Private Banking

1 maart 2018

Meerwaarden op aandelen zijn voortaan belastbaar bij uw vennootschap

ING Family Business

Heeft uw vennootschap overtollige liquiditeiten en belegt u deze binnen de vennootschap? Dan zijn de opbrengsten van die beleggingen in principe bij de vennootschap belastbaar. Tot nu toe bestond er een uitzondering voor meerwaarden op aandelen. Verkocht uw vennootschap een aandeel voor een hogere prijs dan ze er zelf voor betaald had, dan was die ‘winst’ (meerwaarde) in principe niet belastbaar in de vennootschapsbelasting. Het Zomerakkoord maakt daar echter een einde aan. Welke gevolgen heeft dat voor uw vennootschap, en is het nog wel interessant om via uw vennootschap te beleggen?

Meerwaarden op aandelen waren tot nu toe vrijgesteld van belasting

Tot en met eind vorig jaar werd uw vennootschap in principe niet belast op de ‘winst’ die ze maakte bij de verkoop van aandelen, met uitzondering van zogenaamde ‘snelle’ meerwaarden op aandelen (indien uw vennootschap ‘klein’ was volgens art. 15 W.Venn.). De enige voorwaarde was namelijk dat de vennootschap die aandelen na de aankoop ervan minstens een jaar moest bijhouden alvorens ze weer te verkopen (art. 192, §1, lid 1 WIB 92). Verkocht uw vennootschap die aandelen toch binnen het jaar, dan was de meerwaarde belastbaar tegen 25,75% (art. 217, lid 1, 2° WIB 92).

Andere fiscale aspecten van een belegging in aandelen door uw vennootschap

Een minderwaarde op aandelen (lees: uw vennootschap verkocht de aandelen tegen een lagere prijs dan ze er zelf voor betaald had) was in principe ook niet aftrekbaar (art. 198, §1, 7° WIB 92). Indien ze teveel in aandelen belegd had was uw vennootschap eventueel ook uitgesloten van het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting (art. 215, lid 3, 1° WIB 92). Gewone aandelen die als belegging aangehouden werden hadden echter geen negatieve impact op de notionele interestaftrek. De dividenden die uw vennootschap van de aandelen ontving waren in principe gewoon belastbaar (behoudens de eventuele toepassing van de zogeheten DBI-aftrek; zie verder).

Wat verandert er?

De vrijstelling van meerwaarden op aandelen in de vennootschapsbelasting geldt sinds 1 januari 2018 enkel nog indien voldaan is aan de voorwaarden van de DBI-aftrek. Concreet betekent dit dat vennootschappen veel vaker (lees: quasi altijd) belast zullen worden wanneer ze aandelen met winst verkopen.

Sinds 1 januari 2018 worden de gerealiseerde meerwaarden op aandelen immers enkel nog vrijgesteld indien de vennootschap: een participatie van minstens 10% heeft in de vennootschap waarvan ze aandelen bezit, of indien deze participatie minimaal 2.500.000 euro bedraagt. Bovendien moet uw vennootschap die aandelen minstens een jaar in haar bezit houden alvorens ze weer te verkopen. Voor beleggingen in beursgenoteerde aandelen is een participatie van 10% quasi uitgesloten en ook een belegging van minstens 2.500.000 euro in aandelen van één bedrijf is niet evident …

Wanneer niet voldaan is aan deze voorwaarden zal er voortaan 29,58% vennootschapsbelasting verschuldigd zijn op de meerwaarden die op aandelen behaald worden (25% vanaf 2020, of eventueel 20% op de eerste 100.000 euro winst voor kmo’s). Dit is één van de ‘compensatiemaatregelen’ voor de tariefverlaging in de vennootschapsbelasting. Het afzonderlijk tarief van 25,75% zal vanaf 2020 verdwijnen, aangezien vanaf dan het normale tarief van de vennootschapsbelasting 25% zal zijn en het afzonderlijk tarief dus geen zin meer zal hebben. Dit alles betekent dat ‘snelle’ meerwaarden die uw vennootschap binnen het jaar na de aankoop van de aandelen realiseert op dezelfde manier belast zullen worden als ‘gewone’ meerwaarden.

Het is niet omdat de meerwaarden op aandelen voortaan belastbaar zijn voor vennootschappen, dat de minderwaarden op aandelen voortaan fiscaal aftrekbaar zijn: de minderwaarden die uw vennootschap realiseert blijven niet fiscaal aftrekbaar. Bovendien blijft het zo dat indien uw kmo-vennootschap ‘teveel’ belegt in aandelen, zij niet in aanmerking komt voor het verlaagd tarief van 20% op de eerste 100.000 euro winst. Verder heeft een belegging in aandelen nog steeds geen negatieve invloed op de notionele interestaftrek en blijven de dividenden die uw vennootschap ontvangt gewoon belastbaar, net zoals vroeger.

De belastbaarheid van meerwaarden op aandelen zal er uiteraard toe leiden dat vennootschappen die hun overtollige liquiditeiten willen beleggen zullen uitkijken naar alternatieve beleggingsvormen.

Hoe worden andere beleggingen in uw vennootschap belast?

Termijnrekeningen, kasbons, obligaties en beleggingsverzekeringen

De interesten van termijnrekeningen, kasbons, obligaties en beleggingsverzekeringen (Tak 21, 23 en 26) zijn belastbaar tegen het voor uw vennootschap toepasselijk tarief in de vennootschapsbelasting (29,58% sinds 1 januari 2018, 25% vanaf 2020 of eventueel 0% voor kmo’s). Hetzelfde geldt voor de winst op een verkoop van deze beleggingen (de meerwaarde). Anderzijds is een verlies bij de verkoop (een minderwaarde) volledig fiscaal aftrekbaar. Kiest u voor een van deze beleggingen? Dan zijn er geen gevolgen voor de notionele interestaftrek.

Let op! Obligaties zonder periodieke coupons moeten wel afgetrokken worden van het risicokapitaal voor de notionele interestaftrek, net zoals alle andere beleggingen die door hun aard niet bestemd zijn om een belastbaar periodiek inkomen voort te brengen (art. 205ter, §2, 2° WIB 92).

Beleggingsfondsen

Belegt uw vennootschap haar overtollige liquiditeiten in een aandelenfonds waaruit zij dividenden ontvangt, dan wordt dat dividendinkomen in principe als een gewone opbrengst aanzien en dus ook gewoon belast in de vennootschapsbelasting. Uw vennootschap wordt ook belast op de meerwaarden die ze met het fonds behaalt. Vermits uw aandelenfonds geacht wordt een periodiek inkomen op te leveren, hoeft deze belegging voor de berekening van de notionele interestaftrek niet in mindering van het eigen vermogen gebracht te worden.

Aandelen van beleggingsvennootschappen (beveks)

De eventuele dividenden van bevek-aandelen zijn bij uw vennootschap gewoon belastbaar. De winst bij verkoop van de aandelen is in principe ook belastbaar, net zoals de meerwaarden op gewone aandelen. De minderwaarden zijn normaal gezien niet aftrekbaar, zoals voor alle aandelen het geval is. Zoals bij gewone aandelen kan beleggen in een bevek tot gevolg hebben dat uw vennootschap

uitgesloten is van het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting.

Wat de notionele interestaftrek betreft moet u een onderscheid maken tussen distributiebeveks, die dividenden (lees: periodieke inkomsten) uitkeren, en kapitalisatiebeveks, die dat niet doen. Aandelen van kapitalisatiebeveks komen dus in min van het risicokapitaal bij de berekening van de notionele interestaftrek, aandelen van distributiebeveks niet (mondelinge vraag nr. 10.565, Devlies, 07.03.2006).

Goud, grondstoffen, antiek …

De meerwaarden op zulke beleggingen zijn belastbaar. Maar verkoopt u bijvoorbeeld een goudstaaf met verlies, dan is dat verlies ook aftrekbaar. Er is verder geen gevolg voor het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting, maar aangezien zulke beleggingen geen periodieke inkomsten opbrengen moeten ze wél in mindering van het risicokapitaal komen (om de notionele interestaftrek te berekenen).

DBI-beveks als alternatief?

Een bijzonder soort distributiebevek is de DBI-bevek. Dat is een beleggingsfonds in de vorm van een vennootschap die zelf volledig belegt in aandelen en jaarlijks een dividend uitkeert (voor zover er winst is).

Een DBI-bevek is fiscaal gezien interessant, omdat de dividenden die ze uitkeert dankzij de zogenaamde DBI-aftrek vrijgesteld zijn van belasting (art. 203, §2, lid 2 WIB 92). Hetzelfde geldt voor de meerwaarde bij verkoop. Bij een bevek worden de aandelen bij een verkoop immers door het DBI-fonds zelf ingekocht. De meerwaarde moet dan beschouwd worden als een dividend dat vrijgesteld is van vennootschapsbelasting. De vrijstelling geldt wel maar op voorwaarde dat uw vennootschap de belegging in de dbi-bevek minstens een jaar aanhoudt.

Let op 1! Anders dan voor gewone aandelen of een gewone distributiebevek moet de boekwaarde van een DBI-bevek voor de berekening van de notionele interestaftrek wél afgetrokken worden van het risicokapitaal (art. 205ter, §1, lid 2, b WIB 92).

Let op 2! Behalve beleggingsvennootschappen bestaan er ook beleggingsfondsen (zie hoger voor de fiscale behandeling daarvan). Het verschil met beveks is dat fondsen geen rechtspersoonlijkheid hebben en ‘fiscaal transparant’ zijn. Dat betekent dat u voor de fiscale regels voor een belegging in een beleggingsfonds moet kijken naar de activa waarin het fonds zelf belegt. Hetzelfde geldt in principe voor trackers.

Er werd de voorbije jaren minder vaak in een DBI-bevek belegd, omdat er ook wel wat (fiscale) nadelen aan verbonden zijn. Zo krijgt uw vennootschap op de waarde van de DBI-bevek zoals gezegd geen notionele interestaftrek. U moest dus al een rendement hebben dat hoger ligt dan de notionele interestaftrek om er voordeel uit te halen. Bovendien waren meerwaarden op aandelen voor

vennootschappen vrijgesteld van belasting, en dus kon een vennootschap net zo goed zelf in aandelen beleggen, zonder er een DBI-bevek - die uiteraard ook niet gratis is en dus met een stukje van het rendement gaat lopen - tussen te zetten.

Door de hervorming van de vennootschapsbelasting wegen de nadelen van een DBI-bevek ineens veel minder zwaar door. Meer nog, de voordelen ervan worden ineens voor veel vennootschappen doorslaggevend. De notionele interestaftrek, waarvan het tarief al enkele jaren fors aan het dalen is, zal immers serieus afgebouwd worden; hij zal enkel nog berekend worden op de aangroei van het eigen vermogen van de laatste vijf jaar. Het nadeel van het verlies van notionele interestaftrek wordt daardoor serieus afgezwakt. Bovendien zullen meerwaarden op gewone aandelen enkel nog vrijgesteld zijn als de aandelen voldoen aan de DBI-voorwaarden: een participatie van minstens 10% in het kapitaal van een vennootschap of van minstens 2.500.000 euro, wat in de praktijk voor een gewone vennootschap quasi onhaalbaar is. Dit probleem heeft u niet met een DBI-bevek! Inkomsten (dividenden) uit zo’n bevek en de meerwaarden op de aandelen ervan geven namelijk gegarandeerd recht op de DBI-aftrek en zijn dus niet belastbaar, ook als u minder dan 2.500.000 euro belegt of minder dan 10% van de aandelen bezit.

Let op! Om het statuut van DBI-bevek te kunnen genieten, moet de beleggingsvennootschap zelf wel aan zeer strikte voorwaarden voldoen. Bekijk dus ook steeds het rendement van dergelijke instrumenten, en vergelijk het met het rendement van een niet-DBI variant. Het is immers niet gezond om beleggingskeuzes te maken uit puur fiscale overwegingen.

Is het nog interessant om via uw vennootschap te beleggen?

Dat is een vraag die niet eenduidig beantwoord kan worden. Het is in ieder geval een feit dat beleggen via uw vennootschap doorgaans veel minder interessant geworden is. Niet alleen door de belastbaarheid van meerwaarden op aandelen, maar bijvoorbeeld ook door het afbouwen van de notionele interestaftrek. Dat is immers een fictieve interestaftrek die de opbrengsten van uw beleggingen tot nu toe fiscaal gezien grotendeels neutraliseerde, maar daarvoor nu meestal te klein geworden is. Alles hangt bovendien af van uw concrete situatie. Belegt uw vennootschap bijvoorbeeld weinig in aandelen omdat u liever niet teveel risico’s neemt, dan verandert de belastbaarheid van meerwaarden op aandelen voor u weinig.

Wilt u de overtollige liquiditeiten uit uw vennootschap halen om ze privé te beleggen? Dat is - hoewel afhankelijk van uw concrete situatie - vaak ook fiscaal gezien een dure aangelegenheid. Heeft uw vennootschap bijvoorbeeld 100 euro cash beschikbaar en wilt u dat geld eerst uit uw vennootschap halen om het privé te beleggen, dan houdt u daarvan netto misschien maar 60 euro over. U kunt dan met andere woorden maar 60 euro beleggen in plaats van 100 euro, en dat maakt natuurlijk een groot (financieel) verschil.

Bovendien is het fiscale aspect niet het enige relevante aspect. Ook het rendement en de kosten die aan bepaalde beleggingen verbonden zijn spelen immers een rol. U mag dus niet enkel naar het fiscale plaatje kijken om te beoordelen of het nog interessant is om via uw vennootschap te beleggen. Bespreek de concrete situatie van uw vennootschap dus eerst met uw adviseur vooraleer u beslist om niet langer via uw vennootschap te beleggen.

Raadpleeg uw Private Banker voor meer info over DBI-beveks en alternatieve beleggingen in uw vennootschap.

Conclusie:
  • Sinds 1 januari 2018 worden meerwaarden op aandelen enkel nog vrijgesteld van vennootschapsbelasting indien uw vennootschap een participatie van minstens 10% bezit in de vennootschap waarvan ze aandelen bezit, of indien deze participatie minimaal 2.500.000 euro bedraagt. Ze moet die aandelen bovendien minstens een jaar in haar bezit houden alvorens ze weer te verkopen. Anders zal uw vennootschap voortaan op meerwaarden op aandelen 29,58% vennootschapsbelasting betalen (in principe 25% vanaf 2020).
  • Minderwaarden op aandelen zijn nog steeds niet fiscaal aftrekbaar. Bovendien blijft het zo dat indien uw kmo-vennootschap ‘teveel’ belegt in aandelen zij niet in aanmerking komt voor het verlaagd tarief van 20% op de eerste 100.000 euro winst.
  • Bekijk met uw Private Banker welke alternatieve beleggingen er binnen uw vennootschap mogelijk zijn. Houd daarbij niet enkel rekening met de fiscaliteit, maar ook met de kosten en het rendement.

Disclaimer

"De algemene en persoonlijke informatie van financiële, fiscale, commerciële, technische of andere aard die aan de cliënt wordt meegedeeld, wordt met zorg door ING verstrekt. ING kan echter niet garanderen of de aan de cliënt meegedeelde informatie juist is, geen fouten bevat en/of volledig is en aanvaardt hiervoor geen enkele aansprakelijkheid, uitgezonderd bij een zware of opzettelijke fout van ING zelf. De door ING aan de cliënt meegedeelde informatie is enkel geldig op de datum waarop ze werd verstrekt. Deze informatie houdt geen rekening met eventuele gewijzigde tarieven of berekeningsmethodes van deze tarieven, noch met de geldende wetgeving of regelgeving op het moment dat deze informatie werd meegedeeld. De door ING meegedeelde informatie is bestemd voor alle cliënten. Ze mag nooit worden beschouwd als een aanbod noch als een rechtstreeks of persoonlijk verzoek voor het ver- en/of aankopen van producten of diensten van de bank. De cliënt moet de informatie altijd bekijken vanuit zijn eigen situatie en onverminderd de wetgeving die op hem van toepassing is. De door ING meegedeelde informatie is slechts een eenvoudige schatting en dient door de cliënt te worden beoordeeld. De cliënt wint daarnaast best altijd gespecialiseerd advies in. De cliënt blijft als enige volledig verantwoordelijk voor het vrije gebruik van deze informatie en voor de gevolgen van zijn beslissingen, uitgezonderd bij een zware of opzettelijke fout van ING zelf. Voor alle bijkomende informatie over investeringen of andere documentatie kunt u contact opnemen met uw ING informatie en voor de gevolgen van zijn beslissingen, uitgezonderd bij een zware of opzettelijke fout van ING zelf. Voor alle bijkomende informatie over investeringen of andere documentatie kunt u contact opnemen met uw INGkantoor of telefonisch contact opnemen met ING via het nummer +32(0) 2 464 60 02. Alle rechten voorbehouden. Zonder voorafgaande toestemming van de houder van het auteursrecht is het niet toegestaan om enig deel van deze publicatie in om het even welke vorm of op om het even welke wijze (mechanisch, door middel van fotokopie, opname of anderszins) te kopiëren, op te slaan in een informatiesysteem of te verzenden. Uitgezonderd bij een zware of opzettelijke fout van de bank zelf, levert ING geen enkele garantie en aanvaardt het geen aansprakelijkheid voor websites van derden waarnaar het verwijst. De toegang tot deze sites gebeurt op risico en verantwoordelijkheid van de cliënt; deze moet zich bewust zijn van het feit dat op deze websites andere gebruiksvoorwaarden, andere bepalingen inzake privacybescherming en/of andere regels in het algemeen van toepassing kunnen zijn dan bij ING. ING controleert deze sites niet en gaat geen enkele verbintenis aan voor de naleving van de geldende wetgeving en regelgeving door deze websites. "