roeselare (Knack Roeselare, de club waar Baeyens 15 jaar lang trainer was en zijn grootste successen behaalde, red.). Die vroeg me om ‘iets’ te komen vertellen over teamwork, voor de sponsors van de club.”

Anno 2017 is dat ‘iets’ uitgekristalliseerd tot een niet mis te verstane boodschap. Volgens Baeyens wordt een succesvolle teamcoach zowel gekenmerkt door passie als door een flinke dosis gezond verstand. De passie ligt voor de hand, maar gezond verstand in de betekenis die Baeyens eraan geeft, zult u niet elke topcoach toedichten. “Gezond verstand staat voor mij gelijk aan redelijkheid, aan een rationele instelling. U zou kunnen zeggen dat dit tegenwicht biedt aan de passie.”

Voor de spelers die Baeyens heeft getraind, bij Ternat, Zellik, Roeselare en de Belgische nationale ploeg, betekende dit dat ze zich in se maar aan twee basisafspraken moesten houden. Eén: op tijd komen op de training. En twee: er alles aan doen om resultaat te behalen. Baeyens: “Doorheen mijn loopbaan heb ik gemerkt dat dit voldoende is. U moet spelers vertrouwen durven te geven, zodat ze zich meer bewust zijn van hun eigen verantwoordelijkheid en van wat werkt bij henzelf en wat niet. Zo bouwt u een duurzame vertrouwensrelatie op. Natuurlijk: als er zijn die zich niet aan deze afspraken houden, moet u als coach meer controlerend optreden.”

“Er zijn vele raakpunten tussen de sport- en de bedrijfswereld. Zo zijn zowel teams als bedrijven heel sterk resultaatgericht. En in beide wordt veel belang gehecht aan evaluatie.”
Raakpunten tussen de sport- en de bedrijfswereld

Volgens Baeyens zijn er heel wat raakpunten tussen de sport- en de bedrijfswereld. Zo zijn zowel teams als bedrijven heel sterk resultaatgericht. En in beide werelden wordt veel belang gehecht aan evaluatie. “Meten is weten, en dat geldt zeker in het moderne volleybal. De situatie toen ik als trainer begon bij Ternat, is totaal niet vergelijkbaar met de situatie nu. Zowel in de tribune als op de bank zitten scouts met laptops die objectieve data verzamelen - allemaal in realtime. Die data worden in een computer gestopt, waardoor elke speler vanuit verschillende invalshoeken kan worden geëvalueerd.” Toch zit in die evaluatie, en vooral in wat ermee wordt gedaan, ook een duidelijk verschil met de ondernemerswereld. “Als coach gaf ik spelers die ondermaats presteerden soms toch nog wat krediet, zuiver op mijn buikgevoel. Ik denk dat u in een ambitieus bedrijf in een competitieve setting minder kansen krijgt.”

“De coach zoekt samen met zijn spelers en trainingsstaf naar oplossingen. Dat is ook zo in het moderne bedrijfsleven.”

In zijn 25 jaar als professioneel volleybalcoach heeft Baeyens ook de individualisering sterk zien toenemen. Waar vroeger het team boven alles stond, ligt de nadruk nu meer op gepersonaliseerde trainingen. En in het moderne volleybal heeft ook de spelersgroep inspraak in strategische beslissingen. “De top-downbenadering, waarbij u als coach in één richting communiceert, is toch verleden tijd. Spelers zijn tegenwoordig veel mondiger, en dat wordt ook geapprecieerd. Sterker, het wordt zelfs van hen verwacht. Het idee is dat de coach samen met zijn spelers en trainingsstaf naar oplossingen zoekt. Ik denk dat die aanpak in het moderne bedrijfsleven ook aanslaat.”

Maar uiteindelijk moet er wel iemand zijn die de knoop doorhakt, en dat was altijd Baeyens. “U bent coach of u bent het niet. Ik heb altijd heel veel belang gehecht aan individuele gesprekken met mijn spelers, waarvan ik de inhoud altijd probeerde mee te nemen in mijn eigen beslissingsproces. In ruil verwachtte ik van mijn spelers dat ze zich achter hun coach schaarden, ook als ze het niet eens met mij waren.”

“Als coach moet u ook uw plaats kennen. U kunt mooie speltheorieën hebben, maar de praktijk pakt vaak anders uit.”
Relativering, leiderschap en autoriteit

Baeyens heeft zichzelf ondanks de successen tijdens zijn carrière - waaronder acht landstitels - nooit op een voetstuk geplaatst. Hij relativeert de rol van coach graag met de dooddoener dat het de spelers zijn die het moeten doen. “Als coach moet u ook uw plaats kennen. U kunt mooie speltheorieën hebben, maar de praktijk pakt vaak anders uit.” Uit die andere dooddoener, dat bij succes de ploeg alle lof krijgt, maar bij verlies de coach wordt gehekeld, put Baeyens een advies dat elke jonge coach of manager in het bedrijfsleven op een tegeltje zou moeten laten beitelen. “Als alles goed gaat, houdt u zich als coach beter op de achtergrond. Gaat het slecht, dan moet u de leiding opnemen. Dát is leiderschap.”

Wie leiderschap zegt, zegt autoriteit. Hoe dwingt u respect af bij uw team zonder dat er een te grote afstand ontstaat? “Dat vult iedereen voor zichzelf in, het hangt voor een groot stuk af van uw eigen karakter. Ik heb me er altijd voor behoed té close te worden met mijn spelers. Daarbij streefde ik altijd naar een vertrouwensrelatie, zonder dat er sprake was van échte vriendschap. Na een titel dronken we wel champagne, maar ik ben bijvoorbeeld nooit met mijn spelers mee op café geweest. Als ik zag hoe tijdens de kampioenenviering van Lierse (in 1997, red.) Eric Gerets in de kleedkamer tussen zijn spelers stond te drinken en te dansen, stelde ik me daar toch vragen bij. Anderzijds hebt u wel een probleem als spelers zich te geremd voelen om hun hart bij hun trainer te komen luchten.”

Meer info?

Wilt u meer info over coaching en hoe wij u kunnen begeleiden? Neem dan contact op met uw ING-gesprekspartner.