Private Banking

Duurzame voeding is populair

De opwarming van de aarde en de groeiende wereldbevolking nopen ook in de landbouw, een belangrijke uitstoter van broeikasgassen (en vooral methaan), tot actie. De landbouwmethodes moeten worden herdacht en consumenten moeten denken aan nieuwe en duurzamere voedingsgewoontes met een grotere nadruk op niet-dierlijke eiwitten. De oplossingen daarvoor bestaan en beleggers en investeerders die die ondersteunen, worden daarvoor beloond op de beurs.

Als we de doelstelling van het klimaatakkoord van Parijs wil halen en de opwarming van de aarde wil beperken tot 1,5°C boven de gemiddelde temperatuur van vóór de Industriële Revolutie, dan moet de uitstoot van broeikasgassen absoluut naar beneden. Maar de inspanningen mogen niet beperkt blijven tot kooldioxide (CO2), ook de uitstoot van methaan (CH4) moet worden beperkt, want over een periode van 20 jaar blijkt dat een broeikasgas te zijn dat 86 keer krachtiger is dan CO2!

Sinds de periode vóór de Industriële Revolutie is CH4 verantwoordelijk voor zo'n 30% van de opwarming van de aarde! Maar in tegenstelling tot CO2, dat honderden of zelfs duizenden jaren in de atmosfeer blijft, duurt het bij methaan slechts een tiental jaar voor het helemaal is ontbonden. Door in de eerste plaats de methaanuitstoot van menselijke oorsprong terug te dringen, kunnen we op middellange termijn dus een gunstig effect verwachten, namelijk vermijden dat de temperatuur tegen 2045 bijna 0,3°C stijgt. Daarom heeft een honderdtal landen, waaronder de Verenigde Staten en de leden van de Europese Unie, maar helaas niet India en China, zich ertoe verbonden hun methaanuitstoot tegen 2030 met 30% te verminderen. De vraag is dan alleen nog hoe dat moet gebeuren.

Aangezien 40 tot 45% van het methaan in de wereld voortkomt uit de veehouderij en landbouwactiviteiten, lijkt een milieu- en klimaatvriendelijkere landbouw 2.0 absoluut noodzakelijk. We kunnen daarvoor nieuwe technologieën inzetten en misschien onze vleesconsumptie vervangen door voedsel met eiwitten van plantaardige oorsprong. Die omslag is des te dringender, omdat de bevolkingsgroei (tegen 2050 zullen we naar verwachting met 9,5 miljard mensen op deze wereld zijn) en de stijging van de koopkracht in de opkomende landen de vraag naar dierlijke eiwitten doen toenemen. Tegen 2050 wordt die toename op 70% geraamd.

De intensieve veehouderij, en vooral rundvee, is verantwoordelijk voor het grootste deel van de uitstoot van CH4 en andere broeikasgassen. Volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) produceert de veeteelt meer dan 7 gigaton CO2-equivalent per jaar, dat is 18% van alle door mensen veroorzaakte uitstoot van broeikasgassen. Als we rekening houden met de gisting in de maag van herkauwers, de productie en het vervoer van hun voer, de ontbossing voor de uitbreiding van gewassen en weilanden, de opslag en het gebruik van mest, en het vervoer en de slacht van de dieren, dan komt voor de productie van één kilogram proteïnes afkomstig van buffels of runderen gemiddeld 37 kilogram CO2 vrij (zie illustratie), tegenover iets minder dan 5 kilogram bij varkensvlees of kip. Als we één kilo lokaal geproduceerd rundvlees eten, worden er dus evenveel broeikasgassen uitgestoten als wanneer we 250 km rijden met een dieselauto of 20 dagen lang een lamp van 100 watt laten branden!


Aantal kilogram CO2-equivalent dat wordt uitgestoten voor één kilogram vlees

Bron: Agence française de l’Environnement et de la Maîtrise de l’Energie (2017) en FAO


Van veganistisch vlees …

We moeten dus dringend onze eetgewoontes veranderen. De toepassing van de voedingsaanbevelingen van de Harvard Medical School, die adviseert om de consumptie van rundvlees te beperken tot gemiddeld 10 gram per dag en de consumptie van ander vlees, vis en eieren tot 80 gram per dag, zou op zich de uitstoot van broeikassen door de landbouw met 36% doen dalen, en de totale uitstoot met ruim 8,5%. Dat zou net zo effectief zijn als een halvering van alle uitstoot door het wegverkeer in de hele wereld!

Naast minder vlees eten, zijn er nog andere alternatieven, zoals eiwitten afkomstig van planten, algen, insecten enz., of vlees dat in laboratoria wordt gekweekt op basis van celculturen. Hoewel vleesalternatieven maar traag ingeburgerd raken (in 2019 was de markt goed voor amper 0,1% van de totale eiwitverkoop wereldwijd), zien we toch dat consumenten echt wel interesse beginnen te krijgen in producten zoals amandelmelk of kaas of vlees van plantaardige oorsprong. De evolutie lijkt zo sterk dat wordt geraamd dat de markt voor alternatieve eiwitten tegen 2035 zo'n 11% van de totale verkoop van eiwitten (of bijna 290 miljard dollar) zou kunnen vertegenwoordigen. Die vooruitgang komt er niet enkel doordat consumenten zich bewuster worden van de ecologische uitdagingen, maar ook doordat de smaak van voeding op basis van alternatieve eiwitten steeds vaker de vergelijking met voeding van dierlijke oorsprong aankan.

Als we weten dat de meeste producten van plantaardige oorsprong tien tot vijftig keer minder uitstoot van broeikasgassen veroorzaken, dan is het al snel duidelijk hoe belangrijk het is het publiek bewust te maken van de impact die de veeteelt heeft op het milieu en het klimaat! Impossible Foods, de maker van de Impossible Whopper, een hamburger op plantaardige basis die te koop is bij Burger King, beweert zelfs dat de veestapel verminderen en bomen planten waar nu vee wordt gehouden, meer dan de helft van de totale menselijke bijdrage aan de opwarming van de aarde tegen 2100 zou kunnen compenseren.

… tot laboratoriumvlees

Wanneer zullen we laboratoriumvlees in de winkelrekken vinden? Zo ver zijn we nog niet, maar zo'n zeventig bedrijven werken er wel aan. In de technologie die wordt ontwikkeld, wordt een monster genomen van cellen van een gezond kweekdier of een bevruchte eicel, die vervolgens in een laboratorium verder worden gekweekt op basis van een mengsel van aminozuren, vitamines en glucose tot er een stuk weefsel ontstaat dat vergelijkbaar is met een stuk dierlijk vlees. 'Oogsten' kan na twee à drie weken, en in de laatste fase wordt het vlees vermengd met kruiden en specerijen om er bijvoorbeeld een hamburger van te maken. Tot dusver heeft op Singapore na nog geen enkel land het eindproduct toegelaten voor de consumptie. Maar jonge consumenten, die doorgaans meer openstaan voor nieuwe technologieën, lijken het idee genegen wegens de gunstige effecten op het dierenwelzijn en het milieu. Een groot voordeel van laboratioriumvlees tegenover traditioneel gekweekt rundvlees is dat de impact op de klimaatopwarming en het landgebruik naar verluidt maar een tiende bedraagt. Upside Foods, waarvan het onderzoek op dit vlak al behoorlijk ver staat, acht het zelfs mogelijk om celvoeding te ontwikkelen zonder dierlijke bestanddelen …

Efficiëntere landbouw en veeteelt …

We moeten niet alleen onze voedingsgewoonten aanpassen, we moeten ook de landbouwers helpen, vooral in ontwikkelingslanden, waar de veeteelt de grootste uitstoter van methaan is (zie illustratie). We moeten hen helpen hun praktijken te verbeteren door de westerse normen over te nemen met hun hogere reproductiegraad, diergeneeskundige zorg om ziektes te voorkomen, genetische selectie van weerbaardere dieren en energierijk voer zoals maïs en granen, die bij de vertering minder methaan produceren. De industrielanden hebben nog nooit zoveel voedsel geproduceerd met zo weinig dieren! Neem bijvoorbeeld de VS, waar de melkveestapel sinds de jaren vijftig met meer dan de helft is verminderd, terwijl er 60% meer melk wordt geproduceerd en de koolstofvoetafdruk met twee derde is teruggedrongen. Hetzelfde geldt zowat voor rundvlees: de VS produceert nu 18% van het rundvlees in de wereld met amper 6% van de mondiale veestapel.


Methaanuitstoot door veeteelt (in miljoen ton CO2-equivalent)

Bron: FAO (gepubliceerd in 2018 op basis van gegevens van 2010)


Daarnaast experimenteren wetenschappers ook met additieven voor diervoeders om de methaanuitstoot te verminderen. Zo heeft de Nederlandse groep DSM het voeradditief Bovaer, waarvan amper een kwart van een theelepeltje de methaanuitstoot van vleeskoeien met 90% kan verminderen en die van melkkoeien met zo'n 30%. Maar voorlopig is het product enkel toegelaten in Brazilië en Chili.

Wetenschappers zoeken ook naar manieren om mest efficiënter te verwerken door die in te pakken, te composteren of te gebruiken om biogas te maken met behulp van een vergistingsinstallatie. Maar zulke installaties zijn peperduur, dus overheidssubsidies zouden een belangrijke rol kunnen spelen om landbouwers te helpen om ze aan te schaffen.

Ten slotte mogen we ook niet vergeten dat het methaan dat de landbouwsector uitstoot, niet alleen afkomstig is van dieren. Rijstvelden, die onder water moeten staan, verhinderen dat zuurstof doordringt in de bodem en scheppen op die manier een omgeving waarin methaanuitstotende bacteriën prima gedijen. Rijstvelden alleen al zijn verantwoordelijk voor 8% van de methaanuitstoot door menselijke activiteit. Om die uitstoot terug te dringen, adviseren experts om de velden niet permanent te irrigeren maar ze af en toe ook droog te leggen. In plaats van de rijstvelden continu te laten overstromen, zouden ze in de periode waarin de rijst groeit twee à drie keer kunnen worden geïrrigeerd en gedraineerd, wat de methaanproductie zou beperken zonder enige gevolgen voor de opbrengst. De kers op de taart is dat die werkwijze ook nog eens zuiniger zou zijn, aangezien er een derde minder water voor nodig is.

Beleggers beloond

Gezien de omvang van de vereiste inspanning, is voor al die denkpistes en potentiële plannen uiteraard ook financiering nodig. En mooi om te zien, is dat het kapitaal nu al gehoor geeft aan de noden. En het moet gezegd worden dat het echt wel de moeite waard is: de Sustainable Food Index (SUFIX) van Société Générale, die de prestaties volgt van ondernemingen in de duurzamevoedingssector, heeft sinds eind 2003 bijna vier keer beter gepresteerd dan de MSCI-index van de belangrijkste aandelen in de wereld (zie grafiek)!


Het thema duurzame voeding heeft op de beurs de wind in de zeilen (basis 0% = eind 2003)

Wilt u meer weten?