Gezin

The Money Talk: Opdracht 2 "Nodig hebben vs willen"

Met deze tweede opdracht leren je kinderen het verschil tussen 'nodig hebben' en 'willen' door een ijsje samen te stellen op basis van wat ze kunnen kopen.

Opdracht #2: Kan jij het ijsje kopen dat je wilt?

Er ging net een nieuwe ijsjeszaak open en ze hebben er al je favoriete smaken en toppings om het lekkerste ijsje ooit te maken. Wat kies je? Aardbei met chocolade? Vanille-ijs met chocoladestukjes, karamel en slagroom? Loopt het water je al in de mond?

Wat heb je nodig?

Stap 1: Kleuren maar

Welkom in het bekendste ijssalon ter wereld. Print de ijsingrediënten en de munten uit. Voordat we je heerlijke ijsje kunnen samenstellen, hebben we jouw hulp nodig om het te tekenen en alles in te kleuren.

Stap 2: Knip alle ingrediënten en het geld netjes uit
Stap 3: s'Werelds bekendste ijssalon opent de deuren!

Je kunt 10 gouden munten uitgeven en elk ingrediënt kost 1 gouden munt. Geef je geld verstandig uit om een heerlijk ijsje samen te stellen.

Stap 4: Nog eens, maar dan met 5 munten

Dat is al wat moeilijker, niet? Nu je maar 5 munten uit te geven hebt, kun je niet alles krijgen wat je wil. Je moet dus goed nadenken over wat het belangrijkst is. Succes!


Bij deze activiteit kan je kind met munten ingrediënten kopen om zijn/haar favoriete ijsje samen te stellen. Aangezien het bedrag beperkt is, kan je kind niet alles krijgen wat hij/zij wil. Hij/zij moet dus prioriteiten leren stellen en alleen kopen wat het echt nodig heeft.

Wat hebben we geleerd?

We hebben ijsjes natuurlijk niet echt ‘nodig’, maar het is een speelse en efficiënte metafoor om te leren beoordelen en beslissen waaraan we ons geld uitgeven. Gebruik deze metafoor als uitgangspunt om met je kinderen een gesprek aan te knopen over het verschil tussen ‘nodig hebben’ en ‘willen’.

Vragen en onderwerpen om een gesprek aan te gaan met je kinderen

Wat is een traktatie en wat is er zo speciaal aan?

Een ijsje is een heerlijke traktatie, maar je kunt niet alleen maar ijsjes eten. Of je krijgt buikpijn! Bespreek waarom je bepaalde voedingsmiddelen koopt in de supermarkt, en niet alleen maar traktaties.

Neem een kijkje in de koelkast, of kijk rond in de ruimte waar je je bevindt, en beoordeel wat je echt nodig hebt en wat je gewoon wilt.

Is het logisch om een gloednieuwe tv te kopen als je er al één hebt? Waarom niet? Wat met de melk in de koelkast? Iedere week kopen we melk.

Geef een paar voorbeelden van dingen die je vrienden willen?

Heb jij die dingen nodig? Wanneer een vriendje nieuw speelgoed krijgt, denken we soms dat wij dat ook nodig hebben. Maar is dat wel logisch?

Wist je dat?

Wanneer mensen met een grommende maag inkopen doen, is de kans groter dat ze geld uitgeven aan producten die ze niet nodig hebben.

Uitdaging in het echte leven

De volgende keer dat je met het hele gezin naar de supermarkt gaat, laat je kind dan aanwijzen welke producten jullie echt ‘nodig hebben’ en welke jullie gewoon ‘willen’ en waarom. Dat lekkere ijsje is misschien wel iets lekkers maar niet noodzakelijk.

Wat is 'The Money Talk'?

Heb je het echt nodig of wil je het gewoon? Wat betekent het om geld te verdienen? Waarom lenen we geld? En waarom stelt reclame de dingen vaak mooier voor dan ze in werkelijkheid zijn? Het spel ‘The Money Talk’ is ontwikkeld door ING's partners Think Forward Initiative om kinderen nieuwsgierig te maken en vragen te doen stellen over geld om zo een gesprek aan te gaan met hen over dit specifieke onderwerp.

Het doel van het Think Forward Initiative is om mensen de kennis en kans te geven om betere financiële beslissingen te nemen. Dus ook kinderen! Een van de meest veelbelovende methoden om kinderen bij te leren over geld, is om er met hen over te praten en hen te laten oefenen. Door ze de juiste tools en ondersteuning aan te reiken, ontwikkelen ze het vermogen om op latere leeftijd gezonde financiële beslissingen te nemen.*

Maak dus zeker wat tijd vrij om ‘The Money Talk’ te spelen. Met dit spel krijgen zowel ouders als kinderen op een leuke manier meer financieel inzicht.

Klaar om te beginnen?

*Amagir et al. (2018); Johnson & Sherraden (2007).