Innovatie

12 februari 2018

De ziekenhuisactoren responsabiliseren

Philippe Dehaspe is de CFO van het universitair ziekenhuis Saint-Luc in Brussel. Hoe kan een ziekenhuis zijn toekomst veiligstellen tegen 2030? Wat zijn de financiële uitdagingen? Welke hervormingen zijn er nodig? Philippe Dehaspe geeft ons zijn bedenkingen en oplossingen.

"De antwoorden die ik nu – in 2018 – formuleer, zijn niet meer dezelfde als in 2015. Toen zag het toekomstperspectief op vijftien jaar er helemaal anders uit. Zo is er momenteel geen enkele garantie meer voor de financiering van ziekenhuisinfrastructuur. Een echte responsabilisering van alle ziekenhuisactoren is dan ook van essentieel belang geworden.

Het sleutelwoord daarbij is alertheid of agility. We moeten op elk moment de impact van de begrotingsmaatregelen kunnen inschatten en de koers proberen bij te stellen."

De financiering bespreken
De overheidsinstanties weten niet altijd welke gevolgen hun maatregelen in de praktijk hebben

"De overheidsinstanties weten niet altijd welke gevolgen hun maatregelen in de praktijk hebben. Momenteel zijn er besprekingen aan de gang tussen de FOD Volksgezondheid, het RIZIV, het ministerieel kabinet en de ziekenhuizen om het probleem van de huidige versnippering van de financiering aan te pakken. Elke betrokken partij is vooral geïnteresseerd in de eigen belangen, zonder rekening te houden met de anderen. Een voorbeeld: de RIZIV-overeenkomsten die bepaalde aandoeningen dekken, bepalen dat de sociale zekerheid wel de personeelskosten draagt, maar niet de infrastructuur die het ziekenhuis nodig heeft om de opdracht te kunnen uitvoeren die in deze overeenkomsten is vastgelegd. Het ziekenhuis moet die infrastructuur dus via zijn algemene kosten financieren."

Meer doen met minder

Dat betekent echter nog niet dat men de kosten moet verlagen. Philippe Dehaspe geeft de voorkeur aan meer efficiëntie bij het gebruik van de beschikbare middelen. Zoals de patiënt precies de geneesmiddelen bezorgen die hij nodig heeft, en niets meer. "Onze sector moet altijd maar meer doen met dezelfde middelen. Niet verwonderlijk dat er een hoog aantal burn-outs is."

De loonverschillen verminderen

België moet een aantal hervormingen doorvoeren. De eerste daarvan heeft betrekking op de medische honoraria. "Zodra ze hun specialisatie kiezen, weten studenten geneeskunde al of ze tien jaar later veel of minder geld zullen verdienen. Er is momenteel immers een onevenwicht tussen specialisaties wat de doktershonoraria betreft. Natuurlijk is er bij bepaalde specialisaties meer druk, een groter risico. Sommige verschillen zijn dus gerechtvaardigd, maar andere helemaal niet, en die moeten teruggedrongen worden om tot een aanvaardbaar evenwicht te komen."

De kwestie van de ereloonsupplementen regelen
We moeten oplossingen vinden om een dualisering van de Belgische gezondheidszorg te vermijden

Globaal genomen functioneert het Belgische gezondheidszorgsysteem goed. Patiënten kunnen zich correct, snel en tegen relatief lage kosten laten verzorgen. "Dit systeem dreigt echter aangetast te worden door het almaar toenemende gewicht van de ereloonsupplementen. Dat zou in 2030 tot een dualisering van de Belgische gezondheidszorg kunnen leiden. Als we dit probleem van groeiende ereloonsupplementen niet bijsturen, zullen sommige 'goede' artsen enkel nog toegankelijk zijn voor patiënten die het zich kunnen veroorloven."

Het ziekenhuis professionaliseren
De professionele managers moeten niet bang zijn om in het ziekenhuis dezelfde methodes toe te passen als de methodes die gangbaar zijn in de industrie

Wat de noodzakelijke hervormingen in het ziekenhuis zelf betreft, pleit Philippe Dehaspe voor echt professionalisme op alle niveaus. Naast het professionalisme van de beroepen die dicht bij de patiënt staan, zoals artsen en verzorgend personeel – een realiteit in ons land – is ook reële vakkundigheid nodig in het financiële en operationele beheer. "Ik maak even een gedurfde vergelijking en stel het ziekenhuis voor als een circus. Dan zouden de artsen de artiesten zijn, die bijgestaan worden door het verplegende en paramedische personeel. Samen vertegenwoordigen ze twee derde van het personeel. Het laatste derde omvat alle mensen die de werking van het volledige circus mogelijk maken. Die personen moeten echt professionele managers zijn en niet bang zijn om dezelfde methodes toe te passen als de methodes die de industrie doen draaien. Voorbeelden: voor goede maaltijden en een onberispelijke schoonmaak zorgen, die minder kosten, zodat een maximaal budget besteed kan worden aan de kwaliteit van het werk van het verzorgende personeel."

De uitdaging van het academisch ziekenhuis

Verschilt het beheer van een universitair ziekenhuis van dat van een niet-universitair ziekenhuis? "Onze basisopdracht is dezelfde en wordt dus op identiek dezelfde manier beheerd. Maar we hebben ook andere opdrachten, zoals onderzoek en opleiding. Het academisch ziekenhuis moet erin slagen het evenwicht te bewaren tussen beide types activiteiten van de artsen. Naast hun klinische activiteiten (de zorg voor patiënten, die het financiële evenwicht van het ziekenhuis verzekert) moeten de artsen voldoende tijd kunnen besteden aan lesgeven, het begeleiden van doctoraatsthesissen en hun eigen onderzoek met de bijbehorende publicatie van de resultaten. Ander verschil: in de zeven academische ziekenhuizen die België telt, moeten de artsen verplicht loontrekkenden zijn. Met andere woorden, hun loon staat los van hun specialiteit, terwijl artsen in niet-universitaire ziekenhuizen een retrocessie van de erelonen genieten die varieert naargelang van de specialisatie."

Het ziekenhuis zal nog steeds alle reden van bestaan hebben in 2030

"In 2030 zullen patiënten waarschijnlijk minder tijd doorbrengen in het ziekenhuis, vooral omdat de chirurgische ingrepen van morgen een veel kleinere impact zullen hebben op de patiënt: een zware operatie zal steeds minder gepaard gaan met grote littekens. Het zal mogelijk zijn om te opereren via kleine openingen of fijne katheters waarlangs sterk verkleinde instrumenten passeren. Daardoor zal de postoperatieve verzorging afnemen en het ziekenhuisverblijf steeds minder lang duren.

Het is belangrijk dat verschillende specialisten onder hetzelfde dak aanwezig zijn om samen de beste behandeling voor de patiënt uit te dokteren

Wat het debat over ambulante zorg betreft, denk ik dat ook daar het ziekenhuis zijn bestaansreden behoudt en zal behouden: voor ernstige aandoeningen is het belangrijk dat verschillende specialisten gegroepeerd aanwezig zijn op dezelfde plaats en zich samen over de casus van een patiënt kunnen buigen. Op die manier kunnen ze van gedachten wisselen en de beste behandeling voor de patiënt in kwestie uitdokteren. In dit verband moeten we ook rekening houden met de vergrijzing van de bevolking: een oudere patiënt lijdt vaak aan meerdere aandoeningen. Zelfs als hij in het ziekenhuis wordt opgenomen met een gebroken heup, is zijn algemene toestand vaak complex en heeft hij klachten die verband houden met de geneesmiddelen die hij neemt. Het voordeel van meerdere specialisten onder hetzelfde dak te hebben, is echter ook van belang voor jongere patiënten, bijvoorbeeld in het geval van kanker."

Bent u betrokken bij of werkt u in de gezondheidssector?