Kapitaal beheren

29 december 2016

Begroting 2017: fiscale maatregelen

In het kader van de begroting 2017 heeft de regering-Michel een aantal fiscale maatregelen genomen die zowel beleggers als ondernemers (kunnen) aanbelangen.

1. Verhoging van de gewone roerende voorheffing van 27% naar 30%.

Het percentage van 30% zal zeker niet van toepassing zijn op de rente op gereglementeerde spaarrekeningen boven het vrijgestelde bedrag van 1.880 euro per persoon. In principe is de rente die dit bedrag overschrijdt nog steeds onderworpen aan de verlaagde roerende voorheffing van 15%.

2. Uitbreiding van de taks op beursverrichtingen (TOB).

Momenteel is een belasting van 0,27%, met een maximum van 800 euro, verschuldigd op de aankoop of verkoop van aandelen op de beurs. Voor de aankoop of verkoop van obligaties op de beurs bedraagt deze belasting 0,09%, met een maximum van 650 euro. Deze percentages blijven behouden, maar de plafonds van 1.600 euro voor aandelen en 1.300 euro voor obligaties zijn verdubbeld. Het plafond dat van toepassing is op de afkoop van deelbewijzen van kapitalisatiebeveks (belasting van 1,32%) wordt verhoogd van 2.000 euro naar 4.000 euro.
Bovendien zal de belasting eveneens verschuldigd zijn op elke belastbare beursverrichting waartoe rechtstreeks opdracht wordt gegeven aan een buitenlandse makelaar. Een portefeuille bij een buitenlandse bank zal dus voortaan ook onderhevig zijn aan de belasting op beursverrichtingen, net als een portefeuille bij een Belgische bank. De invoering van de voorheffing en van de betaling van deze belasting is nog niet precies vastgelegd.

3. Afschaffing van de speculatiebelasting.

Samengevat gaat het om de belasting van 33% die beleggers verschuldigd zijn wanneer ze aandelen, opties, warrants en andere beursgenoteerde financiële instrumenten binnen zes maanden na de aankoop ervan met een meerwaarde verkopen. Deze belasting wordt afgeschaft omdat hij weinig fiscale opbrengsten opleverde.

4. Mobiliteitsbudget / tankkaart.

Ondernemingen zullen de mogelijkheid krijgen om aan hun werknemers een mobiliteitsbudget toe te kennen in plaats van een bedrijfswagen. De werknemers kunnen dit budget besteden aan een bedrijfswagen, het gebruik van het openbaar vervoer of een combinatie van beide. Het overschot krijgen ze dan eventueel in de vorm van nettoloon. Bovendien zullen de ondernemingen een forfaitaire belasting van 250 euro moeten betalen op elke tankkaart die toegekend wordt aan personeelsleden of aan de directie. Deze maatregelen treden op 1 januari 2017 in werking. Momenteel zijn nog niet alle details bekend en is het nog wachten op de eerste wetsontwerpen.

Meer weten?

Neem contact op met uw ING-gesprekspartner of maak een afspraak in een ING-Kantoor. U kunt ook naar het nummer +32 2 464 60 01 bellen.