Begroting 2018: fiscale maatregelen die voor beleggers relevant zijn


In het kader van de begroting voor 2018 heeft de regering-Michel een aantal fiscale maatregelen genomen die beleggers zowel in positieve als in negatieve zin kunnen treffen. We overlopen de maatregelen die voor ING cliënten het meest relevant zijn.

Let op!

Doordat er nog maar weinig concrete informatie - laat staan goedgekeurde wetteksten - met betrekking tot de uitwerking van de goedgekeurde maatregelen beschikbaar is, is de hieronder weergegeven informatie voorlopig nog onvolledig en nog niet definitief. Zodra er meer concrete gegevens beschikbaar zijn berichten we u daarover.

Vanaf 1 januari 2018 betalen beleggers een taks als de waarde van de effecten op hun effectenrekening meer dan 500.000 euro per persoon bedraagt. De belastingvrije som per koppel bedraagt dus 1.000.000 euro. Het belastingtarief bedraagt 0,15% op de volledige waarde van de effectenportefeuille. Een belegger met een effectenportefeuille van 600.000 euro betaalt dus belasting op de 600.000 euro, en niet op de 100.000 euro boven de belastingvrije som. Op bijvoorbeeld een portefeuille van 1.000.000 euro zal dus 1.500 euro taks betaald moeten worden.

De taks viseert aandelen, obligaties en beleggingsfondsen. Pensioenspaarfondsen en levensverzekeringen zijn vrijgesteld. Alleen beleggingsproducten waarvoor een objectieve waarde bepaald kan worden zijn belastbaar: niet-beursgenoteerde aandelen zijn vrijgesteld. De abonnementstaks van 0,0925% voor fondsen blijft overigens bestaan!

De banken zullen elke maand de waarde van de effectenrekening moeten bepalen. De taks zal geheven worden op de gemiddelde waarde van de 12 maandelijkse observaties.

Omzeiling van de taks door het openen van meerdere rekeningen of uitwijking naar het buitenland is niet mogelijk. Beleggers zullen immers in hun belastingaangifte moeten meedelen of ze één of meerdere effectenrekeningen hebben. Buitenlandse rekeningen moeten overigens nu ook al aangegeven worden.

Onduidelijk is nog of de maatregelen enkel impact zullen hebben op effectenrekeningen die op naam staan van Belgische rijksinwoners, of ook rekeningen van vennootschappen, vzw’s of onverdeeldheden (maatschappen) geviseerd worden, enz.

Tot nu toe werd enkel belasting geheven op de meerwaarde van het obligatieluik van een beleggingsfonds (BEVEK) dat minstens 25% van zijn activa in obligaties belegt (de zogeheten ‘Reynders taks’). De drempel van 25% verdwijnt. Dit betekent dat ook de obligatiemeerwaarden van fondsen die bijvoorbeeld slechts voor 15% in obligaties beleggen voortaan belast zullen worden.

Onduidelijk is nog welke bestanddelen precies geviseerd worden. Naar verluidt zou enkel op het obligatierendement in deze fondsen roerende voorheffing verschuldigd zijn. Een fonds dat volledig in aandelen belegt zou geen impact ondervinden van de nieuwe maatregelen. Verwacht wordt ook dat enkel toekomstige investeringen geviseerd zullen worden, en niet de lopende beleggingen.

Beleggers zullen voortaan ook roerende voorheffing moeten betalen op uitkeringen uit gemeenschappelijke beleggingsfondsen (GBF). Dat zijn dakfondsen die voor rekening van beleggers beleggen in collectieve beleggingsinstellingen, de zogenaamde ICB’s. Tot nu toe gold hiervoor een vrijstelling.

Onduidelijk is nog of enkel toekomstige investeringen getroffen zullen worden, hoewel dit de algemene verwachting is) of dat ook lopende beleggingen getroffen zullen worden.

De belasting op de aan- en verkoop van aandelen stijgt van 0,27% naar 0,35%. Het tarief voor obligaties stijgt van 0,09% naar 0,12%.

Dividenden tot 627 euro worden vrijgesteld van roerende voorheffing (dit is de zogenaamde nieuwe wet Cooreman-De Clercq). Dat levert de belegger een bescheiden fiscaal voordeel van 188,10 euro op. Als het dividendrendement gemiddeld 3,5% bedraagt zijn aandelenportefeuilles tot bijna 18.000 euro volledig vrijgesteld van roerende voorheffing. Grotere aandelenportefeuilles zijn gedeeltelijk vrijgesteld. De maatregel heeft als doel om meer spaargeld te kanaliseren naar de reële economie en investeringen te stimuleren.

De vrijstelling wordt toegekend via de belastingaangifte. Beleggers zullen eerst roerende voorheffing moeten betalen op alle dividenden en kunnen dan 30% van 627 euro terugvorderen via hun belastingaangifte (188,10 euro).

Onduidelijk is nog:

  • of enkel beleggingsaandelen voor deze vrijstelling in aanmerking komen;
  • of ook aandelen van de eigen vennootschap in aanmerking komen;
  • of enkel Belgische rijksinwoners (natuurlijke personen) in aanmerking komen.

De fiscale vrijstelling van de rente op gereglementeerde spaarboekjes zakt van 1.880 euro naar 940 euro. Stel dat u als spaarder 0,11% rente krijgt. U kunt dan voortaan nog maar 854.545 euro belastingvrij sparen, in plaats van 1.710.000 euro. Indien de rente naar bijvoorbeeld 2% stijgt zult u roerende voorheffing moeten betalen wanneer er meer dan 47.000 euro op uw spaarboekje staat.

Pensioenspaarders kunnen voortaan kiezen tussen twee opties. Ofwel blijven ze tot 940 euro fiscaalvriendelijk sparen. Het fiscaal voordeel blijft dan 30% (maximaal 282 euro). Ofwel sparen ze 1.200 euro. Dan bedraagt het fiscaal voordeel 25% (300 euro). Het maximaal fiscaal voordeel stijgt dus met 18 euro indien u bereid bent om 260 euro extra opzij te zetten.

Gedupeerde Arco-coöperanten zullen gedeeltelijk vergoed worden voor hun verlies. Onduidelijk is nog hoeveel hun vergoeding zal bedragen. Naar verluidt zou dat + 40% zijn.

Er wordt een optioneel stelsel ingevoerd om de verhuur van onroerende goederen in bepaalde gevallen aan btw te onderwerpen. Door de huidige vrijstelling van btw van onroerende verhuur is de btw op de kosten die de verhuurder maakt ook niet recupereerbaar, wat hem een extra kost oplevert. Door de verhuurder de kans te bieden om onroerende goederen die door de huurder beroepsmatig gebruikt zullen worden te verhuren met btw, zal hij ook de btw op zijn kosten met betrekking tot het verhuurde onroerend goed kunnen recupereren (wat in principe tot lagere huurprijzen zou moeten leiden). Voor de huurder is er geen bijkomende kost, aangezien de btw op de huurprijs voor hem in principe recupereerbaar is via zijn btw-aangifte.

Hoeveel belastingen betaalt een belegger?
Een voorbeeld
  • Een belegger heeft een effectenportefeuille van 1.000.000 euro. Hij bezit voor 400.000 euro in aandelen, 400.000 euro in obligaties en 200.000 euro in beleggingsfondsen
  • Hij doet 10 aandelentransacties van elk 5.000 euro
  • Hij int 10.000 euro brutodividend
  • Hij beslist om vanaf 2018 voor 1.200 euro aan pensioensparen te doen in plaats van 940 euro
Betaalde belastingen 2017 2018
Taks op effectenrekening 0 € 1.500 €
Beurstaks 135 € 175 €
Roerende voorheffing op dividenden 3.000 € 2.812 €
Aftrek pensioensparen -282 € -300 €
Totaal 2.853 € 4.187 €

"Deze documenten zijn commerciële documenten opgesteld en verdeeld door ING Private Banking, een commerciële afdeling binnen ING België, en zijn uitsluitend opgemaakt voor informatiedoeleinden. De huidige documenten vormen noch een persoonlijk advies, een aanbod of een uitnodiging tot het kopen of verkopen, noch het deelnemen aan een beleggingsstrategie. De inhoud is gebaseerd op informatiebronnen die betrouwbaar worden geacht. De gepresenteerde informatie kan zonder voorafgaande mededeling worden gewijzigd. Er wordt door ING België, of een andere entiteit die deel uitmaakt van de ING Groep, geen enkele uitdrukkelijke of impliciete garantie, waarborg of verklaring gegeven omtrent de juistheid, geschiktheid of volledigheid van de beschikbaar gestelde informatie. De gepresenteerde informatie kan zonder voorafgaande mededeling worden gewijzigd. Noch ING België, noch een andere entiteit die deel uitmaakt van de ING Groep, noch haar functionarissen, directeuren of medewerkers aanvaarden enige aansprakelijkheid of verantwoordelijkheid ten aanzien van de verstrekte informatie. Dit materiaal is niet voor een specifieke belegger bedoeld. Evenmin wordt in dit materiaal rekening gehouden met bijzondere beleggingsdoelstellingen, financiële omstandigheden of financiële behoeften en kan dit aldus in geen geval beschouwd worden als investeringsadvies. De waarde van effecten en van inkomstenstromen kan zowel stijgen als dalen en is niet gegarandeerd. Feitelijke resultaten, prestaties en gebeurtenissen kunnen wezenlijk afwijken van de gepresenteerde gegevens. De oorzaken hiervan kunnen zeer divers zijn, met name (i) de algemene economische omstandigheden in de kernmarkten van ING; (ii) de algehele prestaties van financiële markten, waaronder de opkomende markten; (iii) renteniveaus en wijzigingen in renteniveaus; (iv) wisselkoersen; (v) algemene concurrentiefactoren; (vi) wijzigingen in de wet- en regelgeving en (vii) veranderingen in het beleid van overheden en/of toezichthouders. Beleggers dienen te beseffen dat op de producten en effecten die hier genoemd worden hun eigen specifieke bepalingen en voorwaarden van toepassing zijn. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. Alle rechten voorbehouden. Zonder voorafgaande toestemming van de houder van het auteursrecht is het niet toegestaan om enig deel van deze publicatie in enige vorm of op enige wijze (mechanisch, door middel van fotokopie, opname of anderszins) te kopiëren, op te slaan in een informatiesysteem of te verzenden. Bovenvermelde bepalingen beletten niet dat ING België, haar functionarissen, directeuren of medewerkers in geval van grote nalatigheid aansprakelijk gesteld kunnen worden."