Overdracht

6 Februari 2017

2 problemen bij de overdracht van een vennootschap en hun oplossingen


Of u nu verkoopt aan een derde (externe verkoop) dan wel overdraagt aan uw kinderen (interne opvolging), er zijn hoe dan ook twee activaposten die vaak een probleem stellen:
  • Roerende goederen of decash
  • Onroerende goederen of het vastgoedpatrimonium opgebouwd in de vennootschap in de loop der jaren.
Ontdek hoe u die problemen kunt aanpakken.

Wat met roerende goederen?
“Een dividendenuitkering is duur, maar het overnemen van liquide middelen houdt voor de overnemer vaak een extra lening in en dat is niet altijd mogelijk.”

We illustreren het probleem met een voorbeeld: De heer Peeters produceert keukens en heeft een goed draaiend bedrijf. Jaar na jaar worden de winsten opgepot in de vennootschap. Want een dividenduitkering is duur: in het beste geval betaalt men 15% roerende voorheffing en in het slechtste geval nu 27%! Na enkele jaren staat er 2.000.000 euro cash op de actiefzijde van de nv. De heer Peeters heeft geen opvolgers maar zijn concurrent Janssens wel en die wil uitbreiden. Er worden gesprekken aangeknoopt over een verkoop maar als snel blijken de liquide middelen een probleem: bvba Janssens is een kmo en moet lenen voor deze overname. Dus moet er 2.000.000 euro extra worden geleend en dat is onmogelijk.

Wat kunt u doen?

Liquide middelen kunnen uitgekeerd worden maar daar hangt een fiscaal kostenplaatje aan vast. Om te beginnen moet de passiefkant van de balans geanalyseerd worden. Als de vennootschap een hoog kapitaal heeft (we gaan uit van een niet-beursgenoteerde nv met natuurlijke personen als aandeelhouder), kan een kapitaalvermindering worden doorgevoerd. Vooraf moet dan nagegaan worden wat de fiscale samenstelling van dat maatschappelijke kapitaal is, want enkel de terugstorting van kapitaal gevormd door inbreng in geld of in natura (handelszaak, aandelen enzovoort) kan zonder roerende voorheffing gebeuren. Dat is fiscaal de meest interessante weg.

5 alternatieve oplossingen
  1. Naast het kapitaal kunnen ook de winsten die werden opgepot in de vennootschap als dividend worden uitgekeerd. Fiscaal is dat minder interessant want de roerende voorheffing bedraagt ondertussen 27%. De heer Peeters zou bij een dividenduitkering dus meer dan 500.000 euro kwijt zijn.

  2. Gelukkig zijn er ook aandelen waarvoor een verlaagd tarief van 15% (vanaf het derde boekjaar na inbreng) ofwel 20% geldt. Die treft men echter enkel aan in kleine vennootschappen en mits een aantal voorwaarden: kapitaal gevormd door inbreng in geld na 01/07/2013, volstort, op naam enzovoort. Wie dergelijke aandelen heeft, kan best eens nadenken over een dividenduitkering vooraleer de regering ook dit tarief nog verhoogd.

  3. Een andere planningstechniek kan erin bestaan om in een laag gekapitaliseerde vennootschap (bijvoorbeeld een bvba met kapitaal van 20.000 euro) het maatschappelijke kapitaal fors te verhogen door een inbreng in geld, bijvoorbeeld met 80.000 euro. Wanneer daarna een dividend wordt uitgekeerd zal 80% van het dividend met een verlaagd tarief van 15% of 20% kunnen worden uitgekeerd. Dat levert al snel een besparing op van meer dan 100.000 euro in het geval van de nv Peeters.

  4. Een radicale benadering is de vennootschap te vereffenen, de cash te houden en alles wat samenhangt met de bedrijfsactiviteit in een nieuwe vennootschap in te brengen. Vroeger een interessante piste omdat de roerende voorheffing op de liquidatiebonus slechts 10% bedroeg, maar intussen is die naar 27% gestegen. Dan is een dividenduitkering wel eenvoudiger temeer daar op de activa van de exploitatie misschien een meerwaarde zit die belast zal worden in de vennootschapsbelasting. Een andere voordelige route die werd afgesneden is de inkoop van eigen aandelen. Ook daar bedraagt het tarief nu 27%. De inkoop is ook kwantitatief beperkt door het vennootschapsrecht namelijk tot 20% van het kapitaal.

  5. In het verleden werden ook vaak holdingstructuren geplaatst boven gewone vennootschappen zoals de nv Peeters. Dit met als doel gebruik te maken van de vrijstelling van roerende voorheffing voor de uitkering van dividenden van de dochter naar de moedervennootschap. Concreet keert de nv Peeters de 2.000.000 euro met vrijstelling van voorheffing uit aan haar holding (wel een zeer beperkte taxatie in de vennootschapsbelasting) en in een tweede fase wordt het kapitaal van de holding verminderd ten voordele van de heer Peeters. Deze kapitaalvermindering wordt aangerekend op het kapitaal van de holding dat gevormd werd door inbreng in natura (de aandelen van de nv Peeters) en is er dus geen voorheffing verschuldigd. In de praktijk is dit niet zo eenvoudig, vaak heeft de fiscus dergelijk scenario aangepakt met een taxatie aan 33% van de zogeheten speculatieve meerwaarde die de heer Peeters realiseert bij de inbreng van de aandelen van de nv Peeters in de holding. Het is dus noodzakelijk om hierover een ruling te krijgen en men stelt zich de vraag of de bevoegde administratie daar vandaag nog een positieve ruling over zal afleveren … Advies over meerwaarden op aandelen en vooral de passage over de overtollige liquiditeiten, vindt u in de publicatie van 27/11/2014 op www.ruling.be.

Wat met de onroerende goederen?

Ook dit illustreren we aan de hand van een voorbeeld:

“Een onroerend goed overkopen van een vennootschap? Dat is zowel voor de koper als voor de verkopende vennootschap een dure zaak.”

Het kan iedere bedrijfsleider overkomen. De heer Vandeput is actief in de chocoladeproductie en ziet op een mooie zomerdag aan zee een prachtig appartement, een koopje en … hij gaat ervoor. Vooraf belt hij toch even met de boekhouder en die raadt aan de aankoop met zijn vennootschap te doen. Op de bankrekening staat er toch 500.000 euro en de vennootschap kan het goed afschrijven. De beslissing is snel genomen. Enkele jaren later bleek dat niet zo een goed idee. Vandeput junior wil de chocoladefabriek overnemen van zijn vader en ontdekt het appartement in de balans. Als gevolg moet hij nog eens 600.000 euro lenen voor de overname en daar heeft hij geen zin in.

Wat kunt u doen?

Vader Vandeput heeft een eenvoudige oplossing voorhanden. Hij zal het appartement overkopen van de nv Vandeput, maar wordt iets minder enthousiast wanneer hij de fiscale afrekening te zien krijgt. Hij zal niet alleen registratierechten moeten betalen bij de aankoop (10% in Vlaanderen en 12,5% in Wallonië en Brussel), ook de verkopende vennootschap wordt belast op de meerwaarde aan het normale tarief van 34%. De meerwaarde wordt berekend door het verschil te maken tussen de verkoopprijs en de boekwaarde. De afschrijvingen uit het verleden worden hier dus fiscaal teruggedraaid waardoor de fiscale meerwaarde nog groter is dan het verschil tussen aankoop en verkoopprijs. De belasting van de meerwaarde kan gespreid worden in de tijd als de verkoopprijs van het appartement wordt herbelegd door de vennootschap in afschrijfbare activa, iets wat zoon Vandeput misschien kan overwegen wanneer hij na de overname de activiteit uitbreidt. Al bij al een dure oplossing.

2 alternatieve oplossingen
  1. De laatste jaren worden veel (partiële) splitsingen doorgevoerd. Die vennootschapsrechtelijke techniek is tijdrovend want ze duurt enkele maanden, maar laat wel toe een onroerend goed uit de vennootschap toe te bedelen aan de aandeelhouder(s). Onder bepaalde voorwaarden kan dit zelfs belastingvrij. Het is aangewezen hiervoor een ruling te vragen (meer advies over de toepassing van de antimisbruikbepalingen bij reorganisaties leest u in de publicatie van 27/11/2014 op www.ruling.be). Het goede nieuws is dat hiervoor wel positieve rulings worden afgeleverd). Zakelijke overwegingen en de afwezigheid van belastingfraude of ontwijking als hoofddoel of een van de hoofddoelen zijn hierbij cruciaal.

  2. Een andere benadering is dat de nv Vandeput wordt omgevormd tot een patrimoniumvennootschap waarin nog enkel het appartement zit. Alle activa en passiva die samenhangen met de exploitatie worden overgedragen aan een nieuwe exploitatievennootschap via een partiële splitsing na ruling. In een latere fase kan de nieuwe exploitatievennootschap dan overgedragen worden aan Vandeput junior. In feite komt dit neer op de omgekeerde beweging: niet het vastgoed maar de exploitatie wordt uit de vennootschap gehaald.

Conclusie: bezint eer u begint

Bij overnames van bedrijven is timing van cruciaal belang. Als verkoper zult u zelden de luxe hebben om lang na te denken en nog minder om alles zes maanden uit te stellen om eerst een partiële splitsing door te voeren. Als de liquide middelen op dat moment een probleem vormen, zit er niets anders op dan ze uit te keren als dividend en roerende voorheffing te betalen. Ook de persoonlijke aankoop van een appartement kan redelijk snel worden afgewerkt maar heeft zware fiscale implicaties.

Voor de bedrijfsleider die nog niet aan een overdracht toe is, is dit artikel alvast een aanzet tot doordacht handelen. Laat uw bedrijf evolueren naar een richting die flexibiliteit toelaat. Zo kan het op lange termijn misschien zinvoller zijn zichzelf een dividend uit te keren om een appartement privé aan te kopen in plaats van de vennootschap op te zadelen met een actief dat niet van operationeel belang is. Laten we ten slotte ook het risicoaspect niet uit het oog verliezen: alle activa in een exploitatie of productievennootschap kunnen ook een economisch risico vormen. Werken met verschillende vennootschappen (patrimoniumvennootschap naast werkvennootschap) is dus het overwegen waard, niet alleen in het kader van de overdracht maar ook ter bescherming van het privévermogen.

Hebt u nog vragen?

Neem voor meer vragen contact op met uw ING contactpersoon of maak een afspraak in een van onze kantoren.