Beleggen

Fiscale aspecten: in België

Fiscaliteit toegepast op meerwaarden op aandelen of deelbewijzen van Gemeenschappelijke Beleggingsfondsen

Synthese van de basisprincipes

Sinds 1 januari 2006 heeft de fiscaliteit die van toepassing is op meerwaarden op aandelen of deelbewijzen van Gemeenschappelijke Beleggingsfondsen (GBF) drastische wijzigingen ondergaan. Na de introductie van de roerende voorheffing op die meerwaarden heeft de Belgische wetgever drie keer de inhoud van die wet veranderd met als voornaamste bedoeling een uitbreiding van het toepassingsgebied.

Hieronder leggen wij de basisprincipes van die roerende voorheffing uit.

Historiek van de invoering van die roerende voorheffing

  • 1 januari 2006

  • Introductie van een roerende voorheffing van 15% op de meerwaarden die gerealiseerd worden in het kader van ofwel een wederinkoop van aandelen of deelbewijzen door sommige GBF ofwel van de liquidatie van sommige (compartimenten van) GBF. De wet viseert de GBF uitgegeven door een land van de Europese Unie die beschikken over een Europees paspoort en die meer dan 40% investeren in ‘rentegenererende’ instrumenten (bv obligaties, zero-bonds, …).

  • 1 januari 2008

  • De belastbare basis voor de roerende voorheffing wordt gewijzigd: ze wordt in principe berekend op basis van de totale inkomsten die voortvloeien uit de investeringen van het fonds in ‘rentegenererende’ instrumenten : intresten, meerwaarden en minderwaarden. Het begrip van TISbis (taxable income per share) wordt geïntroduceerd.

  • 1 januari 2012

  • De wet van 28 december 2011 verhoogt het percentage van de roerende voorheffing tot 21% en introduceert de (eventuele) bijkomende heffing van 4%.

  • 20 december 2012

  • De wet van 13 december 2012 wijzigt het percentage van het fonds dat geïnvesteerd is in ‘rentegenererende’ instrumenten van 40% naar 25% en breidt de belastbare verrichtingen uit naar de verkopen van aandelen of deelbewijzen van sommige GBF op de secundaire markt.

  • 1 januari 2013

  • De wet van 27 december 2012 verhoogt het percentage van de roerende voorheffing tot 25% en schaft de bijkomende heffing van 4% af.

  • 1 juli 2013

  • De wet van 1 augustus 2013 breidt de belastingregime uit naar de GBF uitgegeven door een land van de Europese Unie zonder Europees passport.

Op wie is deze taks van toepassing?

Alle belastingplichtigen onderworpen aan de personenbelasting in België.

Welke fondsen worden geviseerd?

De roerende voorheffing is van toepassing op meerwaarden die gerealiseerd worden op aandelen of deelbewijzen van de volgende GBF:

  • De Europese GBF met of zonder Europees als ze voor meer dan 25% in ‘rentegenererende’ instrumenten investeren.
  • De non Europese GBF als ze voor meer dan 25% in ‘rentegenererende’ instrumenten investeren.
Welke fondsen worden niet geviseerd?

De roerende voorheffing is dus niet van toepassing op meerwaarden die gerealiseerd worden op aandelen of deelbewijzen van GBF die voor minder dan 25% in ‘rentegenererende’ instrumenten investeren.

Welke operaties worden geviseerd?
  • Alle wederinkopen van aandelen of deelbewijzen door een GBF die geviseerd wordt.
  • Alle liquidaties van (een compartiment van) een GBF die geviseerd wordt.
  • Alle verkopen (op de secundaire mark) van aandelen of deelbewijzen van een GBF die geviseerd wordt.
Wat zijn de gevolgen voor uw portefeuille?

Wilt u weten of uw GBF aan de roerende voorheffing onderworpen zijn?

Uw ING-gesprekspartner is het best geplaatst om u hierbij toelichting te geven. Aarzel niet om hem te contacteren.

Deze informatie is gebaseerd op de fiscale situatie zoals we die vandaag kennen.

Meer weten?