Private Banking

Negatieve rente op obligaties zo goed als verdwenen

De berg met obligaties die een negatieve rente opleverden is verdwenen, nu Japanse obligaties net als de rest van de wereld weer een positief of nulrendement opleveren.

De hoeveelheid obligaties waarop beleggers een negatief rendement ontvingen, bereikte eind 2020 een hoogtepunt op 18,4 biljoen dollar, toen de centrale banken wereldwijd hun rentevoeten op of onder nul hielden en obligaties opkochten om de rente de kop in te drukken. Nu de centrale banken hun monetair beleid volop aan het verstrakken zijn – volgens Bloomberg zal hun gemiddelde rente pieken op 6% in het derde kwartaal om daarna terug te zakken tot 5,8% tegen het einde van 2023, het hoogste niveau sinds 2001! – als reactie op de hoge inflatie, is de totale marktwaarde van schuldpapier dat een negatief rendement oplevert wereldwijd gedaald tot nul (zie grafiek)!




De rente in Japan schoot omhoog nadat de Japanse centrale bank de markten op 20 december verraste door de bandbreedte voor de rente op 10-jarige overheidsobligaties te verdubbelen tot 0,5%. Bijgevolg is het aantal obligaties met een negatieve rente in de Bloomberg-index die vastrentende uitgiftes met een looptijd van minstens één jaar volgt gekrompen tot nul. Ter herinnering: het aantal obligaties in deze index piekte in december 2020 op meer dan 4600!

De Japanse obligaties waren de laatste om het clubje van de negatieve rente te verlaten, omdat de Japanse beleidsmakers zo lang vasthielden aan hun ultrasoepel monetair beleid, dat al van voor de pandemie dateert. Beleggers gaan ervan uit dat de laatste monetaire autoriteit ter wereld die nog een ultrasoepel beleid voert zich stilaan opmaakt om het beleid te normaliseren. In de VS verhoogde de Federal Reserve de beleidsrente vorig jaar met 4,25%, de grootste verhoging sinds 1973, en de Amerikaanse rente op 10 jaar staat momenteel op ongeveer 3,6%. De Europese Centrale Bank maakte in juli een eind aan het negatieverentebeleid, gevolgd door de collega’s in Zwitserland en Denemarken vanaf september. Bijgevolg behoren negatieve rentevoeten in de eurozone stilaan tot het verleden, zelfs op kortlopend schuldpapier. De Duitse en Franse rente op 10 jaar leveren momenteel respectievelijk 2,3% en 2,8% op, een groot verschil met een jaar geleden, toen ze ongeveer nul procent opleverden.

Hoewel economische indicatoren en de toon van de centrale banken voor een volatiele handel in obligaties kan zorgen, kan de rally op de obligatiemarkt gerust nog een tijdje doorgaan. Zelfs als het herstel niet zonder slag of stoot verloopt - er dreigt immers een recessie - lijkt een groot deel van de toekomstige renteverhogingen al in de koersen verwerkt te zitten. Nu het effect van de inflatie- en renteschok stilaan uitgewerkt lijkt, zullen obligaties misschien herstel boeken in de eerste helft van 2023. Vandaar dat we geen verdere koersdalingen meer verwachten voor deze beleggingscategorie en we de voorkeur blijven geven aan kwaliteitsvolle obligaties ("investment grade") boven obligaties van mindere kwaliteit ("hoogrentende” of “high yield” obligaties).

  • Overheden en bedrijven overal ter wereld betalen een ongezien hoge kostprijs om hun obligaties te herfinancieren, een last die nog grotere barsten zal slaan in de schuldenmarkten en nog meer kwetsbaarheden zal blootleggen bij de zwakkere kredietnemers. Een bedrijf dat nu nieuwe investment grade obligaties wil uitgeven zal daarop gemiddeld een 1,7% hogere rente moeten betalen dan de coupon op bestaande effecten, vermits dit verschil in de voorbije weken naar een nieuw record is gestegen (zie grafiek). Dit betekent dat hoogrentende bedrijfsobligaties wellicht moeite zullen hebben om hun schulden terug te betalen en hun ratingvooruitzichten wellicht zullen verslechteren naarmate de kans op een recessie toeneemt. Moody’s voorspelt dat de wanbetalingsgraad tegen november volgend jaar zal stijgen tot 4,9% (in het basisscenario) of 12,6% (in het “extreem pessimistische” scenario), in vergelijking met een prognose van 2,9% op het einde van 2022. Bovendien is hun risicopremie minder sterk gestegen dan men zou kunnen verwachten na deze opeenvolging van renteverhogingen, in elk geval niet genoeg om te compenseren voor het groeiende defaultrisico. Vandaar dat we op onze hoede blijven voor hoogrentende obligaties.



  • Obligaties van hoge kwaliteit daarentegen zijn aan een grote comeback bezig en zijn nu een van de meest gegeerde beleggingscategorieën op de markt. Sommige beleggers verhogen hun blootstelling aan obligaties van zogeheten ”blue chip” ondernemingen, omdat de rente die ze ontvangen om de obligaties tot de vervaldatum bij te houden al sinds de wereldwijde financiële crisis niet meer zo hoog was. Wereldwijde investment grade obligaties leveren nu bijna 3,5% op; dat is evenveel als hoogrentende obligaties in het begin van het jaar (zie grafiek). Dat is een ingrijpende verandering voor de wereldwijde markt voor investment grade obligaties, goed voor 55 biljoen dollar, die vorig jaar zware verliezen leed door de agressieve renteverhogingen van de centrale bank. De zware verliezen voor investment grade obligaties, ondanks de zo goed als onbestaande kans op een wanbetaling - de gemiddelde kans op een default over vijf jaar is 0,04% in vergelijking met 0,02% in het begin van het jaar - hebben nu een van de gunstigste instapmogelijkheden in jaren gecreëerd. Zelfs als de spreads zouden verruimen in 2023, geeft de bijna drie keer hogere rente op investment grade bedrijfsobligaties dan een jaar geleden de belegger een veel grotere buffer om dit op te vangen. 

 


  • Bovendien zou de huidige kloof (1,2%) tussen de gemiddelde rente op investment grade obligaties (bedrijfs- en staatsobligaties) en het gemiddelde dividendrendement op aandelen in de MSCI World All Countries index, die nu het grootst is sinds 2008, positief onthaald moeten worden door beleggers (zie grafiek). In de VS – waar de rente het sterkst verhoogd wordt – is het verschil (2,8%) nog groter! Er is geen sprake meer van de “TINA-mentaliteit” (There Is No Alternative) die in de voorbije jaren zo dominant was op de financiële markten, waarbij de voorkeur steevast uitging naar aandelen in plaats van obligaties. Obligaties zien er nu veel aantrekkelijker uit, omdat het risico op een recessie de dividendvooruitzichten ondermijnt. Diversificatie was in 2022 geen recept voor succes, aangezien de aandelen- en obligatiemarkten allebei naar beneden gingen. Maar daar zou in 2023 verandering moeten komen nu de inflatie op de terugweg lijkt. Beleggers doen er dan ook goed aan om obligaties op te nemen in hun portefeuilles voor extra diversificatievoordelen, naast de hogere inkomsten en het rendementspotentieel dat deze beleggingen bieden.