Innovatie

1 juli 2016

Slimme steden: de toekomst is nu

Met een voorspelde marktwaarde van 2 biljoen dollar in 2020 zien overheden en bedrijven over de hele wereld grote potentie in de ‘slimme stad’. Ondertussen vragen wetenschappers zich af waar het bij deze steden van de toekomst écht om gaat. Kom er meer over te weten in dit artikel.

Songdo: de slimste stad ter wereld

De stad van de toekomst bestaat al. Hij heet Songdo, voluit Songdo International Business District, en ligt 65 kilometer ten zuidwesten van de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul. Deze futuristische stad van zo’n 90.000 inwoners noemt zichzelf trots de ‘slimste stad ter wereld’.

De stad is volgepropt met sensoren en camera’s die verkeersbewegingen, luchtkwaliteit, energieverbruik en andere menselijke activiteiten voortdurend monitoren. Dankzij deze en andere technologie, is de Zuid-Koreaanse stad ook een van de meest duurzame ter wereld. Alle gebouwen zijn vrijwel energieneutraal en de stad is zo ontworpen dat de fiets of het openbaar vervoer de handigste vervoermiddelen zijn. En daar komt nog eens bij dat Songdo opvallend groen is: maar liefst 40 procent van de grond is gereserveerd voor parken.

Een slimme stad, wat is het?

Songdo is wereldwijd een van de bekendste voorbeelden van een ‘slimme stad’. Over de exacte definitie lopen de meningen uiteen, maar de kern is dat digitale technologie wordt gebruikt om de stad beter te laten functioneren.

De ontwikkeling van slimme steden kwam op stoom door de komst van snellere internetverbindingen en technologieën zoals RFID-tags en big data, waardoor het mogelijk werd om snel en op grote schaal informatie te verzamelen en te analyseren. In de meest extreme vorm is de slimme stad één groot superbrein van met elkaar verknoopte systemen en circuits.

Marktwaarde van slimme steden

Songdo was er eerder dan zijn inwoners. De stad is in zijn totaliteit, in één keer, op de tekentafel ontworpen. Het ‘masterplan’ was klaar in 2005, kort daarna gingen de eerste palen de grond in. Sillicon Valley-reus Cisco had daarbij een stevige vinger in de pap. Het bedrijf is de hoofdleverancier van alle digitale hardware. Ook bedrijven als IBM, Microsoft, General Electric, Siemens, AT&T, Oracle en Google hebben grote smart city-divisies opgetuigd.

De potentie van slimme steden is dan ook enorm. Het Amerikaanse adviesbureau Frost & Sullivan schat dat de totale marktwaarde van slimme steden in 2020 een astronomische 2 biljoen dollar zal bedragen. In 2015 kondigde de nieuwe Indiase regering van premier Narendra Modi aan dat het in India honderd slimme steden wil creëren. In Europa en de Verenigde Staten is bijna geen stad te vinden waar het onderwerp niet hoog op de agenda staat.

“Het Amerikaanse adviesbureau Frost & Sullivan schat dat de totale marktwaarde van slimme steden in 2020 een astronomische 2 biljoen dollar zal bedragen.”

Inspelen op bestaande behoeften

Toch maakt technologie een stad niet automatisch ‘slim’, waarschuwt Gerhard Schmitt, hoogleraar Information Architecture aan de Zwitserse universiteit ETH Zürich en directeur van het ETH Future Cities Laboratory Simulation Platform. Sterker nog: Schmitt wil veel zogenaamd slimme steden niet eens slim noemen, ‘hooguit gedigitaliseerd’. Slim worden steden in de visie van Schmitt pas, wanneer digitale technologie inspeelt op werkelijk bestaande behoeften van inwoners.

“Technologie maakt een stad niet automatisch slim. Slim worden steden pas wanneer digitale technologie inspeelt op werkelijk bestaande behoeften.”

Het is die benadering van de slimme stad, die steeds meer in zwang raakt. Daarbij proberen we eerst vast te stellen wat de werkelijke problemen zijn waar bewoners mee te maken hebben. Dat doen we door zoveel mogelijk gebruik te maken van big data. We verzamelen bijvoorbeeld informatie over verkeersstromen of luchtvervuiling, en kijken vervolgens welke technologische oplossingen er voorhanden zijn.

Ook Michiel de Lange, onderzoeker aan de Universiteit Utrecht, denkt dat de nadruk is verschoven naar het verbeteren van bestaande steden. De Lange: “Je moet gebruik maken van de slimheid van de burgers. Niet top-down allerlei nieuwe technologie loslaten op de stad, maar aansluiting zoeken bij het bestaande stedelijke weefsel en de kennis die al in de stad aanwezig is.”

Van top-down tot bottom-up

De overtuiging van Schmitt en De Lange dat greenfield-projecten passé zijn, sluit aan bij de theorie van de Amerikaanse urban strategist Boyd Cohen. Hij definieerde drie ontwikkelingsfasen van slimme steden.

Eerste generatie

Volgens Cohen werd de eerste generatie slimme steden, zoals Songdo (begonnen in 2003), vooral vormgegeven door de leveranciers van de technologie. De innovatie werd van bovenaf opgelegd, met weinig aandacht voor de manieren waarop de technologie het leven van de stadsbewoners kan verbeteren.

Tweede generatie

Onder de tweede generatie slimme steden schaart Cohen steden waarbij de vernieuwing gedreven wordt door stadsbestuurders. De innovatie is vraaggestuurd.

Derde generatie

De meest recente ontwikkelingen zijn volgens Cohen slimme stad-innovaties die niet worden geïnitieerd door bedrijven (1.0), stadsbestuurders (2.0), maar door de burgers zelf (3.0). Het kan daarbij gaan om verschillende vormen van co-creatie. Dit kunnen grootschalige projecten of hyperlokale, kleinschalige initiatieven van burgers zijn. Denk bijvoorbeeld aan projecten om gereedschap te delen of samen een moestuin op te zetten.

Close-up

Het Colombiaanse Medellín is een goed voorbeeld van een slimme stad 3.0. De stad werd in 2013 door het Urban Land Institute uitgeroepen tot Innovative City of the Year. In Colombia’s tweede stad is 5 procent van het gemeentebudget gereserveerd voor burgerinitiatieven op buurtniveau. Met dit geld is onder meer een netwerk van gondels en openlucht-roltrappen gebouwd, waardoor inwoners van een aantal arme wijken nu sneller in het stadscentrum kunnen komen.

Een kritische noot

Toen het concept van de slimme stad voor het eerst opgeld deed, was er vanuit veel hoeken kritiek op het ongebreidelde vertrouwen in technologie. De bezwaren gelden vooral voor slimme steden ‘1.0’. Nu het concept zich verder ontwikkelt, lijkt ook de fundamentele kritiek enigszins te verstommen. Al blijven er deskundigen die zich niet laten overtuigen.

Zo beweert Gary Graham, operations- en supply chain-deskundige aan Leeds University dat uiteindelijk niet iedereen in gelijke mate zal profiteren van de slimme stad van de toekomst: “Vaak is er geen sociale agenda. De ontwikkeling van slimme steden wordt vooral gedreven door de behoefte van bedrijven om meer hoogopgeleide talenten naar steden te trekken. Dat betekent dat er nog minder reden is om te investeren in de bewoners van achterstandswijken. De kloof tussen arm en rijk wordt daardoor nog groter dan die nu al is.”

Voordelen voor arm en rijk, jong en oud?

“Mensen zijn sociale wezens. Ze zullen er altijd in meerderheid voor kiezen om dicht bij elkaar te wonen. En dat is niet voor niets: steden zijn geweldig, het zijn plekken waar de meeste waarde wordt gecreëerd.”

Zoveel pessimisme is aan Schmitt niet besteed. Hij is ervan overtuigd dat technologie onmisbaar is om het leven in onze, steeds groter wordende, steden leefbaar te houden. Volgens hem profiteren uiteindelijk alle lagen van de bevolking daarvan, arm en rijk. In de eerste plaats omdat het prettig is wanneer een stad goed functioneert - van het efficiënt ophalen van de vuilnis tot goed openbaar vervoer. In de tweede plaats omdat slimme steden hoger opgeleiden trekt, zoals ook Graham vaststelt. Maar Schmitt meent dat zij een belangrijke bijdrage leveren aan het floreren van stadseconomieën en zo voor meer werkgelegenheid zorgen.