Vermogen overdragen

29 september 2017

Hervorming erfrecht: voortaan hebt u meer te zeggen over uw nalatenschap!

De wet van 31 juli 2017 - gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 1 september 2017 - wijzigt grondig de spelregels die relevant zijn voor uw successieplanning. Daardoor zult u een veel grotere vrijheid genieten om de verdeling van uw nalatenschap te regelen zoals u dat wenst. Zo wordt er onder andere serieus gesleuteld aan het 'voorbehouden deel' van bepaalde erfgenamen. We overlopen kort enkele van de voornaamste maatregelen die voor uw successieplanning relevant kunnen zijn …

'Beschermde' erfgenamen

Bepaalde erfgenamen worden door het erfrecht beschermd, zodat ze in principe niet helemaal onterfd kunnen worden. Dat zijn de zogeheten 'reservataire erfgenamen'. Zij moeten bij uw overlijden altijd een minimaal deel van uw vermogen krijgen, zelfs wanneer u tijdens uw leven al een groot deel van uw vermogen aan iemand anders weggeschonken hebt. Wat u teveel weggegeven hebt, moet dan desnoods maar teruggeven worden aan uw erfgenamen (dat zijn de regels van de 'inbreng' en de 'inkorting'). Die reservataire erfgenamen waren tot nu toe uw kinderen, uw echtgeno(o)t(e) en - indien u geen kinderen hebt - uw ouders.

U kunt dus niet met uw vermogen doen wat u wilt. U kunt bijvoorbeeld niet alles aan uw echtgeno(o)t(e) nalaten en niets aan uw kinderen. U kunt ook niet het grootste deel van uw vermogen aan één van uw kinderen of een goed doel nalaten, en uw andere kinderen (bijna) niets geven.

Het deel van uw vermogen waarover u vrij kunt beschikken - het zogeheten 'beschikbaar deel' - werd tot nu toe bepaald door het aantal kinderen dat u hebt. Zo bedraagt dat beschikbaar deel tot op vandaag ½ van uw vermogen indien u één kind hebt, ⅓ indien u twee kinderen hebt, en ¼ vanaf drie of meer kinderen. Hebt u bijvoorbeeld twee kinderen, dan moesten zij tot nu toe elk minstens ⅓ van uw vermogen krijgen. Met het overige ⅓ kon u dan doen wat u wilde, bijvoorbeeld het vermogen via een schenking of via uw testament aan een goed doel nalaten.

Wat verandert er?

Nieuw is dat uw ouders voortaan niet langer tot de reservataire erfgenamen gerekend worden. Hun reserve wordt vervangen door een 'onderhoudsvordering', indien u geen (klein)kinderen hebt en uw nog levende ouders behoeftig zijn. Die onderhoudsuitkering kan gebeuren door de uitbetaling van een rente of een kapitaal, en mag maximaal ¼ van de fictieve massa (zie verder) bedragen.

Voortaan kunt u met andere woorden met de helft van uw vermogen doen wat u wilt

Enkel uw kinderen en uw echtgeno(o)t(e) zijn dus nog 'beschermde' erfgenamen. De reserve van de kinderen zal voortaan nog slechts ½ van uw vermogen bedragen, ongeacht het aantal kinderen dat u hebt. Voortaan kunt u met andere woorden met de helft van uw vermogen doen wat u wilt, zonder dat uw kinderen zich daar achteraf nog tegen kunnen verzetten door een aantasting van hun wettelijke reserve te claimen.

Let op!

Hebt u al bepaalde maatregelen genomen in het kader van uw successieplanning (schenkingen, huwelijkscontracten, testamenten, …), kijk deze dan goed na om er zeker van te zijn dat ze nog het gewenste effect sorteren. De omvang van het deel van uw nalatenschap waarover u vrij kunt beschikken wordt immers groter onder de nieuwe regels.


Voorbeeld: Pierre heeft 2 kinderen uit een vorige relatie en wil het kind van zijn tweede partner gelijk behandelen met zijn eigen kinderen. Onder de oude regels hebben zijn eigen kinderen elk een voorbehouden erfdeel van ⅓. Hij hebt een testament opgesteld waarin hij “het grootst beschikbaar deel” (⅓ dus) legateert aan het kind van zijn partner, zodat alle kinderen evenveel zullen krijgen, namelijk elke ⅓. Zijn eigen kinderen hebben immers sowieso elk recht op ⅓. Onder de nieuwe regels zal die gelijkheid echter teniet gedaan worden. Zijn eigen kinderen zullen immers elk slechts ¼ ontvangen en het kind van zijn partner ½! Het 'grootst beschikbaar deel' bedraagt voortaan namelijk niet langer ⅓ maar wel ½. Dat betekent dat zijn eigen kinderen samen ook maar ½ (dus elk ¼) zullen krijgen. Een herziening van het testament van Pierre dringt zich dus op.

De reserve van de langstlevende echtgeno(o)t(e) wijzigt niet. Hij of zij zal met andere woorden ook in de toekomst recht hebben op ½ van het vruchtgebruik op alle goederen van de nalatenschap van de partner die het eerst overlijdt, en sowieso hebt hij of zij minstens recht op het volledige vruchtgebruik van de gezinswoning en de daarin aanwezige huisraad, zelfs als dit meer dan de helft van de nalatenschap bedraagt. Dat vruchtgebruik van de gezinswoning en de huisraad is dus steeds het minimum dat de langstlevende moet krijgen, zelfs als dit meer dan de helft van de nalatenschap bedraagt.

Wel kan de langstlevende echtgeno(o)t(e) geen inkorting vragen van schenkingen die gedaan werden voor zijn of haar huwelijk met de overleden partner.

Reserve voortaan 'in waarde' in plaats van 'in natura'

Wanneer u teveel weggeschonken of via een testament nagelaten had aan bepaalde personen, en daardoor de reserve van uw reservataire erfgenamen aangetast werd, was het tot nu toe zo dat het 'teveel' in natura teruggegeven moest worden. Hebt u bijvoorbeeld tijdens uw leven een onroerend goed weggeschonken aan uw zoon en bleek bij uw overlijden dat daardoor de reserve van uw dochter aangetast is, dan had uw dochter recht op een aandeel in de woning zelf, ook al was die intussen bijvoorbeeld verbouwd. Dat gaf in de praktijk uiteraard aanleiding tot de nodige problemen.

Idem indien u bijvoorbeeld uw bedrijf aan uw zoon geschonken had en daardoor de reserve van uw dochter aangetast is. Bij uw overlijden had ze dan recht op een stuk van uw bedrijf (op een deel van de aandelen dus), wat helemaal niet uw bedoeling was.

Wat verandert er?

Voortaan kan de benadeelde erfgenaam zijn reserve niet meer 'in natura' opeisen maar enkel nog 'in waarde'. Hij moet met andere woorden tevreden zijn met een financiële vergoeding voor het deel waar hij recht op heeft. Uw dochter zal dus in ons voorbeeld geen deel van de aandelen van uw bedrijf meer krijgen, maar ze zal zich tevreden moeten stellen met een geldelijke compensatie. U kunt ook niet in uw schenking of testament bedingen dat de inbreng toch in natura moet gebeuren.

Wel zal de begiftigde van de schenking (in ons voorbeeld uw zoon dus) nog kunnen vragen om de inkorting van zijn schenking toch nog in natura te mogen doen, bijvoorbeeld omdat hij niet genoeg geld heeft om de inkorting in waarde te laten gebeuren.

Waardering van de tijdens uw leven gedane schenkingen

Bij uw overlijden moeten uw kinderen in principe elk evenveel krijgen, tenzij u dat uitdrukkelijk anders gewild hebt (maar dan moet hun wettelijke reserve wel gerespecteerd worden). Daarbij wordt ook rekening gehouden met wat ze tijdens uw leven al gekregen hebben. Om na te gaan of ze elk evenveel krijgen (en om na te gaan of hun reserve niet aangetast wordt), wordt bij uw overlijden de omvang van uw nalatenschap vastgesteld.

Dat gebeurt als volgt: bij het vermogen dat u op het moment van uw overlijden nog bezit worden alle schenkingen die u tijdens uw leven gedaan hebt opgeteld. Op die manier stelt men een 'fictieve massa' samen. Op basis daarvan wordt dan berekend of elke erfgenaam even veel krijgt (of krijgt waarop hij of zij minimaal recht heeft).

Die schenkingen moesten tot nu toe gewaardeerd worden op het moment van uw overlijden, en dus niet op het moment van de schenking. Dat geeft in de praktijk echter vaak problemen, omdat de waarde van sommige geschonken goederen in loop der jaren sterk gestegen of gedaald kan zijn.

Een voorbeeld ter verduidelijking. U hebt 20 jaar voor uw overlijden aan uw dochter een woning geschonken, die op dat ogenblik 300.000 euro waard was. Op hetzelfde moment hebt u aan uw zoon 300.000 euro cash gegeven. U ging er dus van uit dat u aan elk kind evenveel gegeven hebt. Op het moment van uw overlijden blijkt die woning echter 500.000 euro waard te zijn. Men gaat er bij de samenstelling van de fictieve massa van uit dat uw dochter geen woning van 300.000 euro, maar wel een woning van 500.000 euro gekregen heeft.

Voor cash geld volgt men die redenering niet. Men houdt dus geen rekening met inflatie en dergelijke. Uw zoon wordt bij uw overlijden geacht tijdens uw leven 300.000 euro gekregen te hebben.

Ook andere dan onroerende goederen kunnen in waarde stijgen of dalen. Hebt u bijvoorbeeld een effectenportefeuille van 300.000 euro aan uw dochter geschonken en is die portefeuille 20 jaar later 600.000 euro waard, dan wordt uw dochter geacht een schenking van 600.000 euro gekregen te hebben. Hetzelfde geldt voor kunstwerken, oldtimers, enz.

Behalve voor schenkingen van cash geld geldt die regel onder bepaalde voorwaarden ook niet voor de schenking van familiale ondernemingen. Schenkt u uw bedrijf - dat bijvoorbeeld 1.000.000 euro waard is - met toepassing van de fiscale gunstregeling (0% schenkingsrechten) aan uw dochter en is dat bedrijf op het ogenblik van uw overlijden 2.000.000 euro waard, dan wordt ze bij uw overlijden toch geacht een bedrijf van 1.000.000 gekregen te hebben (waarde op de datum van de schenking).

Wat verandert er?

Voortaan zal men bij de samenstelling van de fictieve massa rekening houden met de waarde van de geschonken goederen op het moment van de schenking

Voortaan zal men bij de samenstelling van de fictieve massa rekening houden met de waarde van de geschonken goederen op het moment van de schenking, en dus niet meer op het moment van overlijden. In ons voorbeeld zal men er met andere woorden van uit gaan dat uw dochter een woning van 300.000 euro gekregen heeft, en dus maar evenveel gekregen heeft als uw zoon, die 300.000 euro cash gekregen heeft.

Wel zal die waarde geïndexeerd worden tot de datum van het overlijden in functie van de index van de consumptieprijzen, waarbij de basisindex deze van de maand van de schenking is.

Er bestaat een belangrijke uitzondering op deze waarderingsregel. Indien de begiftigde niet onmiddellijk het recht verkrijgt om over de volle eigendom te beschikken (o.a. bij een schenking met voorbehoud van vruchtgebruik of met een vervreemdingsverbod), dan wordt de waarde op de datum van overlijden in aanmerking genomen (of de waarde op de datum van afstand van het vruchtgebruik, vanaf dan geïndexeerd tot aan het overlijden).

Let op!

Deze waarderingsregels zullen overigens ook gelden voor de schenkingen van een familiebedrijf die vóór de inwerkingtreding van de wet gedaan werden met toepassing van het gunsttarief! Volgens de huidige regels moet enkel de waarde op het ogenblik van de schenking in aanmerking genomen worden. Onder de nieuwe regels zal men rekening houden met hetzij de geïndexeerde waarde, hetzij (ingeval van voorbehoud van vruchtgebruik of een vervreemdingsverbod) de waarde bij overlijden. Het is dan ook aanbevolen om een analyse te maken van gedane bedrijfsschenkingen om te beoordelen of een correctie zich opdringt.


Voortaan zal een benadeelde erfgenaam de inbreng van wat een andere erfgenaam teveel gekregen heeft ook niet meer 'in natura' kunnen opeisen maar enkel nog 'in waarde'. Hij moet met andere woorden tevreden zijn met een financiële vergoeding voor het deel waar hij recht op heeft en kan dus geen aandeel in bijvoorbeeld de geschonken woning of het geschonken bedrijf meer krijgen. U kunt overigens ook niet in uw schenking of testament bedingen dat de inbreng toch in natura moet gebeuren.

Wel zal de begiftigde van de schenking (en enkel hij!) nog kunnen vragen om de inbreng of inkorting van zijn schenking toch nog in natura te mogen doen, bijvoorbeeld omdat hij niet genoeg geld heeft om dat in waarde te doen.

Overgangsbepaling voor 'oude' schenkingen

Voor schenkingen die gedaan werden vóór de inwerkingtreding van de wet, blijven de 'oude' regels met betrekking tot de wijze van inbreng en inkorting en de waarderingsregels van toepassing. Voorwaarde is wel dat:

  • er uitdrukkelijk bedongen is dat de schenking vatbaar is voor inkorting in natura; OF dat

  • de schenker binnen een jaar na de publicatie van de wet tot hervorming van het erfrecht in het Belgisch Staatsblad voor de notaris een verklaring aflegt, waarin hij aangeeft dat de 'oude' regels van toepassing blijven op ALLE schenkingen die hij gedaan heeft voor de inwerkingtreding van de wet.

Inbrengregels voor de langstlevende echtgeno(o)t(e)

Giften die zijn gedaan aan de langstlevende moeten niet ingebracht worden in de fictieve massa. Anderzijds kan de langstlevende ook geen inbreng eisen van andere schenkingen, ongeacht de aard van de gift (als voorschot op erfenis of met vrijstelling van inbreng).

Dit principe wordt wel enigszins gecorrigeerd door het 'voortgezet vruchtgebruik'. Dat wil zeggen dat de langstlevende het vruchtgebruik dat de schenker - zijn partner dus - zich had voorbehouden zelf kan verderzetten. Hebt u bijvoorbeeld tijdens uw leven een appartement aan uw kinderen geschonken met voorbehoud van vruchtgebruik (zodat u het zelf verder kunt blijven gebruiken of de huurinkomsten ervan kunt opstrijken), dan kan uw echtgeno(o)t(e) dat vruchtgebruik na uw overlijden verderzetten (al kan ze daar onder bepaalde voorwaarden ook aan verzaken).

Voorwaarde is wel dat langstlevende gehuwd was met de schenker op het ogenblik van de schenking. Het voortgezet vruchtgebruik geldt ook voor de langstlevende wettelijk samenwonende partner indien de schenker de gezinswoning en de huisraad met voorbehoud van vruchtgebruik geschonken heeft tijdens de wettelijke samenwoning.

Voorschot op erfenis of niet?

Schenkt u bijvoorbeeld 250.000 euro aan één van uw wettelijke erfgenamen, dan werd dat tot nu geacht een voorschot op zijn erfenis te zijn, ongeacht aan welke wettelijke erfgenaam u schenkt. Die schenking moest dus sowieso in de fictieve massa ingebracht worden op het moment van uw overlijden - om te garanderen dat elke erfgenaam evenveel krijgt. Hetzelfde geldt voor legaten (lees: giften die u via uw testament doet).

Wilde u dat niet en wilde u één van die wettelijke erfgenamen bevoordelen, dan moest u in de schenkingsakte (of in het bewijsdocument van uw bankgift) of in uw testament uitdrukkelijk vermelden dat het om een schenking of legaat 'buiten deel' gaat, die niet ingebracht moet worden op het moment van uw overlijden.

Wat verandert er?

Het wettelijk vermoeden dat schenkingen en legaten aan wettelijke erfgenamen een voorschot op hun erfdeel zijn geldt voortaan enkel nog voor afstammelingen (kinderen en kleinkinderen). Enkel afstammelingen zijn dus nog gehouden tot inbreng, tenzij ze daarvan in de schenkingsakte of in het testament vrijgesteld zijn.

Voor schenkingen en legaten die zijn gedaan aan andere wettelijke erfgenamen dan afstammelingen geldt dat vermoeden voortaan dus niet meer. De schenkingen of legaten die aan hen gedaan werden moeten dus niet meer ingebracht worden in de fictieve massa, tenzij in de schenkingsakte of het testament uitdrukkelijk bepaald werd dat dit wél moet gebeuren.

Overgangsbepalingen voor 'oude' schenkingen

De kwalificatie van een schenking als een schenking op voorschot van erfdeel of als een schenking met vrijstelling van inbreng - gedaan vóór de inwerkingtreding van de wet - blijft behouden. Hebt u dus bijvoorbeeld geen kinderen en hebt u drie jaar geleden een schenking van 100.000 euro gedaan aan één van uw vijf neefjes zonder dat u uitdrukkelijk bepaald hebt dat het om een schenking buiten deel gaat, dan blijft die schenking ook nu nog geacht een voorschot op zijn erfenis te zijn. De nieuwe erfrechtregels veranderen daar niets aan. Mocht u dezelfde schenking na de inwerkingtreding van het nieuwe erfrecht doen, dan zou die schenking niet geacht worden een voorschot op zijn erfenis te zijn.

Is omvorming van een schenking mogelijk?

Een schenking als voorschot op erfdeel kan ook onder de 'oude' regels al omgevormd worden in een schenking met vrijstelling van inbreng. Het omgekeerde kan niet, maar daar komt nu verandering in.

Een schenking met vrijstelling van inbreng zal dus voortaan ook omgevormd kunnen worden in een schenking als voorschot op erfdeel, mits naleving van bepaalde voorwaarden. Zo moet dat ofwel via een overeenkomst tussen schenker en begiftigde gebeuren, ofwel via een testament indien de begiftigde van de schenking deze wijziging aanvaardt na het overlijden van de schenker.

Vanaf wanneer gelden de nieuwe erfrechtregels?

De wet die het erfrecht hervormt zal op 1 september 2018 in werking treden

De wet die het erfrecht hervormt zal vanaf de eerste dag van de twaalfde maand na de publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad in werking treden. Aangezien de wet op 1 september 2017 gepubliceerd werd, zullen de nieuwe regels dus op 1 september 2018 in werking treden.

Er wordt evenwel een uitzondering gemaakt wanneer u de 'oude' regels met betrekking tot de inbreng en inkorting van schenkingen gedaan vóór de inwerkingtreding van deze wet verder wilt toepassen. De daartoe vereiste verklaring moet u binnen de termijn van een jaar vanaf de dag van de publicatie van de wet in het Belgisch Staatsblad afleggen, dus vóór 1 september 2018.

Conclusie:
  • De nieuwe erfrechtregels beschouwen ouders niet langer als reservataire erfgenamen. Enkel (klein)kinderen en de langstlevende echtgeno(o)t(e) hebben voortaan nog een voorbehouden erfdeel.
  • Het beschikbaar deel van uw vermogen dat u naar believen via schenking of testament kunt weggeven zal voortaan altijd ½ van uw vermogen bedragen, ongeacht het aantal kinderen dat u hebt. Indien u meer dan één kind hebt zal zijn of haar reserve voortaan dus kleiner zijn. Aan de omvang van de reserve van de langstlevende echtgeno(o)t(e) verandert er niets.
  • Schenkingen en legaten zullen niet langer 'in natura' maar enkel nog 'in waarde' ingebracht moeten worden. De geschonken of gelegateerde goederen zullen ook niet langer gewaardeerd worden op het moment van het overlijden, maar wel op het ogenblik van de schenking (weliswaar met een indexering tot de datum van het overlijden).
  • Schenkingen aan wettelijke erfgenamen worden alleen nog geacht een 'voorschot op erfenis' te zijn indien ze gedaan worden aan afstammelingen. Schenkingen aan andere wettelijke erfgenamen worden voortaan geacht 'buiten deel' gedaan te zijn en moeten dus in principe niet meer ingebracht worden.
  • Voor 'oude' schenkingen, die gedaan zijn vóór de inwerkingtreding van de nieuwe erfrechtregels, worden de nodige overgangsbepalingen voorzien zodat u kunt kiezen of ze onder de oude of de nieuwe regels zullen vallen.
Meer info?

Indien u reeds (geheel of gedeeltelijk) een vermogensplanning uitgewerkt hebt, raden wij u ten stelligste aan uw planning binnen het jaar opnieuw te bekijken met uw adviseur.