Pensioen

14 maart 2022

Financieel welzijn op het moment van pensioen: nog een genderkloof

Charlotte de Montpellier

Charlotte de Montpellier

Econome bij ING België

Aan de start van hun pensioen staan vrouwen er financieel minder goed voor. Hoe vertaalt zich dit in cijfers? En wat zijn de oorzaken? Ontdek de analyse van Charlotte de Montpellier.

Er is geen twijfel dat iedereen een rustig en comfortabel pensioen wil. Het is echter duidelijk dat dit niet voor iedereen de realiteit is. Volgens gegevens van Eurostat lopen gepensioneerden in België een armoederisico van 16,2%. Bovendien is dit risico wat hoger voor vrouwen dan voor mannen (gemiddeld 16,5% tegen 15,9%). Daar zijn verschillende redenen voor.

Wil je de gedetailleerde analyse van Charlotte de Montpellier ontdekken?

Een grote kloof op het gebied van wettelijk pensioen

Het gemiddelde maandelijkse pensioen dat aan een werknemer wordt betaald, bedraagt 1.576 euro, tegenover 1.206 euro voor een vrouwelijke werknemer. Onder zelfstandigen is het verschil nog groter: voor vrouwen bedraagt het pensioen slechts 761 euro en voor mannen daarentegen 1.188 euro. Dit verschil is natuurlijk niet te wijten aan een discriminerende opzet van het systeem. Dit komt doordat vrouwelijke gepensioneerden vaak kortere loopbanen en lagere lonen hebben gehad dan mannen, waardoor zij recht hebben op een lagere uitkering. Het is dus gewoon een afspiegeling van de situatie op de arbeidsmarkt tijdens de loopbaan van de huidige gepensioneerden.

Eurostat-gegevens maken het mogelijk de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen van 65 jaar en ouder te meten. In 2020 bedroeg dit verschil 33,8% in België.

Zelfs als er geen rekening wordt gehouden met verschillen in wettelijke pensioenen, hebben vrouwen meestal een lagere financiële welvaart bij wanneer ze met pensioen gaan omdat zij minder sparen en beleggen. Indien ze toch beleggen, zijn ze geneigd minder rendabel te beleggen.

Vrouwen hebben meestal een lagere financiële welvaart bij wanneer ze met pensioen gaan omdat zij minder sparen en beleggen

Lager spaarniveau

Ten eerste hebben vrouwen, om een aantal redenen die buiten het bestek van deze studie vallen, de neiging minder te sparen dan mannen. Uit onze enquête ING Sparen blijkt dat slechts 13% van de vrouwen meer dan 50 000 euro spaargeld heeft, tegenover 24% van de mannen, wat belangrijke gevolgen heeft in termen van financieel comfort. Zo zegt 37% van de vrouwen zich ongemakkelijk te voelen bij het spaarniveau van hun huishouden, tegenover 29% van de mannen.

Minder beleggingen

Vrouwen zijn ook minder geneigd te beleggen: 40% van de vrouwen zegt in ten minste één financieel instrument te beleggen, tegenover 50% van de mannen. Vrouwelijke beleggers hebben ook de neiging een kleiner bedrag te beleggen dan mannen: 50% van de vrouwelijke beleggers heeft een portefeuille van minder dan 25.000 euro, tegenover 38% van de mannen, en slechts 4% van hen heeft meer dan 100.000 euro belegd, tegenover 16% van de mannen.

Mannen nemen meer risico's dan vrouwen

Deze verschillen zijn uiteraard in de eerste plaats te wijten aan verschillen in vermogensopbouw en inkomen, die op hun beurt verband houden met ongelijkheden op de arbeidsmarkt, die van invloed zijn op het vermogen om te sparen en dus te beleggen. Maar uit de enquêtes blijkt ook dat vrouwen en mannen zich verschillend gedragen, wat leidt tot een verschillende benadering van beleggingen: vrouwen zijn meer risicomijdend dan mannen.

Elke maand vragen wij beleggers of dit het juiste moment is om in risicovolle sectoren te beleggen. Vrouwen zijn consequent minder geneigd dan mannen om te zeggen dat het een "goed" of "zeer goed moment" is om in deze sectoren te beleggen. De laatste enquête is geen uitzondering. Zo voelde in november 2021 33% van de mannen zich aangetrokken tot risicovolle sectoren, tegen 28% van de vrouwen.

Op de vraag wat de beste langetermijnbelegging is, schuiven veel minder vrouwen aandelen (4% tegen 9% van de mannen) en gemengde fondsen (6% tegen 9%) naar voor als hun topkeuze. Anderzijds raden meer van hen onroerend goed aan (45% tegen 33%).

Vrouwen en mannen gedragen zich verschillend, wat leidt tot een verschillende benadering van beleggingen

Perceptie van lagere financiële geletterdheid

Risicoaversie is niet het enige element dat de verschillen tussen mannen en vrouwen in financieel gedrag kan verklaren. Financiële educatie (perceptie of feitelijk) heeft ook een belangrijke invloed. 

Wanneer hen wordt gevraagd zelf hun financiële kennis te beoordelen, geeft 32% van de vrouwen, tegenover 18% van de mannen, zichzelf een onvoldoende (tussen 0 en 4/10).

Als gevolg daarvan zijn vrouwen over het algemeen minder actief in het beheren van hun financiën. Zo heeft minder dan een kwart van de vrouwen met spaargeld in de afgelopen 12 maanden overwogen te beleggen, tegenover een derde van de mannen in dezelfde situatie.

Conclusie

Deze verschillende elementen helpen verklaren waarom vrouwen de neiging hebben minder te beleggen dan mannen. Maar dit leidt tot een aanzienlijke handicap voor vrouwen als het om hun pensioen gaat. Vrouwen hebben in België namelijk een hogere levensverwachting (83 jaar) dan mannen (78 jaar). Dit betekent dat hun planningsbehoeften vaak een langere tijdshorizon moeten bestrijken. Om het financiële comfort van iedereen op het moment van pensionering te vergroten, zou de samenleving als geheel er dus waarschijnlijk bij gebaat zijn als vrouwen meer aandacht zouden besteden aan financiële beleggingen. Dit zal waarschijnlijk inhouden dat meer informatie over beleggingen onder vrouwen wordt verspreid. Uit de literatuur blijkt immers dat een betere kennis van financiële begrippen een van de elementen is waardoor vrouwen meer zouden kunnen beleggen.

Wil je de gedetailleerde analyse van Charlotte de Montpellier ontdekken?