Kapitaal beheren

Waarom zou u ook uw beleggingsportefeuille niet vaccineren?

Luc Charlier

Luc Charlier

Strategist

De vaccinatierace, de hoge druk op ziekenhuizen… De gezondheidssector maakt ongekende veranderingen mee. Wat zijn de gevolgen voor de beleggingsportefeuilles? Luc Charlier, beleggingsstrateeg, analyseert de situatie.

De coronacrisis is een grootschalige en ontnuchterende testcase voor wie wil weten of ons medisch systeem is opgewassen tegen een epidemie. De ongelofelijke snelheid waarmee onderzoekers erin geslaagd zijn om vaccins te ontwikkelen, mag de aandacht namelijk niet afleiden van de grote hoeveelheid mensen die het leven hebben gelaten en de grote problemen waar ziekenhuizen en de economie mee te maken hebben gekregen. Om de onafhankelijkheid van haar gezondheidszorg te waarborgen zal Europa een doordachte manier moeten vinden om farmaceutische productie terug naar eigen bodem te halen. Europa zal dan ook moeten investeren in nieuwe productiecapaciteit en infrastructuur voor innovatie. Kortom, de gezondheidszorgsector is meer dan ooit geschikt voor langetermijnbeleggingen.

Een van de belangrijke lessen die we uit de gezondheidscrisis kunnen trekken, is dat heel wat ‘ontwikkelde’ landen iets moeten doen aan de chronische onderinvestering in hun ziekenhuissystemen. Ze zullen de productie van ‘essentiële’ geneesmiddelen en medische producten gedeeltelijk terug naar eigen land moeten halen. Bijna 85% van de Europese ziekenhuizen werd in het begin van de pandemie getroffen door een gebrek aan chirurgische maskers, handschoenen, desinfecterende gels, beademingstoestellen, antibiotica, verdovingsmiddelen en tal van moleculen die gebruikt worden bij reanimaties of op de afdeling cardiologie. In het begin van de jaren 1980 was Europa op dit vlak zelfvoorzienend, en er is zeker ook geen gebrek aan goede laboratoria. Op dit moment is Europa voor 80% van de actieve bestanddelen (zoals paracetamol of hydroxychloroquine, die vooral uit China komen) afhankelijk van import, tegenover 30% 30 jaar geleden. Daarnaast is 40% van de ‘gebruiksklare’ - dat wil zeggen, gedoseerde en verpakte - geneesmiddelen die op ons continent verkocht worden afkomstig uit het buitenland, voornamelijk uit India.

Het grote nadeel van deze afhankelijkheid is dat ze Europa kwetsbaarder maakt voor onderbrekingen in de bevoorrading. Frankrijk werd in 2019 bijvoorbeeld 1.500 maal geconfronteerd met bevoorradingsproblemen voor essentieel geachte geneesmiddelen (dat wil zeggen, nog voor de coronacrisis). Het is niet verwonderlijk dat de tekorten in tijden van grote vraag nog nijpender zijn. Zoals de gezondheidscrisis jammer genoeg aantoont vertaalt zich dat in lagere overlevingskansen voor patiënten.

Hoe heeft het zo ver kunnen komen, terwijl de wereldwijde geneesmiddelenmarkt floreert? In 2019 was deze markt goed voor bijna 980 miljard euro. Binnen nu en drie jaar zou dit 1.200 miljard moeten zijn. En de belangrijkste laboratoria - Johnson & Johnson, Pfizer, Merck, Abbvie, Bristol Myer Squibb en Lilly in de Verenigde Staten, Novartis en Roche in Zwitserland, Sanofi in Frankrijk en GlaxoSmithKline in Engeland - zijn allemaal in de westerse wereld gevestigd.

Het antwoord op de vraag is eenvoudig: al deze ondernemingen zijn beursgenoteerd. Onder druk van de markt focussen ze zich op nieuwe ontwikkelingen - bijvoorbeeld via de overname van of partnerschappen met biotechnologiebedrijven, door zich te richten op nieuwe therapeutische werkvelden of segmenten (zoals zelfmedicatie), of door verkoop- of distributiebedrijven over te nemen. Dat verklaart ook de snelheid waarmee maar liefst een vijftigtal vaccins tegen corona ontwikkeld

werden.

Twee daarvan zijn gebaseerd op een gentechnologie die nooit eerder op de mens is uitgeprobeerd (messenger-RNA). We hebben ze te danken aan de samenwerking tussen Moderna en Roche enerzijds, en tussen Pfizer en BioNTech anderzijds.

De keerzijde van dit onbetwistbare succes is dat laboratoria in hun wedloop naar nieuwigheden de neiging hebben om oude, generiek geworden geneesmiddelen links te laten liggen. De verkoopprijs van deze geneesmiddelen ligt 60 tot 80% lager dan voordat hun octrooi publiek eigendom werd. Deze generische geneesmiddelen - die bijvoorbeeld in Frankrijk 80% van het geneesmiddelenverbruik uitmaken - worden uitbesteed en blootgesteld aan tal van logistieke en zelfs kwalitatieve risico’s. Deze strategie deed de gemiddelde kostprijs van de geneesmiddelen weliswaar dalen, maar ligt eveneens aan de basis van de kwetsbaarheid van onze gezondheidszorgstelsels.

Hogere uitgaven in het vooruitzicht

Dat westerse landen zich genoodzaakt voelen om hun toevlucht te nemen tot het ultieme lockdown-wapen om de opeenvolgende coronagolven op te vangen, is niet alleen te wijten aan het risico op verzadiging van de ziekenhuiscapaciteit. Het is ook te wijten aan een gebrek aan tests, sequentiecapaciteit, actieve bestanddelen en uitontwikkelde geneesmiddelen, zoveel is duidelijk. Een structurele hervorming van de gezondheidssystemen dringt zich op, vooral op Europees niveau. Op 11 november 2020 pleitte Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, vurig voor een ‘Europese gezondheidsunie’ om de soevereiniteit van het oude continent op het vlak van volksgezondheid veilig te stellen. Om deze doelstelling te realiseren zou de farmaceutische productie op een doordachte manier naar Europa teruggehaald moeten worden. Dit zou gepaard moeten gaan met investeringen in nieuwe productie- en innovatieinfrastructuur.

Alle ‘essentiële’ geneesmiddelen terughalen is uiteraard niet zinvol, al was het alleen maar omdat we niet over alle grondstoffen beschikken en productieketens versnipperd zijn over verschillende continenten. Maar zelfs als we niet alles terughalen, zouden Europese beleidsmakers kunnen nadenken over de verdeling van een deel van de productieketen tussen de lidstaten van de eurozone. Door dit vooruitzicht zou de gezondheidszorgsector aantrekkelijk moeten blijven voor investeerders, zelfs als de nieuwe Amerikaanse regering en een hoog werkloosheidsniveau een neerwaartse druk zouden uitoefenen op de prijzen en de terugbetalingstarieven van geneesmiddelen.

Een aantrekkelijke relatieve waardering

Afgezien van de coronacrisis zijn er andere factoren die pleiten voor een verhoging van de gezondheidszorguitgaven en het belang van gezondheidszorg als langetermijnbelegging. We hoeven natuurlijk alleen maar te denken aan het feit dat onze levensverwachting aanzienlijk is toegenomen. Die zou in twee decennia met bijna 6 jaar gestegen zijn! Bovendien zijn we met steeds meer mensen die in goede gezondheid willen leven: tegen 2050 zal de aarde tussen de 7,8 en 9,7 miljard bewoners tellen. Daardoor zal het aandeel van de gezondheidszorg tegen 2030 naar verwachting stijgen van 8,8 naar 10,2% van het bbp van de landen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Dit vooruitzicht staat los van de gemiddelde langetermijngroei op 10 jaar van het wereldwijde bbp, die vóór de gezondheidscrisis 3,8% bedroeg.

Deze prognose zit uiteraard al gedeeltelijk vervat in de absolute waardering van de gezondheidszorgsector, die we echt niet meer goedkoop kunnen noemen. Er wordt momenteel immers verhandeld tegen bijna 18 keer de verwachte winst, wat dicht aanleunt tegen het historisch gemiddelde van 19,4. Het verwachte dividendrendement bedraagt niet meer dan 1,7%, veronder het historisch gemiddelde van 2,2%. Hier moeten we echter aan toevoegen dat de gezondheidszorg qua relatieve waardering aantrekkelijker blijkt te zijn, aangezien de sector in vergelijking met de wereldwijde aandelen 10% minder duur is.

Wilt u investeren in de gezondheidssector?