Innovatie

3 februari 2017

Deeleconomie: wat is het?

De deeleconomie wordt spontaan geassocieerd met opkomende virtuele platformen zoals Uber en Airbnb. Nochtans komt er geen delen aan te pas. Daarom stellen we een juistere term voor om deze talrijke nieuwe initiatieven te benoemen: de platformeconomie. Lees er meer over in dit artikel.

Deeleconomie: Platformeconomie:
  • Goederen worden gedeeld
  • Geen enkele vorm van winst bij het uitlenen van goederen
  • Brengt door middel van virutele platformen consumenten met elkaar in contact
  • Delen is hier geen vereiste
  • Er kan ook winst gemaakt worden
De evolutie van de deeleconomie

De deeleconomie lijkt aan een steile opmars bezig te zijn. De term zelf raakt steeds meer ingeburgerd in België.

Begin 2015 was slechts 24% van de Belgen vertrouwd met het begrip deeleconomie. Die cijfers zijn het resultaat van de ING International Survey.

Een peiling van maart 2016 toonde aan dat 33% van de respondenten minstens al van de term ‘deeleconomie’ gehoord hadden.

De 2 betekenissen van de deeleconomie

Toch is het erg onduidelijk wat men precies bedoelt met ‘deeleconomie’. Intuïtief verwijst de term naar twee verschillende zaken.

Enerzijds wordt de term gebruikt voor stelsels waarbij consumenten samen elkaars goederen en diensten kunnen gebruiken. Hierbij is er geen sprake van winstbejag, wederkerigheid staat centraal.

Anderzijds associëren velen de term ‘deeleconomie’ aan de opkomst van virtuele platformen die gebruik maken van nieuwe technologieën. Op die manier brengen ze consumenten moeiteloos in contact met particuliere producenten die goederen of diensten leveren. Die platformen kunnen ingezet worden om te delen, maar dat is geen vereiste, integendeel.

Goed om te weten:

Uber en Airbnb zijn de twee initiatieven die men het meest met de term ‘deeleconomie’ associeert. Maar paradoxaal genoeg is er doorgaans absoluut geen sprake van delen. Het gaat om een pure commerciële activiteit die wordt uitgevoerd met als doel het genereren van een inkomen voor de aanbieder. Wanneer een Uber-chauffeur een passagier vervoert, kan het lijken alsof hij een rit met hem deelt, terwijl hij in feite tegen betaling een dienst voor hem uitvoert. Spreken over deeleconomie creëert in dit geval dus enkel verwarring, die misschien wel doelbewust in stand wordt gehouden.

2 gecentraliseerde initiatieven: Villo en Cambio

Bij een gecentraliseerd initiatief is een organisatie eigenaar van de te delen goederen. Dat is onder meer het geval bij Villo en Cambio. Bij die organisaties lijken de gebruikers respectievelijk fietsen en auto’s te ‘delen’, maar in essentie gaat het om verhuur. Naast het feit dat ze gebruikmaken van moderne technologie, is er nauwelijks een onderscheid te maken met andere verhuurbedrijven.

Gedecentraliseerde initiatieven: een tussenpersoon

Dit ligt enigszins anders bij de gedecentraliseerde initiatieven. Daar spelen de platformen enkel de rol van tussenpersoon tussen de consument en de particuliere aanbieder van goederen of diensten. De platformen zijn nooit eigenaar van de goederen, en de dienstverleners blijven in principe zelfstandigen.

Binnen die groep maken we een verder onderscheid tussen de commerciële activiteiten en de ‘echte’ deelinitiatieven. Alles hangt af van de aan- of afwezigheid van het winstmotief. De kernfilosofie van delen is het samen gebruiken van een goed of een dienst. Zodra er winst gemaakt kan worden, wordt deze filosofie verdrongen.

4 commerciële platformen: Uber, Airbnb, TaskRabbit en Listminut’

Bij de commerciële platformen wordt een goed verhuurd of een dienst verleend tegen betaling. Zo kan de aanbieder winst maken. We kunnen hierbij denken aan Uber, die zelfstandige chauffeurs koppelt aan passagiers, of Airbnb, die logies koppelt aan gasten. Ook online platformen voor klusjes, zoals het Amerikaanse TaskRabbit en de Brusselse start-up Listminut’, worden hierbij gerekend.

Winstmotief staat centraal

We beschouwen deze activiteiten niet als deeleconomie omdat het winstmotief centraal staat. Hiertegen zou men kunnen opwerpen dat op commerciële platformen aangeboden goederen en diensten ook door de aanbieders zelf geconsumeerd kunnen worden, dus dat er sprake is van delen. Bijvoorbeeld, een Airbnb-verhuurder kan zelf van zijn kamer genieten wanneer hij die niet verhuurt. Het is echter niet het al dan niet effectief gedeeld gebruik die in onze classificatie telt, maar wel het achterliggende motief voor het aanbieden.

Toch innoverend

Dat commerciële platformen buiten de deeleconomie vallen, wil echter niet zeggen dat ze niet bijzonder innovatief kunnen zijn. De toegevoegde waarde van de platformeconomie ligt in de massale wegwerking van allerhande obstakels die transacties belemmeren, op het vlak van zoektocht, beschikbaarheid van informatie, communicatie en kwaliteitsbeoordeling. Een aantal muisklikken of swipes zijn voldoende om een product of dienst te selecteren, te bestellen en te betalen.

Dat is een interessante ontwikkeling omdat het de aard van de onderneming zelf in vraag stelt. Econoom en Nobelprijswinnaar Ronald Coase stelde vast dat ondernemingen ontstaan om transactiekosten te verminderen door transacties te internaliseren binnen een onderneming. De platformeconomie slaagt er echter in om transacties juist drastisch goedkoper te maken buiten een traditionele bedrijfsstructuur.

Belangrijke concurrenten

Commerciële platformen zoals Uber en Airbnb zijn in een mum van tijd uitgegroeid tot duchtige concurrenten van het ‘traditionele’ aanbod. Een deel van het succes heeft te maken met het regelgevend vacuüm waarin zij opereren. Dat vacuüm wordt echter stilaan gevuld. Zo is Airbnb in oktober 2015 een toeristenbelastingen beginnen heffen, die ze vervolgens doorstorten aan de stad Parijs, haar belangrijkste bestemming. Maar ook in een situatie van gelijk speelveld zouden bepaalde platformen de concurrentie met de klassieke spelers kunnen aangaan. Dat zou consumenten enkel ten goede komen. UberPOP werd vorig jaar in Brussel verboden, maar het concept van een bestel-app met geolokalisatie werd meteen gretig overgenomen door de bestaande taxibedrijven.

Deeleconomie

Met ‘echte’ deeleconomie verwijzen we naar alle activiteiten waarbij particulieren hun goederen of arbeid zonder winstoogmerk ter beschikking stellen van andere particulieren, waardoor zij er samen van kunnen genieten. Het gaat steevast om onderbenutte capaciteit: de aanbieder heeft zijn boor of auto niet constant nodig, waardoor de mogelijkheid ontstaat om die aan iemand anders uit te lenen.

Hierin ligt een belangrijk verschil met de commerciële activiteiten. Bij deze laatste kan er winst gemaakt worden. De activiteit beperkt zich dus niet meer louter tot het beter benutten van bestaande capaciteit, maar er ontstaat een stimulans om in bijkomende capaciteit te investeren. Het beste voorbeeld is het huren of kopen van een appartement met als enige doel het door te verhuren via Airbnb.

Wederkerigheid: Peerby en Couchsurfing

De afwezigheid van winstbejag binnen de echte deeleconomie wil echter niet zeggen dat er helemaal niets tegenover staat. Doorgaans gaan de activiteiten uit van wederkerigheid: in ruil voor een bijdrage kunnen aanbieders in de toekomst zelf genieten van de door het netwerk aangeboden diensten. Peerby, een deelnetwerk voor spullen, en Couchsurfing, waar leden gratis kunnen overnachten bij andere leden, zijn goede voorbeelden.

Gedeelde kosten: Blablacar, Tapazz en Caramigo

Daarnaast zijn er ook deelinitiatieven waarbij de kosten van de dienst gedeeld worden. Die initiatieven bevinden zich in een grijze zone. De mogelijkheid om consumenten te doen betalen kan het winstmotief introduceren.

Bij Blablacar bijvoorbeeld, betalen passagiers een deel van de kosten van de bestuurder. De website legt echter op dat de vraagprijs voor een rit nooit de gemaakte kosten kan overschrijden. De bestuurder kan dus slechts de kosten van een rit drukken, maar er nooit winst uit slaan. Anders zou Blablacar zich kunnen ontpoppen tot een soort Uber, waardoor het in onze typologie buiten de deeleconomie zou vallen. Blablacar exploiteert gewoon de onbenutte capaciteit van een rit die sowieso zou plaatsvinden, maar trekt geen bestuurders aan die louter uit zijn op winst.

Hetzelfde geldt voor Tapazz en Caramigo, virtuele platformen waarop mensen hun privéwagen kunnen verhuren aan geïnteresseerden. De huurprijs is nooit zo hoog dat de volledige kostprijs van de wagen kan worden gerecupereerd. Alleen de eigenaars die hun wagen zelf ook af en toe gebruiken, nemen deel.

Airbnb, een apart geval

Ten slotte maken sommige verhuurders gebruik van Airnbn om hun eigen huur te kunnen betalen (iets wat volgens een Brugse vrederechter recent beschouwd werd als onderverhuur, wat dus de toelating van de eigenaar vereist). In dat geval verlaat men ook de weg van de commerciële activiteit, in de richting van deeleconomie. Dat laatste voorbeeld laat zien dat het niet altijd even makkelijk is om virtuele platformen als geheel al dan niet binnen de deeleconomie te classificeren. Soms moet men neerdalen tot het niveau van de aangeboden activiteiten om hen van elkaar te kunnen onderscheiden.