Groei

23 mei 2019

Containers groeimotor voor binnenvaart en investeringen

Nooit werden in België zoveel containers vervoerd via de binnenvaart. Vooral de congestie van de wegen en het groeiende milieubewustzijn stuwen deze groei. Het succes van de binnenvaart triggert belangrijke logistieke investeringen rond de terminals.

In een notendop
  • Het nut van de binnenvaart voor containertransport is recent ontdekt en groeit sterk, zowel in Vlaanderen als in Wallonië.
  • Drivers van de binnenvaart zijn de toegenomen internationale handel, de congestie op de weg en het groeiend milieubewustzijn.
  • Door toegenomen volumes wordt deze transportmodus een betaalbaar en betrouwbaar alternatief voor de weg.
  • Multimodaliteit is de eerste stap naar synchromodaliteit, waarbij de logistieke speler de combinatie van modi kiest.
Meer dan 1 miljoen containers
"Groeiend milieubewustzijn speelt in het voordeel van de binnenvaart"

België beschikt met 1.500 kilometer vaarwegen over een van de best uitgebouwde netwerken ter wereld. Maar het is pas sinds enkele jaren dat men de mogelijkheden voor containertransport heeft ontdekt. In 2018 behandelden de Belgische inland terminals samen voor het eerst meer dan 1 miljoen TEU (twenty foot equivalent unit wat ongeveer overeenkomt met een container). De terminals aan Vlaamse waterwegen losten of laadden 853.250 TEU (+3,6%), een nieuw record. In Wallonië maakte de containeroverslag een sprong van liefst 19,9% naar meer dan 116.000 TEU. De overslag is daar op zes jaar tijd meer dan verdrievoudigd. In Brussel klom de containertrafiek met 19% tot 37.000 TEU.

 “Groeiend milieubewustzijn speelt in het voordeel van de binnenvaart. Een binnenschip verbruikt per tonkilometer (het vervoer van 1 ton over 1 kilometer) drie tot vijf keer minder brandstof dan een vrachtwagen. Dat levert zowel een economisch als ecologisch voordeel op,” zegt Martine Vansweevelt, Relationship Manager bij ING België in Hasselt. “De CO2-uitstoot is bijna twee derde lager dan bij het wegvervoer. Steeds meer bedrijven zijn zich daarvan bewust.”

Congestie als drijfveer

Het merendeel van deze trafieken verloopt via een aantal grotere “corridors”, zoals het Albertkanaal. Kritische massa is immers cruciaal om van de binnenvaart een volwaardig en economisch rendabel alternatief te maken: hoe meer volume, hoe hoger de frequentie en hoe regelmatiger het aanbod. Die volumes worden geholpen door de congestie op de weg.

“Bedrijven die via de haven van Antwerpen containers in- en uitvoeren zijn de congestie beu, want het maakt hun transporten over de weg duurder en minder voorspelbaar,” zegt Wesley Mazzei, general manager van Haven Genk NV. “Steeds meer bedrijven in een straal van dertig kilometer rond Genk schakelen over op de binnenvaart en gebruiken de weg nog enkel voor de “last mile”. Meer nog: een toenemend aantal containers bestemd voor het Ruhrgebied gaat rechtstreeks met de boot tot Genk en pas van daar over de weg.” 

"Steeds meer bedrijven schakelen over op de binnenvaart en gebruiken de weg nog enkel voor de last mile"

Haven Genk is een joint-venture tussen de groep Machiels en Aperam (een zusterbedrijf van Arcelor Mittal). Het baat in Genk een terminal uit met een capaciteit van 85.000 à 90.000 TEU en organiseert transporten per binnenvaart. Daarnaast is het bedrijf actief in de bulksector en heeft het een eigen spoorterminal. “Zo’n vier jaar geleden verwerkten we een kleine 20.000 TEU op onze terminal. Vorig jaar was dat volume gegroeid tot 60.000 TEU. Nu de werken aan de Oosterweelverbinding beginnen verwachten we een extra versnelling. Nog twee jaar en onze terminal is vol,” aldus Mazzei. Daarom bouwt Haven Genk op de andere oever van het Albertkanaal, op de voormalige Ford-site, een nieuwe terminal met een capaciteit van 315.000 TEU. Die zal na de zomer van 2021 operationeel zijn. 

Forse logistieke groei in Limburg

Mazzei verwacht dat de enorme groei van de logistieke activiteiten op de voormalige Ford-site de containertrafieken zal aanzwengelen. Zo heeft Haven Genk er samen met H.Essers de concessie voor Zone C verworven, in totaal ruim 50 hectare. Ook het consortium Genk Green Logistics bouwt er op Zone B een logistieke hub uit. Maar ook elders in de provincie groeit de logistiek als kool. “Het Planbureau verwacht dat het transport van goederenvolumes tegen 2030 nog met minimaal 40% zal groeien. Het congestieprobleem zal met andere woorden niet vanzelf verdwijnen. Via de weg vervoeren is geen duurzame oplossing. De binnenvaart is dus cruciaal om die groei op te vangen,” besluit Mazzei.

Ook Luik boomt
"Zelfs met een lagere CO2-voetafdruk verwachten verladers dat de binnenvaart goedkoper is én de dienstverlening regelmatig"

“In Wallonië zien we al jaren dubbelcijferige groei van het containerverkeer,” zegt Sophie Bouillenne, Relationship Manager bij ING België in Luik. Die komt in hoofdzaak van Liege Container Terminal (LCT) dat deel uitmaakt van de groep Tercofin. Vorig jaar was hun terminal in Renory aan de Maas goed voor 70.000 TEU van de 85.000 TEU die in de Luikse regio werd overgeslagen.

De groei van de overzeese wereldhandel zorgt voor de sterke toename van de trafieken tussen de zeehavens en hun hinterland. Ook in Luik zal deze groei zorgen voor forse investeringen. Philippe Portier, afgevaardigd bestuurder van Tercofin: “Wij hebben budget vrijgemaakt om het verharde deel van onze terreinen uit te breiden van 2,5 naar 5,4 hectare en om de hinder voor de buurt te verminderen. Daarnaast sloten we een joint-venture met DP World om de terminal Trilogiport, langs het Albertkanaal, uit te baten. In de toekomst zal LCT zich vooral richten op bestemmingen stroomopwaarts aan de Maas en Trilogiport meer op Nederland en Duitsland.”

Binnen de groep Tercofin baat TFC (Transport Fluvial de Containers) een regelmatige dienst tussen Antwerpen en Luik uit. Hun binnenschepen kunnen op weg naar Renory ook de Luikse terminals Trilogiport langs het Albertkanaal en Euroports op de Ile Monsin aandoen. “We verwachten dat ook op Trilogiport de logistieke activiteiten zullen groeien, wat zal zorgen voor een verdichting van de trafiek en meer frequente afvaarten. Dat maakt de binnenvaart economisch steeds interessanter,” aldus Philippe Portier. “Want vergis u niet: zelfs met een fors lagere CO2-voetafdruk verwachten de verladers dat de binnenvaart goedkoper is én de dienstverlening regelmatig.”

Synchromodaal vervoer
"In het synchromodaal model beslist niet de verlader de transportmodus, maar de logistieker"

Ook bij H.Essers, de grootste transport- en logistiekgroep van het land, wint de binnenvaart aan belang. CEO Gert Bervoets: “Dat is vandaag reeds het geval voor ons segment bouw en nu ook voor de chemielogistiek. Containers gaan nu van Antwerpen naar de BCTN-terminal in Meerhout, vanwaar ze over de weg naar Genk worden gebracht. Zo vermijden we files. Van zodra de terminal op de Ford-site operationeel is (zie hoger), kunnen de containers zelfs rechtstreeks per schip naar Genk gaan.”

Bij de ontwikkeling van nieuwe sites kiest het bedrijf zoveel mogelijk voor multimodaal ontsloten locaties. Multimodaal betekent de combinatie van twee of meerdere transportmodi: de weg, het spoor en de binnenvaart. “Dat past in het synchromodaal model dat wij hebben ontwikkeld,” zegt Bervoets. In dat model gaat het over het efficiënt en dynamisch combineren van de verschillende transportmodi en beslist niet de verlader (de klant) de transportmodus, maar de logistieker, in casu H.Essers. “De keuze wordt bepaald aan de hand van drie belangrijke parameters: de kost, de snelheid en de CO2-uitstoot. De klant bepaalt welke parameters doorwegen en in functie daarvan kiezen wij de meest geschikte combinatie van modi. In ons model gaan efficiëntie en duurzaamheid hand in hand en speelt de binnenvaart een cruciale rol,” concludeert Bervoets.

Meer weten over transport en logistiek?

> Lees onze studie Digitale logistiek in België of neem contact op met uw ING-gesprekspartner.