Private Banking

17 maart 2022

Wie beheert de erfenis van uw minderjarige kinderen?

Mede door het succes van de generatiesprong ontvangen meer minderjarige kinderen een erfenis. Wie kan die erfenis voor hen aanvaarden en beheren? En kunt u vermijden dat bijvoorbeeld uw schoonkinderen de erfenis voor uw kleinkinderen kunnen beheren?

Wel erven, niet ‘aanvaarden’.

Onder andere dankzij het succes van de generatiesprong (of erfenissprong) gebeurt het steeds vaker dat minderjarige kinderen van hun (over)grootouders erven. Een generatiesprong is interessant op het gebied van de successierechten. Enerzijds wordt er een generatie erfgenamen overgeslagen (er is dus finaal een generatie minder die successierechten moet betalen). Anderzijds wordt de nalatenschap vaak over een groter aantal erfgenamen gespreid, die elk afzonderlijk van de laagste tariefschalen van de successierechten kunnen genieten (de laagste tarieven worden met andere woorden op een groter deel van de totale nalatenschap toegepast). Deze techniek wordt dan ook regelmatig toegepast in het kader van een successieplanning.

Het is niet omdat een kind minderjarig is dat het niet kan erven. Het is immers wel zogenaamd ‘rechtsbekwaam’. Een minderjarige is evenwel niet ‘handelingsbekwaam’. Dat betekent dat een minderjarig kind niet zelfstandig ‘rechtshandelingen’ kan stellen, zoals bijvoorbeeld een contract afsluiten,  een huis aankopen, auto,…

Ook de aanvaarding van een nalatenschap is een ‘rechtshandeling’. Een minderjarige kan dat dus niet autonoom doen. Indien u bijvoorbeeld via uw testament een bepaalde geldsom, effecten, een onroerend goed,… aan uw kleinkind wilt nalaten, dan moet iemand anders, die wél handelingsbekwaam is, die erfenis voor hem of haar aanvaarden.

De ouders moeten de nalatenschap aanvaarden voor hun kinderen.

Wie moet de nalatenschap aanvaarden?

Het spreekt voor zich dat niet om het even wie een nalatenschap kan aanvaarden voor een minderjarige. De wet voorziet dat een minderjarige daarvoor in eerste instantie vertegenwoordigd moet worden door zijn ouders, die het ouderlijk gezag over hem uitoefenen.

In principe doen de ouders dat samen. Is één van de ouders echter al overleden, dan kan de andere ouder dat ouderlijk gezag alleen uitoefenen en dus ook alleen de nalatenschap aanvaarden voor zijn minderjarig kind (als beide ouders overleden zijn wordt door de vrederechter een voogd aangesteld die de ouders vervangt, maar daar gaan we hier niet verder op in).

Welke procedure moet gevolgd worden?

Er is altijd een machtiging van de vrederechter nodig.

De aanvaarding van een nalatenschap is niet zonder risico. Bevat de nalatenschap immers meer schulden dan activa, dan moet de erfgenaam die de nalatenschap aanvaard heeft, daarvoor opdraaien met zijn persoonlijk vermogen. Daarom moeten bepaalde procedures gevolgd worden, die de minderjarige daartegen beschermen.

Zo kunnen de ouders slechts een nalatenschap voor een minderjarig kind aanvaarden, wanneer ze daarvoor een machtiging van de vrederechter verkregen hebben. Ze moeten daartoe een verzoekschrift indienen bij de vrederechter van de woonplaats van de minderjarige, met opgave van de omvang en samenstelling van de nalatenschap.

Voor de aanvaarding van de nalatenschap in hoofde van een minderjarige, bestaan er drie mogelijkheden.

Ten eerste kan gekozen worden voor een ‘aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving’. Dat betekent dat eerst nagegaan wordt of de schulden niet groter zijn dan de activa, en de erfenis dus niet ‘schadelijk’ kan zijn voor de minderjarige. Hij moet dan slechts instaan voor de betaling van de schulden ten belope van de waarde van de goederen die hij erft. Met andere woorden de schuldeisers worden eerst betaald, en wat er eventueel overblijft, is voor de minderjarige erfgenaam.

De ouders kunnen echter nooit zomaar de nalatenschap voor hun minderjarig kind aanvaarden, zelfs al gebeurt dit onder voorrecht van boedelbeschrijving. Ze moeten daarvoor (nadat ze eerst een machtiging aan de vrederechter gevraagd hebben) eerst bij de notaris langsgaan. Daar moeten ze in een notariële akte een verklaring afleggen dat ze de nalatenschap aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving. De notaris moet ook een inventaris van de nalatenschap opmaken.

Ten tweede kan gekozen worden voor een ‘zuivere aanvaarding’ van de nalatenschap door de ouders. Bij de toekenning van de machtiging houdt de vrederechter rekening met de aard en de omvang van het geërfde vermogen en gaat hij na of de baten niet kennelijk de lasten van het geërfde vermogen overschrijden. De zuivere aanvaarding van de erfenis voor een minderjarige is een stuk eenvoudiger, sneller en goedkoper dan een aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving.

De ouders van de minderjarige kunnen tenslotte de nalatenschap ook verwerpen. Dat zullen ze uiteraard maar doen wanneer snel duidelijk is dat de nalatenschap deficitair is. Ook voor de verwerping moeten ze eerst een machtiging van de vrederechter bekomen.

De vrederechter houdt bij zijn oordeel altijd rekening met de belangen van de minderjarige.

Wat kunnen de ouders wel of niet doen?

Aangezien een minderjarige niet handelingsbekwaam is (zie hoger), kan hij niet zelf zijn vermogen beheren. Zijn ouders moeten dat voor hem doen (tenzij het geërfde goederen betreft, zie verder). Zij zullen dat vermogen dan bijvoorbeeld op een passende en veilige manier voor hem beheren en/of beleggen.

Let op! Gelden en effecten die een minderjarige erft, moeten volgens de wet op een geblokkeerde rekening geplaatst worden tot het kind meerderjarig wordt. Deze goederen kunnen dus niet door de ouders beheerd worden. Wel kunnen de ouders een machtiging van de vrederechter vragen om deze onbeschikbaarheid op te heffen, bijvoorbeeld wanneer ze kunnen aantonen dat de geblokkeerde gelden beter belegd kunnen worden.

Naast het recht om de goederen van de minderjarige te beheren, hebben de ouders ook het ‘genotsrecht’ van (de meeste van) die goederen. Dat betekent dat de inkomsten ervan aan de ouders toekomen (zoals dat bij een vruchtgebruik het geval is). Dat betekent dat ze bijvoorbeeld mogen wonen in een geërfde woning, kunnen genieten van huurinkomsten, dividenden en obligaties kunnen ontvangen of recht hebben op de rente van het geërfde kapitaal, tot het kind meerderjarig wordt.

Wat als u dat niet wenst?

Stel dat uw zoon reeds overleden is. Hij was gescheiden van zijn ex-vrouw. U wilt via uw testament een bepaald bedrag nalaten aan de kinderen van uw zoon (uw kleinkinderen). Aangezien uw zoon overleden is, heeft zijn ex het exclusieve ouderlijke gezag over uw kleinkinderen en zal zij dus het genotsrecht van hun goederen hebben en ze kunnen beheren (voor geërfde goederen kan dat desgevallend pas mits een machtiging van de vrederechter).

Wilt u dat niet, dan kunt u in uw testament voorzien dat het genotsrecht van de goederen die u aan uw kleinkind(eren) nalaat, niet aan uw ex-schoondochter zal toekomen. Het genotsrecht kunt u haar dus ontzeggen, maar dat geldt niet voor het beheer van de geërfde goederen (die ze sowieso pas mits een machtiging van de vrederechter kan beheren)!

Wilt u haar ook elke mogelijkheid tot beheer ontzeggen, dan bestaan daar andere oplossingen voor.

Zo kunt u via uw testament enkel de blote eigendom van bepaalde goederen aan uw kleinkinderen nalaten. Het vruchtgebruik laat u dan ‘tijdelijk’ (bijvoorbeeld tot ze meerderjarig zijn en hun goederen zelf kunnen beheren) aan een vertrouwenspersoon toekomen, bijvoorbeeld een broer of zus van uw overleden zoon. In dat geval zal het beheer van de moeder van uw kleinkind beperkt zijn tot de blote eigendom van de goederen. De vruchtgebruiker zal dan bijvoorbeeld kunnen instaan voor de verhuur van een onroerend goed dat u aan uw kleinkind nalaat. Hun moeder zal met andere woorden maar weinig kunnen doen met het beheer van de blote eigendom. Het nadeel is wel dat (de blote eigendom van) die goederen bijvoorbeeld niet verkocht kunnen worden zonder haar toestemming.

Een alternatief is het uit Nederland overgewaaide ‘testamentair bewind’. Aan uw testament voegt u een ‘bewindsclausule’ toe. Dat is een ‘last’ voor de begunstigde die u aan de gelegateerde goederen koppelt om ze niet zelf te beheren maar ze door een (door u gekozen) derde te laten beheren. Die derde is uiteraard een vertrouwenspersoon van u. Hij zal die goederen in naam en voor rekening van uw kleinkind beheren. U kunt dat beheer zelfs nog na de meerderjarigheid van uw kleinkind laten doorlopen, bijvoorbeeld tot het 25 of 30 jaar is en ‘wijs genoeg’ is om met dat vermogen om te gaan. Dat beheer moet volledig in het belang van uw kleinkind gebeuren en de bewindvoerder is aan strenge regels gebonden.


Conclusie:

  • In principe moeten zijn ouders de erfenis van een minderjarig kind voor hem aanvaarden, al dan niet onder voorrecht van boedelbeschrijving, of verwerpen. Ze moeten daarvoor wel eerst een machtiging aan de vrederechter vragen en eventueel via de notaris passeren. 
  • Het zijn in principe de (langstlevende) ouder(s) van een minderjarig kind die het genot van de geërfde goederen krijgen. Gelden en effecten die een minderjarige erft, moeten volgens de wet op een geblokkeerde rekening geplaatst worden tot het kind meerderjarig wordt. Willen de ouders deze goederen toch kunnen beheren, dan moeten ze eerst een machtiging van de vrederechter vragen om deze onbeschikbaarheid op te heffen.  
  • Via een testament kunnen ze wel van het genot uitgesloten worden, maar niet van het eventuele beheer. Een eventuele oplossing daarvoor is een legaat van enkel de blote eigendom of het ‘testamentair beheer’.

Meer weten?