Innovatie

11 februari 2019

Huisartsgeneeskunde 3.0

Maatschappelijke en technologische evoluties veranderen de huisarts geleidelijk aan naar een gezondheidscoach. De medische specialist en de verpleegkundige komen steeds dichter bij de patiënt te staan.

De vergrijzing, het stijgend aantal chronische zieken, maar ook technologische ontwikkelingen zoals digitale patiëntcontacten en gezondheidsmonitoring thuis hebben de rol van de huisarts veranderd. Tegelijkertijd betreden de medische specialist van de tweede lijn en de gespecialiseerde verpleegkundige de leefomgeving van de patiënt.

Om antwoorden te bieden op die uitdagingen, organiseerde de Hasseltse Huisartsenkring Herkenrode samen met Happy Aging een debat met als thema: Huisartsgeneeskunde 3.0.

Centraal stond de vraag: wat is de toekomst van de huisarts? Hoe kan die binnen de huidige context een positieve invulling geven aan het veranderende takenpakket?

Onderstaande vragen werden voorgelegd aan een veertigtal aanwezige huisartsen. 


Is de huisarts nog langer de spilfiguur?

Ja. Niet enkel de huisarts is vragende partij om zijn centrale positie in het gezondheidslandschap te behouden, ook de patiënt wil bij de huisarts als centrale gezondheidsprofessional terecht kunnen. De patiënt vraagt om een huisarts als spilfiguur, met zijn Globaal Medisch Dossier op één plaats, waar hij een geïntegreerde uitleg over zijn gezondheidssituatie krijgt.

Om zijn functie als spilfiguur te vervullen, werkt de huisarts ook coördinerend. Dat kan alleen als er een vlotte communicatie bestaat en de activiteiten voldoende gehonoreerd worden. Multidisciplinair samenwerken is nodig, maar het medisch luik blijft de verantwoordelijkheid van de huisarts. Er zijn voorbeelden waar dit goed verloopt, maar er zijn ook trajecten waar de huisarts de opvolging van zijn patiënt verliest. 


Werken dokters beter zelfstandig of samen onder één dak?

Samenwerken met een vaste groep eerstelijnsactoren is de trend. Huisartsen zijn het wel eens dat de vrijheid van de patiënt primeert. Dat geldt niet alleen bij de keuze voor een huisarts, maar ook voor kinesitherapeuten, logopedisten en andere eerstelijnsspecialisten. De keuze voor zorgpartners wordt meestal gemaakt op basis van goede ervaringen. Daarbij valt de keuze niet noodzakelijk op professionals gevestigd in de directe omgeving van de huisartsenpraktijk. 


Wordt de patiënt gebonden aan een huisarts of een praktijk?

De patiënt zal in de toekomst eerder praktijkgebonden zijn, met een voorkeur voor een specifieke arts. Dan is regelmatig overleg binnen de praktijk nodig en moet telkens één huisarts de eindverantwoordelijkheid opnemen voor elk individueel dossier. Specialiseren binnen de huisartsengroepspraktijk is zinvol en laat vlot een interne verwijzing toe.

Wat zijn de mogelijkheden van virtuele patiëntencontacten?

Terwijl digitale communicatie zijn plaats veroverd heeft binnen de samenleving, is dat binnen de spreekkamer van de huisarts amper het geval. Dat heeft onder andere te maken met de GDPR-wetgeving. Het gebrek aan een duidelijk kader rond gegevensbescherming sluit consulting via e-mail uit. Virtueel contact kan nuttig zijn, maar mag niet afdwingbaar zijn. De patiënt moet letterlijk ‘gezien worden’, luidt het adagium van huisartsen. Daarnaast stellen huisartsen vast dat patiënten virtuele consultaties maar moeilijk naar waarde schatten.

Toch staan artsen positief tegenover de mogelijkheden die het virtueel patiëntencontact kan bieden, zolang er goede technische en administratieve ondersteuning is. Dan kan de huisarts de rol opnemen als coach en adviseur bij gezondheidsvragen. Bij een “niet-pluis-gevoel” moet wel een klassiek doktersbezoek volgen. Bovendien moet elk virtueel contact zoals een consult gehonoreerd worden. 


Wat is de plaats van de huisarts tussen gespecialiseerde verpleegkundigen en medische specialisten?

De huisarts kent zijn grenzen qua specialisatie, maar wil voor zijn patiënt de spilfiguur zijn en betrokken blijven bij de uitbouw van elk zorgtraject. Momenteel zijn veel huisartsen overbevraagd en zien ze zich genoodzaakt om taken te delegeren. Huisartsen moeten erover waken dat hun rol als coach en coördinator behouden blijft en ze moeten zich hiernaar organiseren als individu én als kring. De beroepsgroep moet nadenken over de taken die huisartsen zeker bij zich willen houden.


Moeten huisartsen technische handelingen uitbesteden?

De uitbesteding van meer eenvoudige, technische handelingen naar verpleegkundigen lijkt een voor de hand liggende afstoting van verantwoordelijkheden. Hoewel dat bijvoorbeeld in Nederland common practice is, ontbreekt in België de vergoedingsregeling voor prestaties die de huisarts niet uitvoert. Bovendien zorgen technische handelingen voor variatie in de job en ziet de arts ze als een moment van klinisch redeneren of een informeel contactmoment met de patiënt. Huisdokters hebben verschillende ideeën over welke handelingen ze kunnen uitbesteden, vaak gebaseerd op persoonlijke voorkeuren.


Vergoeden we huisartsen beter forfaitair of prestatiegebonden?

Een verdeling tussen beide is bespreekbaar, maar de verhouding is moeilijk te bepalen. De forfaitaire vergoeding is een goed systeem, want het vergoedt grotendeels het werk dat dokters vroeger gratis presteerden. Het is maar de vraag welke prestaties in de toekomst forfaitair vergoed zullen worden. Toch sluit de beroepsgroep ook de ogen niet voor de valkuilen van forfaitair werken. Zo kan er met name binnen groepspraktijken een spanningsveld ontstaan tussen de samenwerkende artsen wanneer individuele prestaties niet langer vergoed worden.

Aan de andere kant geeft prestatiegeneeskunde voldoening aan de arts, want het is loon naar werken. Bovendien is er risico op overconsumptie van zorg door de patiënt als prestaties niet meer rechtstreeks aan een vergoeding gekoppeld zijn. 

Hoe vinden huisartsen de balans tussen werk en privé?

‘Bij de loodgieter lekt de kraan’ is een spreekwoord dat ook voor huisartsen van toepassing lijkt. Huisartsen werken veel en onregelmatig, waardoor zelfzorg en aandacht voor het privéleven gemakkelijk in het gedrang komen. Groepspraktijken bieden voor veel artsen de kans om de balans tussen werk en privé te behouden. De financiële toegift die men moet doen in een groepspraktijk weegt voor veel artsen op tegen de gewonnen levenskwaliteit.

Voor de weekendwachten kijkt men over de grens naar het Verenigd Koninkrijk, waar men het beroep van wachtarts introduceerde. Dat is een huisarts die enkel weekendwachten op zich neemt, zonder verbonden te zijn aan een eigen patiëntengroep. 


Dit artikel kwam tot stand dankzij de samenwerking en partnership tussen ING en Happy Aging.

Happy Aging als facilitator

Happy Aging stimuleert ondernemerschap binnen de (ouderen)zorg. Een uitgebreid netwerk van bedrijven, zorgorganisaties, kennisinstellingen, beleidsorganisaties en burgers wordt betrokken bij duurzame innovatie van de sector. In het unieke living lab legt Happy Aging de focus op de eindgebruiker: ouderen, mantelzorgers en zorgprofessionals. Zij geven feedback over hun noden, wensen en beperkingen en ze testen innovatieve producten en diensten. Binnen dat kader organiseerde Happy Aging deze debatavond in samenwerking met huisartsen uit de regio Limburg. De antwoorden op de vragen zijn een samenvatting van de reacties, opgetekend aan de verschillende gesprekstafels.