Kapitaal opbouwen

Sparen of beleggen: hoe maak je een keuze?

We horen vaak dat sparen ‘niet meer opbrengt'. Maar klopt dit wel? Waarom en wanneer sparen? En zijn beleggingen een goed alternatief? Peter Vanden Houte, hoofdeconoom, legt de werking van sparen en beleggen uit.

Wanneer je inkomen het toelaat, kan het interessant zijn om wat opzij te zetten, om in de toekomst een grote aankoop te doen, om de koopkracht doorheen de tijd stabiel te houden (het inkomen verandert immers in de loop van een leven) of om een erfenis door te geven aan toekomstige generaties. Helaas kan met het verstrijken van de tijd met een bepaalde som niet dezelfde hoeveelheid goederen en diensten worden gekocht. Met andere woorden, stijgende prijzen (en dus inflatie) bedreigen de koopkracht van het gespaarde geld. Wat kan je hieraan doen?  

Het rendement, een essentieel onderdeel van het verkrijgen van koopkracht.

Het rendement dat het opzijgezette geld kan bieden is zeer belangrijk, omdat het je in staat stelt de toekomstige koopkracht van het vandaag opzijgezette geld te handhaven of zelfs in het beste geval te verbeteren. Als dit geld gespaard wordt, is het rendement de opbrengst van het spaargeld, d.w.z. de rente erop. Wordt het geld daarentegen geïnvesteerd (bv. In onroerend goed, aandelen, obligaties, enz.), dan bestaat het rendement uit de waardevermeerdering of -vermindering van deze activa en de inkomsten die zij genereren (huur, dividend, coupon). 

Sparen of beleggen?

Het rendement kan heel verschillend zijn, afhankelijk van wat de wijze waarop het geld gespaard of belegd wordt. Belangrijk is om bij de keuze rekening te houden met het verwachte rendement EN het risico dat wordt genomen. En natuurlijk zijn de twee vaak met elkaar verbonden: meer risico nemen betekent ook een hoger verwacht rendement.

Laten we enkele voorbeelden nemen: 

Sparen of beleggen? Doe de simulatie

Welk resultaat kun je potentieel van je beleggingen verwachten in plaats van sparen? Maak een schatting die rekening houdt met de looptijd, het bedrag van de belegging en de mate van risico die je wilt nemen.

Doe de simulatie hier.

De tijdsdimensie

Risico's nemen kan voor sommigen eng klinken. Maar omgaan met risico’s moet je met een koel hoofd doen en je kan het objectief benaderen.

Hou in gedachten dat risico:

  • kan worden beheerd en geminimaliseerd: door diversificatie van de belegging kan het genomen risico worden verminderd (zonder het natuurlijk te elimineren). 
  • op verschillende manieren wordt benaderd, afhankelijk van de tijdshorizon. Met andere woorden, het risico dat je je kan veroorloven is niet hetzelfde als je weet dat je je geld over 1 jaar of over 15 jaar nodig zal hebben. Tijd is heel belangrijk.

In elk geval raden wij aan ongeveer 6 maanden inkomen aan te houden in de vorm van spaarvermogen, om snel over de nodige liquide middelen te beschikken voor onvoorziene omstandigheden. Voor wat overblijft, kan je denken aan beleggen. 

Inflatiegolf, stijging van de rente... verandert dit de situatie?

Is de enorme inflatiegolf die we nu meemaken, na een lange periode van zeer lage inflatie, een spelbreker? Niet echt. De hoge inflatie neemt grotere happen dan gewoonlijk uit de waarde van het opzijgezette geld. Zo is de consumptieprijsindex, de beste indicator voor de algemene prijsontwikkeling in België, sinds begin 2021 met meer dan 16% gestegen. Daarom heeft 1.000 euro begin 2021 nog maar een koopkracht van 861 euro begin 2023!

Omdat de rente momenteel iets hoger is, kan het spaargeld iets meer opbrengen dan in de afgelopen jaren. We zijn echter nog ver verwijderd van het huidige inflatiepercentage (nog steeds bijna 10%), al zou de inflatie in de loop van het jaar wel wat moeten dalen. Kortom, dit is een uitzonderlijke periode, maar het illustreert tevens hoe belangrijk het is om na te denken over de beste manier om je geld te laten renderen. 

"1.000 euro begin 2021 heeft nog maar een koopkracht van 861 euro begin 2023!"

In deze video uit 2021 legt Peter Vanden Houte, hoofdeconoom, uit hoe sparen en beleggen werken in 5 min 20. Hoewel de inflatiecijfers en de rentevoeten zijn veranderd, blijven de mechanismen voor sparen en beleggen geldig.