Innovatie

8 februari 2018

Zorgalternatieven in 2030

Waarvoor gaan we in de toekomst nog naar het ziekenhuis? En wat zijn de alternatieven? Een gesprek met gezondheidseconoom Jeroen Trybou van de Universiteit Gent en Probis Consulting.

Ziekenhuizen maakten de voorbije decennia een sterke evolutie door. Waar de focus vroeger lag op de verblijfsduur en het aantal ziekenhuisbedden, ligt de klemtoon nu steeds meer op het aanbieden van een hoogtechnologische setting voor diagnosestelling en behandeling. Een trend die zich absoluut zal verder zetten volgens Jeroen Trybou: “Dat heeft verschillende redenen. De financiering van de zorgsector en de nood aan efficiënter werken, speelt uiteraard een rol in de afbouw van het aantal bedden. De technologische vooruitgang is nog doorslaggevender. Daardoor worden de ingrepen minder invasief wat de herstelperiode - en dus het ziekenhuisverblijf - serieus inkort. Een evolutie die zich verder doorzet. Hoe meer kennis, hoe meer technologische ontwikkelingen gestimuleerd worden.”

Hogere zorgkosten
Uit verschillende onderzoeken blijkt dat technologische innovatie in de zorg vaak leidt tot meer kosten

Welke impact hebben die ontwikkelingen op de betaalbaarheid van de zorg? “Dat is een zeer terechte vraag, want op dat vlak is de zorgsector toch wel uniek. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat technologische innovatie in de zorg vaak leidt tot meer kosten. In tegenstelling tot andere sectoren, waar innovatie meestal kostenbesparend is. De context is natuurlijk volledig anders. Het doel van de zorgsector is namelijk niet om te besparen en winst te maken, maar om zorg te verlenen en waarde te creëren. De focus ligt minder op kostenbesparende technologie, maar dat neemt niet weg dat we er voldoende aandacht voor moeten hebben. De zorg moet betaalbaar blijven voor de patiënt en de maatschappij.”

Samenwerking kan de efficiëntie én de kwaliteit van zorg ten goede komen

“Er zijn bepaalde ontwikkelingen zoals robotchirurgie die de zorgkosten de hoogte injagen. Maar die extra kost kan beperkt worden. Ten eerste door samenwerkingsverbanden. Het heeft geen nut dat elk ziekenhuis investeert in die technologie. In het verlengde daarvan kan tevens de vraag gesteld worden of ieder ziekenhuis nog alle zorg moet aanbieden. Samenwerking kan de efficiëntie én de kwaliteit van zorg ten goede komen. Ten tweede is er ook de afweging van de kost op lange termijn. Als een bepaalde scanner ervoor zorgt dat iemand sneller gediagnosticeerd wordt, dan mag daar ook een prijs tegenover staan. En dat heeft ook terugverdieneffecten; een sneller herstel betekent ook sneller terug aan het werk gaan. Met die externe factoren houden we vandaag te weinig rekening als we de kosten van de gezondheidszorg berekenen.”

Interdisciplinair karakter van onschatbare waarde

Daarnaast speelt het ziekenhuis van de toekomst een essentiële rol in het licht van de toenemende multimorbiditeit. “De vergrijzing leidt tot meer patiënten met meerdere (chronische) pathologieën. Een ziekenhuis heeft de unieke troef dat het verschillende specialismen op één locatie in huis heeft en expertise bundelt. Het interdisciplinaire karakter van de werking wordt een absolute must.”

“Deze context noodzaakt ziekenhuizen tot samenwerkingsverbanden. Dat zien we nu al in bepaalde regio’s waar ziekenhuizen samenwerken en inzetten op schaalvergroting. In de Gentse regio waren er vroeger een achttal algemene ziekenhuizen, dat zijn er nu nog vier. In een volgende fase moeten ze kijken hoe ze nog meer kunnen samenwerken.”

Welke zorgalternatieven zijn er?

Als het aantal ziekenhuisbedden wordt afgebouwd en de verblijfsduur wordt ingekort, is het logisch dat er meer zorg buiten het ziekenhuis verleend wordt. “Door de verkorte ligduur én de verschillende pathologieën hebben mensen nog veel zorg en ondersteuning nodig als ze het ziekenhuis verlaten. Dat was vroeger veel minder het geval. Er zijn alternatieven in de thuisomgeving die daarop inspelen.”

We kunnen in Vlaanderen tevens niet rond de ontwikkeling van de persoonsvolgende financiering in de ouderenzorg en de verdere uitbouw van de Vlaamse sociale bescherming. “De nieuwe financiering zal zeker een impact hebben op de zorgsector en de alternatieven die voorhanden zullen zijn. Het gaat om persoonsvolgende financiering waarbij het onderliggend principe ervan uitgaat dat we de patiënt/cliënt centraal stellen. Door deze middelen toe te vertrouwen aan de cliënt (en niet eenzijdig aan instellingen) kunnen ze wegen op het beleid (zorg op maat) en zelf ook keuzes maken.” De uitwerking krijgt vorm in deze legislatuur maar zal tevens in volgende legislatuur verder worden uitgewerkt.

“Wat we nu al zien is de sterke groei van een markt die zich positioneert tussen de klassieke ziekenhuiszorg, de thuisverpleging en thuiszorg. Patiënten kunnen in hun vertrouwde omgeving herstellen én krijgen kwalitatieve zorg. Dat is ook nodig; omdat mensen vroeger uit het ziekenhuis ontslagen worden, is er nood aan meer complexe zorg aan huis. Denk bv. aan de oncologische setting maar ook de orthopedie. Een mooi ander voorbeeld daarvan zijn de dialyses die thuis worden uitgevoerd. Dat heeft als gevolg dat er alsmaar meer spelers op de markt komen.”

Ten slotte bestaan er ook al heel wat verschillende brugoplossingen. Denk aan herstelverblijven, zorghotels en kortverblijf. Maar ook medische centra die een rol spelen in het voortraject van de zorg. Zij nemen dan de diagnosestelling en behandelingen op zich maar laten ook toe dat patiënten met een complex ziektebeeld dicht bij huis kunnen worden opgevolgd.

Nadenken over rol

Het ziekenhuis van de toekomst staat dus voor heel wat uitdagingen en innovaties. “Het zorgtraject is al veel veranderd en zal nog heel sterk evolueren in de komende jaren. Ziekenhuizen moeten nadenken over hoe zij die rol zullen invullen en hoe zij intensiever zullen samen werken met enerzijds andere ziekenhuizen en anderzijds andere partners zoals thuisverpleging, thuiszorg, zorghotels en woonzorgcentra.”

Bent u betrokken bij of werkt u in de gezondheidssector?