Economie

3 Juni 2016

De beleidsrente van de ECB: wat moeten we onthouden van de vergadering?


Op donderdag 2 juni heeft de Raad van Bestuur van de Europese Centrale Bank opnieuw vergaderd om de belangrijkste rentetarieven vast te stellen. Onze economisten volgden aandachtig de persconferentie en delen graag met u de belangrijkste elementen en hun visie.

Te onthouden:
  • De ECB houdt haar beleidsrente ongewijzigd op 0,00%. De rente op de depositofaciliteit blijft op - 0,40%.
  • Het kwantitatief versoepelingsprogramma zal vanaf 8 juni ook obligaties van niet-financiële privébedrijven in de eurozone omvatten. Dit moet de verhoging van het maandelijkse aankoopritme -van 60 tot 80 miljard euro per maand-, dat in de maand april is ingegaan, mee mogelijk maken.
  • De ECB blijft wachten op de economische impact van de maatregelen die deze maand van start zullen gaan: de herfinancieringsoperaties voor banken op lange termijn en de aankoop van bedrijfsobligaties. Deze effecten moeten bijdragen tot een ‘herbalancering van de risico’s’ voor de inflatie en de groei.
De ECB tempert het optimisme en blijft voorzichtig

De ECB is uiterst voorzichtig gebleven tijdens haar vergadering in juni: de groei van het bruto binnenlands product in het eerste kwartaal werd beschouwd als een aangename verrassing, maar de groei zou moeten vertragen in het tweede kwartaal. Het herstel is niet in gevaar, dankzij de aantrekkende binnenlandse vraag en de door de ECB zelf verbeterde financieringsvoorwaarden. Volgens voorzitter Mario Draghi zijn er echter wel nog steeds meer negatieve dan positieve risico’s, hoewel dit onevenwicht minder klein is dan voorheen.

Tot zover het optimisme. De officiële vooruitzichten van de ECB zijn immers ongewijzigd gebleven voor 2017 (1,7% groei en 1,3% inflatie) en de groeiprognose voor 2018 zijn zelfs lichtjes naar beneden herzien (van 1,8% tot 1,7%). Bovendien blijft de inflatieprognose voor 2018, namelijk 1,6%, onder de ECB-doelstelling. De enige vooruitzichten die erop vooruitgingen waren die van dit jaar: de groei zou iets sterker moeten zijn (1,6%, eerder dan 1,4%) en de inflatie iets hoger (0,2%, eerder dan 0,1%). Ondanks de reeds genomen maatregelen, blijft dit dus niet denderend.

Bovendien zijn de verwachtingen van juni afhankelijk van de volledige toepassing van alle reeds genomen maatregelen. Vele daarvan moeten echter nog worden uitgevoerd: bijna de helft van de kwantitatieve versoepeling, en vier herfinancieringsoperaties op lange termijn. Volgens ons verhoogt dit de kans dat de ECB toch nog meer zal moeten doen. Er zijn slechts twee gevallen, die vandaag onwaarschijnlijk lijken, waarbij de ECB haar aankoopritme vanaf de lente 2017 effectief zou beginnen afbouwen: een groei en een inflatie hoger dan de huidige verwachtingen, of een economisch herstel dat niet meer afhankelijk zou zijn van de steun van de ECB.

De deur voor andere groeimaatregelen blijft open staan.

Hoewel hij geen nieuwe maatregelen aankondigde, heeft Draghi wel zijn pleidooi voor andere groeimaatregelen versterkt: het inzetten van de beschikbare budgettaire marges en het uitvoeren van structurele hervormingen. In afwachting hiervan is het duidelijk dat Draghi een aantal troeven wilde behouden voor later, vooral aangezien er deze maand heel wat te gebeuren staat, zoals het Brexit-referendum en de beslissing van de Amerikaanse Federal Reserve. Op dit moment denken we dat de ECB nog zal wachten totdat ze de impact van de reeds aangekondigde, maar nog niet uitgevoerde maatregelen kan inschatten. Als de groei of de inflatie lager zouden uitkomen dan de vandaag gepubliceerde prognoses, is het bijna zeker dat de kwantitatieve versoepeling verlengd zal moeten worden.

Voor bijkomende informatie, bekijk de webcast van de vergadering hier

Anthony Baert
Economist