Beleggen

29 mei 2018

Begroting 2018: fiscale maatregelen die voor beleggers relevant zijn

In het kader van de begroting 2018 heeft de regering-Michel een aantal fiscale maatregelen genomen die zowel positieve als negatieve effecten kunnen hebben voor de beleggers. We bespreken hier de meest relevante maatregelen voor u als cliënt.

Wet van 7 februari 2018 tot invoering van een taks op de effectenrekeningen (BS 09.03.18). Inwerkingtreding op 10 maart 2018.

Het gaat hier om een taks van 0,15 %, die verschuldigd is in hoofde van elke natuurlijke persoon die (mede)titularis is van een of meer effectenrekening(en), wanneer de gemiddelde waarde van de “belastbare financiële instrumenten” op deze rekening(en) in totaal 500.000 EUR of meer bedraagt.

De personen die onderworpen zijn aan deze taks, zijn natuurlijke personen die in Belgi�� wonen, voor hun effectenrekeningen geopend in België of in het buitenland, evenals de natuurlijke personen die niet in België wonen, voor hun effectenrekeningen geopend in België (tenzij het gaat om inwoners van een land waarmee België een dubbel belastingverdrag heeft ondertekend zodat het vermogen enkel in het land van de verblijfplaats kan worden belast: bijvoorbeeld Luxemburg, Nederland en Duitsland).

De “belastbare financiële instrumenten” zijn de volgende instrumenten die zijn ingeschreven op de effectenrekeningen:

  • aandelen van gewone vennootschappen, Belgische of buitenlandse, al dan niet beursgenoteerd, evenals certificaten betreffende dergelijke aandelen;
  • obligaties, structured notes, OLO, staatsbons, enzovoort, al dan niet beursgenoteerd, die een kapitaalgarantie bieden, evenals certificaten betreffende dergelijke effecten;
  • kasbons;
  • warrants
  • deelbewijzen of aandelen van instellingen voor collectieve beleggingen (sicav of gemeenschappelijk beleggingsfonds (GBF) bijvoorbeeld, evenals trackers uitgegeven in de vorm van een sicav of een GBF).

De volgende producten zijn geen “belastbare financiële instrumenten”:

  • afgeleide producten (opties, futures, swaps, enz.),
  • grondstoffen (goud, enz.),
  • pensioensparen (Star fund bijvoorbeeld),
  • verzekeringscontracten (tak 21 en tak 23 bijvoorbeeld),
  • obligaties of structured notes zonder kapitaalgarantie (bijvoorbeeld, obligaties die terugbetaalbaar zijn in aandelen en reverse convertible bonds).

De gemiddelde waarde van de “belastbare financiële instrumenten” van een effectenrekening is gelijk aan de som van de waarden van de voormelde instrumenten, vastgesteld op de verschillende “referentiepunten” van de “referentieperiode” van de rekening, gedeeld door het aantal “referentiepunten”.

In de veronderstelling dat een natuurlijke persoon titularis is van twee of meer effectenrekeningen, moeten de gemiddelde waarden van de rekeningen waarvan de “referentieperioden” eindigen op dezelfde dag, worden opgeteld om na te gaan of de referentiedrempel van 500.000 EUR wordt bereikt.

In geval van een effectenrekening met twee of meer medetitularissen stipuleert de wet dat het gedeelte “belastbare financiële instrumenten” dat toekomt aan elke medetitularis, wordt geacht in verhouding te zijn tot het aantal medetitularissen die natuurlijke personen zijn (principe van de “gelijke aandelen”).

De taks van 0,15 % is verschuldigd op de totaliteit van het bedrag van de (totale) gemiddelde waarde, vanaf de eerste eurocent.

Voor een Belgische belegger met drie effectenrekeningen in België en/of het buitenland, waarop “belastbare financiële instrumenten” zijn ingeschreven voor een totale gemiddelde waarde van 1.000.000 euro, bedraagt de taks dus 1.500 euro.

In verband met de effectenrekening(en) bij een Belgische bank stipuleert de wet het volgende:

  • indien de referentiedrempel van 500.000 EUR wordt bereikt voor deze effectenrekening(en), moet de taks automatisch worden ingehouden (= zonder de toestemming van de (mede)titularis) door die bank;
  • indien de referentiedrempel van 500.000 EUR niet wordt bereikt voor die effectenrekening(en), kan de (mede)titularis opteren, uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand die volgt op het einde van de “referentieperiode” van de effectenrekening(en), voor de inhouding van de taks door die bank.

Wanneer de bank de taks niet inhoudt, komt het aan de natuurlijke persoon toe om zijn fiscale verplichtingen na te komen in termen van aangifte en betaling van de taks in kwestie aan de Belgische schatkist, in de veronderstelling dat de toepasselijke voorwaarden hiervoor vervuld zijn.

Programmawet van 25 december 2017 (BS 29.12.17). Wijziging inwerkingtreding op 1 januari 2018.

Tot nu toe was er een roerende voorheffing (30%) verschuldigd op meerwaarden van deelbewijzen van een ICB (instelling voor collectieve belegging) (bijv. een bevek) die meer dan 25% van zijn vermogen belegt in 'schuldvorderingen' (obligaties, gelddeposito's, enz.). De drempel van 25% blijft gelden voor alle deelbewijzen van ICB's die voor 31 december 2017 aangekocht werden. Voor deelbewijzen van ICB's die na 1 januari 2018 aangekocht worden, geldt er een nieuwe drempel van 10%. Dit wil zeggen dat de gerealiseerde meerwaarde van een ICB die bijvoorbeeld voor 15% belegt in obligaties en die na 1 januari 2018 aangekocht werd, voortaan belast zal worden.

Een ICB die voor 100% belegt in aandelen, zal geen invloed ondervinden van de nieuwe regels.

Programmawet van 25 december 2017 (BS 29.12.17). Wijziging inwerkingtreding op 8 januari 2018.

De twee tarieven voor de TOB, 0,09% en 0,27%, worden vanaf 8 januari 2018 verhoogd tot 0,12% en 0,35%.

Programmawet van 25 december 2017 (BS 29.12.17). Wijziging inwerkingtreding op 1 januari 2018.

Op de aankoop/verkoop van distributie of kapitalisatie deelbewijzen in een gemeenschappelijk beleggingsfonds (GBF) van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER) dat niet geregistreerd is bij de FSMA, is voortaan een TOB verschuldigd van 0,12% in plaats van 0,35% (0,27% tot en met 7 januari 2018).

Op de aankoop/verkoop van distributie of kapitalisatie deelbewijzen in een beleggingsvennootschap (bev(a)ek) van een lidstaat van de EER en die niet geregistreerd is bij de FSMA, is voortaan een TOB verschuldigd van 0,12% in plaats van 0,35% (0,27% tot en met 7 januari 2018).

Programmawet van 25 december 2017 (BS 29.12.17). Wijziging inwerkingtreding op 1 januari 2018.

Er is voortaan geen belasting verschuldigd in België op de eerste schijf van 640 EUR (geïndexeerd bedrag voor het inkomstenjaar 2018) per jaar aan dividenden, afkomstig uit België of het buitenland, door natuurlijke personen die in België wonen en natuurlijke personen die niet in België woonachtig zijn. Dat levert de belegger een bescheiden fiscaal voordeel van 192 euro op. De maatregel is bedoeld om meer spaargeld naar de reële economie te doen vloeien en investeringen aan te moedigen.

Opgelet: deze belastingvrijstelling wordt uitsluitend verleend in de vorm van een terugbetaling van de roerende voorheffing (30%) op deze dividenden die verplicht aan de bron ingehouden wordt. De belastingbetaler moet in zijn belastingaangifte de dividenden aangeven waarvan hij de terugbetaling van de roerende voorheffing wenst.

Opgelet : deze vrijstelling is niet van toepassing, bij voorbeeld, op dividenden uitgekeerd door beleggingsvennootschappen (bev(a)ek) noch op liquidatieboni of inkoopboni uitgekeerd door gewone vennootschappen.

Wetsvoorstel betreffende de versterking van de economische groei en sociale cohesie (parlementair doc. nr. 2922). Het gaat om een wetsvoorstel dat op het moment van de redactie van dit document nog niet gestemd werd in het Parlement, en dus nog niet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en nog niet in werking getreden.

Pensioenspaarders hebben voortaan de keuze tussen twee mogelijkheden.

  • Ofwel doorgaan met fiscaal voordelig sparen voor een maximaal bedrag van 960 euro. Het belastingvoordeel blijft in dat geval 30% (wat een maximaal voordeel oplevert van € 288).
  • Ofwel sparen ze een maximaal bedrag van 1.230 euro. Het belastingvoordeel is in dat geval goed voor 25% (307,5 euro). Het maximaal fiscaal voordeel stijgt dus met 19,5 euro indien u bereid bent om 270 euro extra opzij te zetten.

Bij gebrek aan gepubliceerde wettelijke teksten is het momenteel nog niet mogelijk om te sparen tot het verhoogde plafond van 1.230 euro.

Hoeveel belastingen betaalt een belegger?
Een voorbeeld
  • Een belegger heeft een effectenportefeuille van 1.000.000 euro. Hij bezit voor 400.000 euro in aandelen, 400.000 euro in obligaties en 200.000 euro in beleggingsfondsen
  • Hij doet 10 aandelentransacties van elk 5.000 euro
  • Hij int 10.000 euro brutodividend
  • Hij beslist om vanaf 2018 voor 1.200 euro aan pensioensparen te doen in plaats van 940 euro
Betaalde belastingen 2017 2018
Taks op effectenrekening 0 € 1.500 €
Beurstaks 135 € 175 €
Roerende voorheffing op dividenden 3.000 € 2.812 €
Aftrek pensioensparen -282 € -300 €
Totaal 2.853 € 4.187 €