Groei

7 maart 2017

Groei en financiering van Belgische familiebedrijven

Om de gezondheid van de economie te beoordelen en de toekomstige dynamiek ervan in te schatten, is het belangrijk het vertrouwen, de moeilijkheden, de projecten en de angsten van de ondernemers te kennen. Die kennis kan ook dienen om het economisch beleid te sturen of nieuwe initiatieven op te zetten. Aan de hand van allerlei enquêtes komen we dus wat meer te weten over de ondernemingen, hun recente verleden en hun plannen.

De maandelijks gepubliceerde conjunctuurenquête van de Nationale Bank van België (NBB) is wellicht de bekendste. In dit artikel hebben we het echter over de minder bekende SAFE-enquête die de Europese Centrale Bank (ECB) tweemaal per jaar publiceert. Ons artikel zoemt in op gegevens uit de enquête van de EU/ECB over de toegang tot financiering van ondernemingen zoals bijvoorbeeld KMO’s. Maar de enquête kaart ook de moeilijkheden en projecten van de ondernemingen aan.

Focus op familiebedrijven

Op basis van de uitvoerige enquêtegegevens kunnen we een aantal bijzondere bedrijfstypes selecteren. We hebben gekozen om ons in deze studie te focussen op familiebedrijven, waarover er eigenlijk maar weinig gegevens zijn. Nochtans maken ze deel uit van het Belgische economische landschap en hebben ze specifieke bestuurskenmerken. Maar gaat dat ook op voor hun financiering, moeilijkheden en projecten? Daar proberen wij in deze studie een antwoord op te geven. Naast de algemene kenmerken van de bestudeerde ondernemingen bevatten de resultaten van de enquête het verloop van hun activiteit, hun financiering en hun projecten.


6 dingen om te onthouden
  1. 62% van de ondernemingen verwacht dat hun activiteit over de periode 2015-2017 zal toenemen

  2. in 40% van de ondernemingen zijn de loonkosten gestegen;

  3. in 46% van de bedrijven is de winst toegenomen

  4. bijna 70% van de ondernemingen heeft een banklening om zich te financieren en 65% overweegt een bankkrediet te gebruiken voor de financiering van hun toekomstige projecten

  5. de grootste knelpunten voor de activiteit van de familiebedrijven zijn de productiekosten en de moeilijkheid om gekwalificeerd personeel te vinden

  6. de administratieve rompslomp en fiscale incentives zijn doorslaggevend voor de toekomstige financiering van de bedrijven

Kenmerken van de ondervraagde ondernemingen

Van alle ondernemingen waar de SAFE-enquête van werd afgenomen waren er 500 Belgisch. Figuur 1 toont de spreiding van het staal (golf 13 – april-september 2015). 40% daarvan (199 ondernemingen) verklaart een (meervoudig) familiaal of een op de ondernemers zelf gericht aandeelhouderschap te hebben. Die bedrijvengroep associëren we met 'familiebedrijven'. 29% van het staal omvat ondernemingen waarvan het kapitaal in handen is van andere ondernemingen, verschillende vennoten, een versnipperd aandeelhouderschap of business angels. Die bedrijvengroep wordt in de studie specifiek gebruikt ter vergelijking met familiebedrijven. 31% van het staal bestaat ten slotte uit ondernemingen die in handen zijn van slechts één persoon. We zouden ze ook als familieondernemingen kunnen beschouwen. Hoewel we ze uit de analyse gehaald hebben, wijzigt dat de resultaten voor de familiebedrijven niet grondig.

199 familiebedrijven, overwegend kmo's, die actief zijn op de Belgische markt werden ondervraagd. Figuren 2, 3 en 4 hieronder kenmerken de familiebedrijven uit het staal. Er wordt telkens vergeleken met de alternatieve groep (versnipperd aandeelhouderschap, andere onderneming, verschillende vennoten ...). We stellen vast dat de familiebedrijven in dit staal kleiner lijken uit te vallen (figuur 2). Dus is het ook logisch dat de export een kleiner deel van hun activiteit vertegenwoordigt in vergelijking met de alternatieve groep (figuur 3). Die elementen kunnen een aantal verschillen in de volgende hoofdstukken verklaren.

Spreiding volgens grootte van de onderneming (aantal medewerkers)
Fig. 2 Spreiding volgens grootte van de onderneming (aantal medewerkers) - Bron: SAFE Survey
Aandeel van de export in de totale activiteit
Fig. 3 Aandeel van de export in de totale activiteit - Bron: SAFE Survey

Een familieonderneming is trouwens niet noodzakelijk een oud bedrijf. Er komen nieuwe familiebedrijven bij. Van de familiebedrijven in het staal bestaat ruim 10% minder dan tien jaar. Uit de spreiding volgens anciënniteit van de ondernemingen blijkt trouwens dat er geen groot verschil is met de groep van niet-familiale ondernemingen. De categorie 'ouder dan tien jaar' is echter erg ruim en dus mogen we er niet uit besluiten dat de 'gemiddelde' bestaansduur van familiebedrijven hetzelfde is als voor andere ondernemingen.

Leeftijd van de onderneming in jaren
Fig. 4 Leeftijd van de onderneming in jaren - Bron: SAFE Survey
Groei van familiebedrijven

Nu we de voornaamste kenmerken van de ondernemingen opgesomd hebben, kunnen we het over hun activiteit hebben. De periode 2012-2014 was een woelige periode voor de familiebedrijven (figuur 5). Zo is de activiteit van 17% van de ondernemingen gekrompen, terwijl ze voor 32% van de ondernemingen stilviel. Toch liet 32% ondanks alles een positieve activiteitsgroei optekenen. Globaal genomen zijn de cijfers voor de banen vergelijkbaar. Die cijfers liggen eigenlijk in lijn met de algemene economische context van die periode, gekenmerkt door een nulgroei of zeer trage groei van de activiteit op nationaal niveau.

Hoe is uw activiteit jaarlijks geëvolueerd in de periode 2012-2014
Fig. 5 Hoe is uw activiteit jaarlijks geëvolueerd in de periode 2012-2014 - Bron: SAFE Survey

Als we echter naar de toekomst kijken, stemt het ons hoopvol dat 62% van de ondernemingen in de periode 2015-2017 een activiteitsgroei verwacht (terwijl 20% ervan uitgaat dat de jaarlijkse groei zelfs hoger dan 20% zal zijn). Daaruit kunnen we dus besluiten dat de familiebedrijven ietwat optimistischer zijn over de toekomstige activiteit, wat ook strookt met het betere economische klimaat in 2015. Dat klimaat zal ook dit jaar en volgend jaar waarschijnlijk gematigd positief blijven. Het blijft wel verontrustend dat 7% van de bevraagde ondernemingen verklaart dat hun omzet in de periode 2015-2017 gedaald is.

De activiteit komt er bovenop en dat terwijl de arbeidskosten stijgen en op de activiteit wegen. Bekijken we de zes maanden vóór de enquête, dan is het netto aandeel van ondernemingen die een verhoging van de arbeidskosten opmerkten, bijzonder hoog. Positief is wel dat ook een groter netto aandeel familiebedrijven hun winst zagen stijgen. Voor de andere ondernemingen gaat dat niet op, zonder dat daar een duidelijke reden voor is.

Goed om te weten

Het netto aandeel is het verschil tussen de ondernemingen die verklaren een stijging opgemerkt te hebben en de ondernemingen die verklaren een daling opgemerkt te hebben.


Omgekeerd is het netto aandeel ondernemingen die hun intrestlasten zagen stijgen negatief. Dat betekent dat er meer ondernemingen waren die een daling van die lasten opmerkten. Dat is uiteraard niet zo verwonderlijk, rekening houdend met de forse rentedaling op de markten. Maar het is interessant vast te stellen dat de ondernemingen die terugval dus wel degelijk ervaren. De familiebedrijven lijken ten slotte hun schulden af te bouwen, gezien het netto aandeel van ondernemingen die aangeven dat hun schulden gestegen zijn ten opzichte van hun activa sterk negatief is.

netto % ondernemingen dat verklaart in de laatste zes maanden een stijging van ... opgetekend te hebben
Fig. 7 netto % ondernemingen dat verklaart in de laatste zes maanden een stijging van ... opgetekend te hebben - Bron: SAFE Survey
Moeilijkheden waarmee ondernemingen te maken krijgen

In een belangrijke vraag van de enquête komen de moeilijkheden van de ondernemingen in de laatste zes maanden aan bod. Voor elk van de voorstellen in de enquête wordt aan de ondernemingen gevraagd om op een schaal van 1 tot 10 weer te geven in welke mate een probleem op hun activiteit weegt. Op basis daarvan geeft figuur 8 de gemiddelde gewogen index van elk voorstel weer.

Gewogen gemiddelde index voor problemen met de activiteit in de laatste zes maanden
Fig. 8 Gewogen gemiddelde index voor problemen met de activiteit in de laatste zes maanden - Bron: SAFE Survey

Daaruit blijkt dat familiebedrijven het vinden van gekwalificeerd personeel en de aan de arbeid verbonden productiekosten als hun twee grootste moeilijkheden ervaren. De concurrentie en de slappe vraag behalen ook hoge gewogen gemiddelde scores, wat erop wijst dat die factoren ook niet te onderschatten problemen zijn voor de familieondernemingen. Met de toegang tot financiering hebben de ondernemingen dan weer het minst problemen. De gemiddelde gewogen score daarvan is 4,1 en amper 9% van de familiebedrijven kent een erg hoge score (9 tot 10) toe aan die moeilijkheid. Sinds de enquête bestaat (2009) is de 'toegang tot financiering' eigenlijk altijd al de hekkensluiter van de problemen voor ondernemingen gebleven. In andere landen van de eurozone en vooral in de perifere landen was dat niet zo. Dat bewijst nogmaals dat de financiële crisis zeer verschillende gevolgen had voor de landen uit de eurozone.

Uit de resultaten van de andere ondernemingen (hier niet voorgesteld) blijken geen grote verschillen in het niveau van elk probleem. De twee grootste knelpunten staan echter in omgekeerde volgorde. Een zeer groot verschil zou te verklaren zijn doordat de productiekosten het grootste probleem vormen omdat dit bedrijfstype sterker aan export blootgesteld is. De hoge arbeidskosten in België worden dan een nog schrijnender probleem, vooral voor de concurrentie op de buitenlandse markten.

Financiering van familiebedrijven

Kijken we naar de vragen over de financiering van de ondernemingen, dan stellen we vast dat familiebedrijven zich vooral met bankleningen en kredietlijnen financieren, wat niet echt verwonderlijk is. Respectievelijk rond 70% en 55% van de bevraagde familiebedrijven vinden die financieringsvormen nuttig voor hun onderneming (figuur 9). Er zijn daarentegen veel minder bedrijven die het zinvol achten om zich open te stellen voor het kapitaal van andere aandeelhouders. Dat komt ongetwijfeld doordat dit type ondernemingen hun familiale karakter willen behouden. Dat is immers het grootste verschil tegenover de controlegroep met daarin de andere ondernemingen, waarvan de financieringsvormen gevarieerder lijken.

Familiebedrijven financieren zich hoofdzakelijk met bankkredieten. 70% van de familiebedrijven heeft een bankkrediet, dat betekent ook dat 30% er geen heeft. Het is dus erg belangrijk om te weten of dat uit vrije wil is of omdat er echt een probleem is. Wanneer de vraag gesteld wordt, verklaart driekwart van de familiebedrijven zonder bankkredieten gelukkig dat ze er gewoon geen nodig hebben. De andere redenen, zoals de toegankelijkheid van het krediet of het gebrek aan waarborgen, zouden problematischer zijn, maar worden maar zeer weinig aangehaald.

Die financieringsvorm is nuttig voor mijn onderneming ...
Fig. 9 Die financieringsvorm is nuttig voor mijn onderneming ... - Bron: SAFE Survey
Familiebedrijven: die financieringsvorm is nuttig EN ik maakte er de laatste zes maanden gebruik van ...
Fig. 10 Familiebedrijven: die financieringsvorm is nuttig EN ik maakte er de laatste zes maanden gebruik van ... - Bron: SAFE Survey

In figuur 11 ten slotte vindt u de verwachtingen van de familiebedrijven voor hun financiering. Het aandeel van de ondernemingen die verklaren dat de opgegeven financieringsvorm onveranderd blijft, haalt telkens ruim de bovenhand. Ondanks de grote onzekerheid zien we dat de ondernemingen toch weer wat optimistischer zijn. Het percentage ondernemingen dat verklaart dat de aangehaalde financieringsvorm zal verbeteren, is immers telkens hoger dan het percentage ondernemingen dat het tegenovergestelde denkt. Ze zijn vooral erg positief over de bankkredieten, die dus de belangrijkste financieringsvorm van de familiebedrijven zijn.

Denkt u dat die elementen in de komende zes maanden zullen evolueren?
Fig. 11 Denkt u dat die elementen in de komende zes maanden zullen evolueren? - Bron: SAFE Survey

Door die resultaten samen te brengen en er andere aan toe te voegen die hier niet vermeld staan, lijkt de financiering van de familiebedrijven zoals beschreven in de enquête nogal geruststellend. Uit die resultaten blijken geen grote problemen of sombere vooruitzichten. Integendeel zelfs, blijkbaar zijn er geen problemen met de financiering.

Wat brengt de toekomst?

Eerder vermeldden we al dat de familiebedrijven de toekomst met een gematigd optimisme tegemoetzien. 62% van de familiebedrijven verwacht immers dat hun activiteit in de periode 2015-2017 zal toenemen. Maar hoe willen zij hun groei dan financieren? De meeste familieondernemingen verklaren dat ze bankkredieten willen gebruiken om hun projecten te financieren. Ook een uitbreiding van het eigen vermogen wordt overwogen en dat in eenzelfde verhouding voor de familiebedrijven als voor de andere. Dat is vanzelfsprekend, aangezien elke groeiende onderneming streeft naar een financieel evenwicht en haar eigen vermogen regelmatig moet versterken. De vraag geeft niet aan hoe het eigen vermogen versterkt kan worden. Het kan hier gaan om een inhouding van de winst of een beroep op het familiekapitaal.

Toekomstige projecten zullen nog altijd grotendeels met bankkredieten gefinancierd worden, maar het economisch beleid zal een belangrijke rol spelen in de toekomstige financiering. Dat de andere ondernemingen een grotere voorkeur hebben voor 'andere leningen' om hun projecten te financieren, komt doordat een niet te verwaarlozen aantal van die bedrijven dochterondernemingen of filialen van internationale groepen zijn. De financiering binnen de groep is dan uiteraard een alternatieve financieringsvorm.

Ten slotte gaat de enquête ook nog over het belang van verschillende factoren voor de financiering van de familiebedrijven in de toekomst. Concreet wordt aan de ondernemingen gevraagd om het belang van verschillende factoren voor hun toekomstige financiering op een schaal van 1 tot 10 weer te geven. Net als voor de moeilijkheden geven de resultaten in figuur 13 de gemiddelde gewogen index voor elk voorstel, zowel voor de familiebedrijven als voor de controlegroep. Het is vrij interessant vast te stellen dat de twee belangrijkste voorstellen te maken hebben met het economisch beleid: 'Zorgen dat de bestaande overheidsmaatregelen makkelijker te verkrijgen zijn' en 'fiscale incentives' worden immers als doorslaggevend beschouwd. Dat bewijst nog maar eens dat het economisch beleid een essentiële rol speelt en dat het terugdringen van de administratieve rompslomp een uitdaging blijft.

Als u een financiering nodig hebt om uw groeiambities te verwezenlijken, welk type geniet dan uw voorkeur?
Fig. 12 Als u een financiering nodig hebt om uw groeiambities te verwezenlijken, welk type geniet dan uw voorkeur? - Bron: SAFE Survey
Hoe belangrijk zijn de volgende factoren voor de financiering van uw onderneming in de toekomst?
Fig. 13 Hoe belangrijk zijn de volgende factoren voor de financiering van uw onderneming in de toekomst? - Bron: SAFE Survey
Conclusies

Nu we de specifieke resultaten van de SAFE-enquête voor de familiebedrijven in België doorgenomen hebben, onthouden we het volgende: ondernemingen, die hoofdzakelijk op de Belgische markt gericht zijn, lijken gematigd optimistisch voor de komende jaren, of toch al positiever dan in de voorbije jaren.

Voor hun huidige of bestaande financiering ondervinden de familiebedrijven geen specifieke moeilijkheden. Zij vertrouwen overigens ruimschoots op bankleningen om zich te financieren. Wie er geen gebruikt, heeft er gewoonweg geen nodig.

4 boodschappen die familiebedrijven de overheid willen meegeven:
  1. De arbeidskosten blijven een groot probleem en ondermijnen de activiteit van de ondernemingen.

  2. Fiscale stimuli zijn welkom en spelen een essentiële rol in de financiering van de toekomstplannen van de ondernemingen.

  3. Gekwalificeerd personeel vinden is een schrijnend probleem voor de ondernemingen, ondanks de nog steeds hoge werkloosheidsgraad. Dat ligt zowel aan de ondernemingen zelf als aan de overheid, maar toch herinnert dat probleem ons eraan dat opleiding een erg belangrijke uitdaging is voor de toekomstige economische groei.

  4. De administratieve vereenvoudiging blijft ten slotte nog altijd voor verbetering vatbaar.


Auteur : Philippe Ledent – Senior Economist