Private Banking

Nieuw dubbelbelastingverdrag met Frankrijk: gevolgen voor u?

België heeft een nieuw dubbelbelastingverdrag afgesloten met Frankrijk. Ook voor u heeft dat mogelijk gevolgen, vooral als u een onroerend goed in Frankrijk of aandelen van Franse bedrijven in uw effectenportefeuille heeft. Wat verandert er precies?

Wat is een dubbelbelastingverdrag?

Kort samengevat en zonder in technisch jargon te vervallen: een dubbelbelastingverdrag regelt de fiscale bevoegdheden tussen twee landen in een grensoverschrijdende situatie. Concreet: u woont in België en u verwerft een bepaald inkomen of bezit bepaalde vermogensbestanddelen in Frankrijk (of omgekeerd): welk van beide landen mag dit in welke mate belasten? Een dubbelbelastingverdrag bevat regels zowel voor natuurlijke personen als voor vennootschappen.

Het kan om allerlei soorten inkomsten gaan: beroepsinkomsten, maar ook roerende (interesten en dividenden) en onroerende inkomsten (bijvoorbeeld wanneer u een buitenverblijf in Frankrijk heeft). Ook het louter bezit van een bepaald vermogensbestanddeel (bijvoorbeeld een effectenportefeuille of een onroerend goed) kan aanleiding geven tot een belasting in het andere land.

Dat betekent dat (de wijziging van) een dubbelbelastingverdrag ook voor ú als (fiscaal) inwoner van België gevolgen heeft of kan hebben, indien u:


  • in Frankrijk werkt
  • er een vennootschap heeft
  • dividenden ontvangt van Franse bedrijven
  • er een buitenverblijf heeft
  • enz.


We bekijken even de voornaamste gevolgen van het nieuwe dubbelbelastingverdrag, dat verwacht wordt op 1 januari 2023 in werking te zullen treden.

U heeft onroerend goed in Frankrijk

Onroerende goederen zijn in principe belastbaar in het land waar ze gelegen zijn. Heeft u dus bijvoorbeeld een villa in de Provence, dan zijn alle inkomstenbelastingen daarop in Frankrijk verschuldigd. België moet die villa volgens het dubbelbelastingverdrag dan vrijstellen van belasting. 

Wordt uw buitenverblijf weldra effectief belast in België?

Onroerende goederen zijn in principe belastbaar in het land waar ze gelegen zijn. Heeft u dus bijvoorbeeld een villa in de Provence, dan zijn alle inkomstenbelastingen daarop in Frankrijk verschuldigd. België moet die villa volgens het dubbelbelastingverdrag dan vrijstellen van belasting.

Dat neemt niet weg dat u die villa wel degelijk moet aangeven in uw Belgische belastingaangifte. Verhuurt u die villa, dan moet u de werkelijk ontvangen huur in België aangeven. Verhuurt u de villa niet, dan moet u sinds kort ‘een soort van kadastraal inkomen’ aangeven, naar analogie met een Belgisch onroerend goed dat niet verhuurd wordt (maar daar gaan we hier niet verder op in). Het bedrag dat u in België moet aangeven, wordt hier evenwel niet effectief belast. Het wordt enkel in aanmerking genomen om het belastingtarief op uw overige inkomsten te bepalen. Het kan met andere woorden uw overige inkomsten, die in België wel effectief belast worden, in een hogere tariefschijf ‘duwen’ (zogenaamde progressievoorbehoud).

Société Civil Immobilière

Soms wordt een onroerend goed in Frankrijk ondergebracht in een Société Civil Immobilière (SCI). Dat is een typisch Franse vastgoedvennootschap. Zijn de aandeelhouders van zo’n vennootschap inwoners van België, dan leidt deze constructie vaak tot fiscale problemen.

Zonder in detail te treden: er was discussie over de vraag of inkomsten uit een SCI (inclusief de meerwaarden op aandelen van een SCI) in Frankrijk of in België belastbaar waren. Volgens de Franse fiscus gaat het om onroerende inkomsten die in Frankrijk belastbaar zijn (en in België dus vrijgesteld moeten worden), en volgens de Belgische fiscus gaat het om roerende inkomsten (namelijk dividenden, want het gaat om inkomsten uit aandelen van een vennootschap) die in België belastbaar zijn. Beide landen claimen dus deze inkomsten te mogen belasten.

Finaal heeft het Hof van Cassatie in 2016 en 2017 beslist dat België deze inkomsten wel degelijk kan belasten (ook al doet Frankrijk dat ook en worden ze dus twee keer belast).

Naar verluidt zal het nieuwe verdrag dit dispuut (deels) beslechten door te stellen dat Frankrijk sowieso bevoegd is om gerealiseerde meerwaarden op ‘vastgoedaandelen’ te belasten. Dit zijn doorgaans vennootschappen met een balanstotaal dat voor meer dan 50% uit in Frankrijk gelegen vastgoed bestaat. Kortom, heeft u een onroerend goed in Frankrijk dat in een SCI zit en verkoopt u dat met winst, dan zal die winst doorgaans in Frankrijk belastbaar zijn.

Geen vastgoedvennootschap

Is het onroerend goed niet in een SCI ondergebracht, dan zijn de inkomsten ervan in principe ook onder het nieuwe dubbelbelastingverdrag in Frankrijk belastbaar, en worden ze in België vrijgesteld (weliswaar met progressievoorbehoud, zie hoger).

MAAR: dat zou enkel het geval zijn indien de onroerende inkomsten in Frankrijk effectief belast worden in de inkomstenbelastingen. En dat lijkt niet het geval te zijn. Alle Franse belastingen die op een onroerend goed geheven worden, zijn volgens de Belgische regels geen ‘inkomstenbelastingen’. Daardoor zou België de inkomsten van een Frans onroerend goed (de huurinkomsten indien het verhuurd wordt en het geschat kadastraal inkomen indien het niet verhuurd wordt) wel degelijk effectief mogen belasten. U zou die inkomsten dan niet meer enkel omwille van het progressievoorbehoud moeten aangeven (zie hoger), maar wel om ze effectief in België te laten belasten. Het is nu wachten op verduidelijking vanwege de Belgische fiscus om te weten hoe de vork nu precies aan de steel zit.

U heeft Franse aandelen

Woont u in België en heeft u aandelen (andere dan de hierboven vermelde vastgoedaandelen) van een Frans bedrijf dat dividenden uitkeert, dan mogen zowel Frankrijk als België die dividenden tot op zekere hoogte belasten. Dat was zo onder het oude verdrag, en dat zal zo blijven onder het nieuwe verdrag. Toch wijzigt er een en ander.

De belastingdruk op uw Franse dividenden stijgt van 25,88% naar 38,96%

Een eerste wijziging heeft op dit moment weinig impact. Waar het oude verdrag stelde dat Frankrijk maximaal 15% bronheffing (lees: ‘Franse roerende voorheffing’) mocht inhouden, is dat nu maar 12,8% meer. Dat komt precies overeen met het huidige tarief van de Franse belasting op dividenden. Met andere woorden, Frankrijk houdt ook nu al maar 12,8% belasting op dividenden in (u moet daarvoor wel bepaalde formaliteiten vervullen!), en dat blijft gewoon zo.

Wat wél impact heeft is de afschaffing van het FBB. Dat is een belastingkrediet van 15% van het nettobedrag van het dividend, dat in België verrekend mag worden. We besparen u alle technische details, maar eenvoudig voorgesteld wordt een dividend van 1.000 euro onder het huidige dubbelbelastingverdrag en op basis van de rechtspraak van het Hof van Cassatie als volgt belast:

Bruto Frans dividend: 1000 euro

Franse bronheffing (12.8% x 1000 euro): -128 euro    

Netto Frans dividend: 872 euro

Belgische rv op netto dividend (30% x 872 euro): -261,6 euro

Verrekening Franse bronheffing (FBB) (15% x 872 euro): +130,8 euro

Netto dividend: 741,2 euro  


Onder het nieuwe dubbelbelastingverdrag wordt dat FBB afgeschaft, en zal de belasting van datzelfde dividend er als volgt uitzien:

Bruto Frans dividend: 1000 euro

Franse bronheffing (12.8%): -128 euro

Netto Frans dividend: 872 euro

Belgische rv op netto dividend (30%): -261,6 euro

Netto dividend: 610,4 euro    


Zoals u ziet zorgt de afschaffing van het FBB ervoor dat de belastingdruk op uw Franse dividenden stijgt van 25,88% naar 38,96%.

Andere wijzigingen

Zonder in te gaan op alle details en uitzonderingen, hebben we ons hierboven beperkt tot een zeer summiere bespreking van de voor u wellicht belangrijkste wijzigingen. Uiteraard zijn er in het nieuwe dubbelbelastingverdrag nog een heel aantal andere nieuwigheden te vinden, onder andere voor vennootschappen, voor wie over de grens werkt, voor wie in het ene land woont en uit het andere land een pensioen ontvangt, enz.

Opmerkelijk is wel dat het nieuwe verdrag ook een algemene antimisbruikbepaling bevat (de zogenaamde principal purpose test of PPT). Als op basis van de relevante feiten en omstandigheden redelijkerwijs aangenomen kan worden dat het verkrijgen van een fiscaal voordeel uit het verdrag één van de voornaamste doelen van een constructie of transactie is, wordt het verdragsvoordeel geweigerd. Tenzij het toekennen van dat voordeel ook in die omstandigheden in overeenstemming zou zijn met het voorwerp en het doel van de betreffende bepalingen van het verdrag.

Conclusie:

  • Het nieuwe dubbelbelastingverdrag tussen België en Frankrijk, dat op 1 januari 2023 in werking zou treden, heeft voor vermogende particulieren vooral gevolgen voor wie in Frankrijk een onroerend goed bezit of dividenden van Franse vennootschappen ontvangt. 
  • Heeft u in privénaam een onroerend goed in Frankrijk, dan zal dat in de toekomst wellicht effectief in België belast worden, waar het nu slechts voor het ‘progressievoorbehoud’ in aanmerking genomen wordt (al blijft het nog even wachten op de nodige verduidelijking).
  •  Zit uw onroerend goed in een Société Civil Immobilière, dan zal de meerwaarde bij een verkoop voortaan zonder discussie in Frankrijk belastbaar zijn.
  • Ontvangt u dividenden van een Franse vennootschap, dan zal de belastingdruk daarop stijgen van + 26% naar + 39%.

Wenst u meer informatie?