Vermogen overdragen

17 Februari 2017

Optimaliseer de vrijstelling van successierechten van uw gezinswoning!


Sinds kort is de vererving van de gezinswoning in de drie gewesten (deels) vrijgesteld van successierechten. Hoe zorgt u ervoor dat u daar op een fiscaal gezien veilige manier optimaal van profiteert? En hoe kunt u extra optimaliseren wanneer u die woning vóór u gehuwd was, gekocht heeft met een ‘beding van aanwas’?

Samenvatting:
  • Afhankelijk van uw concrete situatie (gehuwd of wettelijk samenwonend, gehuwd onder een gemeenschapsstelsel of met scheiding van goederen,…) kunt u via een keuzebeding of een (keuze)legaat de volledige gezinswoning in volle eigendom aan de langstlevende partner laten toekomen bij het overlijden van de eerste partner. Er moeten dan geen successierechten betaald worden op de gezinswoning.
  • Heeft u vóór u gehuwd was de woning gekocht met een beding van aanwas, laat dit dan eerst schrappen en maak vervolgens een keuzebeding of een (keuze)legaat op.
  • Bij het overlijden van de langstlevende partner moeten de kinderen dan in principe wel méér successierechten betalen op de gezinswoning dan zonder zo’n beding of legaat. Dat kan vermeden worden door een nieuwe successieplanning uit te werken met betrekking tot de gezinswoning.
Scenario 1: U heeft uw gezinswoning gekocht toen u al getrouwd was en die woning zit in de huwgemeenschap

Veel koppels huwen eerst en kopen dan pas samen hun gezinswoning aan. Bent u gehuwd onder een gemeenschapsstelsel, bijvoorbeeld het wettelijk stelsel (dat van toepassing is wanneer u geen huwelijkscontract heeft laten opmaken), dan zal die gezinswoning doorgaans deel uitmaken van het gemeenschappelijk vermogen of de zogenaamde huwgemeenschap. Dat betekent dat u en uw echtgeno(o)t(e) in principe elk voor de helft eigenaar zijn van die woning, en dat heeft zo zijn gevolgen op het vlak van het erfrecht.
Wanneer u geen kinderen heeft is er geen probleem. Overlijdt uw partner eerst, dan erft u immers zijn of haar aandeel in de gezinswoning in volle eigendom en wordt u dus bij zijn of haar overlijden volle eigenaar van de volledige gezinswoning.

Wanneer u wel kinderen heeft en uw partner eerst overlijdt, dan blijft u sowieso volle eigenaar van uw helft van de woning. Op de helft van uw overleden partner erft u volgens het wettelijk erfrecht evenwel slechts het vruchtgebruik. Uw kinderen erven de blote eigendom ervan.

Op wat u en uw kinderen erven van uw partner moeten er in principe successierechten betaald worden, dus ook op zijn of haar aandeel in de gezinswoning.

Gezinswoning is vrijgesteld van successierechten

Sinds kort is de gezinswoning in de drie gewesten voor de langstlevende echtgenoot echter (deels) vrijgesteld van successierechten (de regeling verschilt wel enigszins voor de drie gewesten: in Vlaanderen en Brussel geldt een volledige vrijstelling, in het Waals Gewest wordt slechts tot € 160.000 vrijgesteld en wordt de rest tegen een verlaagd tarief belast). Dat fiscaal voordeel geldt ook voor wettelijk samenwonende partners en in Vlaanderen zelfs voor koppels die minstens drie jaar feitelijk samenwonen. De ‘gezinswoning’ is de woning waar u dagdagelijks samen met uw partner en uw kinderen woont en leeft (dat is een zogenaamde ‘feitenkwestie’).

Verkrijgt u dus bij het overlijden van uw partner de volledige gezinswoning in volle eigendom, dan moet u daar geen of verlaagde successierechten op betalen.

Erven uw kinderen echter de blote eigendom van de gezinswoning, dan betalen zij daarop wél successierechten (de vrijstelling geldt immers enkel voor de langstlevende partner). Hoe ouder de langstlevende ouder op dat ogenblik is, hoe minder zijn vruchtgebruik waard zal zijn en hoe meer de blote eigendom dus waard zal zijn. Hoe meer de blote eigendom van de helft van de overleden ouder waard is, hoe meer successierechten de kinderen zullen moeten betalen.

U heeft er met andere woorden alle belang bij dat de gezinswoning bij het overlijden van de eerste partner in volle eigendom naar de langstlevende partner gaat, aangezien hij of zij er geen successierechten op betaalt en de kinderen wel. De vraag is dan natuurlijk hoe u daarvoor kunt zorgen…

Keuzebeding als oplossing

Zit de gezinswoning in de huwgemeenschap en heeft u kinderen, dan kunt u bij de notaris een keuzebeding laten opmaken. Zo’n keuzebeding laat de langstlevende echtgenoot toe om uit de huwgemeenschap de (roerende en/of onroerende) goederen vooraf te nemen die hij wil, of zich een ander aandeel dan de helft van de huwgemeenschap toe te eigenen, zonder dat de (gemeenschappelijke) kinderen zich daartegen kunnen verzetten (hun wettelijke reserve speelt dan immers niet).

Dat keuzebeding zal dan toelaten dat de langstlevende echtgenoot bij het overlijden van zijn partner de gezinswoning in volle eigendom verkrijgt (i.p.v. slechts het vruchtgebruik op het deel van zijn partner) en dat de kinderen geen aandeel in de gezinswoning erven. De volledige gezinswoning zal dan met andere woorden belastingvrij in volle eigendom bij de langstlevende echtgenoot terechtkomen.

Scenario 2: De gezinswoning zit in uw eigen vermogen

Heeft u uw gezinswoning bijvoorbeeld geërfd of via schenking verkregen, of had u die woning al vóór uw huwelijk, dan zit die woning niet in de huwgemeenschap maar in uw eigen vermogen. Heeft u die woning vóór uw huwelijk samen met uw partner gekocht, bijvoorbeeld 50/50, dan bent u elk voor de helft onverdeelde mede-eigenaar van die woning.

Deze situatie lijkt wel op de situatie waarin de woning in de huwgemeenschap zit, maar is juridisch gezien toch anders. We besparen u de details, maar het is zo dat een keuzebeding enkel mogelijk is voor goederen die in de huwgemeenschap zitten, en niet voor goederen die in het eigen vermogen zitten. Zit uw gezinswoning met andere woorden in uw eigen vermogen, dan is het niet mogelijk om er via een keuzebeding voor te zorgen dat de langstlevende echtgenoot volle eigenaar wordt van de volledige gezinswoning.

(Keuze)legaat als oplossing

U kunt hetzelfde resultaat als bij een keuzebeding bereiken door goederen uit uw eigen vermogen aan uw langstlevende partner na te laten via een testament. U en uw partner maken dan allebei een testament op waarbij u elk uw aandeel in de woning, dat in uw eigen vermogen zit, aan uw partner nalaat (gewoon legaat), of waarbij u in uw testament aan uw partner de keuze geeft om bepaalde goederen uit uw nalatenschap (waaronder de gezinswoning) vooraf te nemen (keuzelegaat). Ook (wettelijk) samenwonenden kunnen er op die manier voor zorgen dat de langstlevende volle eigenaar wordt van de volledige gezinswoning (samenwonenden erven wettelijk gezien in principe immers niet of slechts zeer beperkt van elkaar).

Op die manier kan de langstlevende dus ook volle eigenaar worden van de volledige gezinswoning, zonder dat er op die woning successierechten betaald moeten worden. U bekomt met andere woorden hetzelfde resultaat als bij een keuzebeding.

Let op! Er is echter één belangrijk verschil met het keuzebeding, en dat is dat bij een (keuze)legaat wél rekening gehouden moet worden met de wettelijke reserve van de kinderen. Indien de totale nalatenschap van de eerst overleden ouder echter groot genoeg is, zal die wettelijke reserve in de praktijk niet aangetast worden. Wordt ze wel aangetast, dan zal dat enkel tot problemen leiden indien de kinderen moeilijk doen over het feit dat er aan hun reserve geraakt wordt ten voordele van hun langstlevende ouder.

Scenario 3: U heeft als ongehuwde partners een woning gekocht met een beding van aanwas

Partners die niet gehuwd zijn erven niet of slechts beperkt van elkaar. Zo erft de langstlevende wettelijk samenwonende partner slechts het vruchtgebruik op het deel van de overleden partner in de gezinswoning. Koopt u dus samen een woning en uw partner overlijdt, dan verwerft u als langstlevende samenwonende partner niet automatisch het eigendomsaandeel van uw overleden partner in de woning. Wettige erfgenamen, zoals de ouders van uw partner, zouden dan in principe kunnen eisen dat de woning verkocht wordt om hun deel van de erfenis, zijnde de helft van de woning, vrij te maken.
Daarom zorgen (wettelijk of feitelijk) samenwonenden er vaak via een zogenaamd ‘beding van aanwas’ voor dat de langstlevende de volledige woning die ze samen aangekocht hebben, in volle eigendom krijgt bij het overlijden van één van hen. Zo’n beding van aanwas geeft u de nodige zekerheid met betrekking tot de gezinswoning omdat deze, dankzij dat beding geen deel uitmaakt van de nalatenschap van uw overleden partner, zodat de wettelijke reserve van de erfgenamen in dat geval niet speelt. Via een clausule opgenomen in de aankoopakte van uw woning gaat het deel van uw partner in geval van overlijden immers automatisch ‘aanwassen’ bij het deel van de langstlevende zonder dat er successierechten verschuldigd zijn. Het resultaat is bijgevolg dat u de woning in volle eigendom verwerft. Op die manier bent u dus beter beschermd bij het overlijden van uw partner.

Via een (keuze)legaat kunt u in principe hetzelfde resultaat bereiken, maar het voordeel van een beding van aanwas is dat de wettelijke reserve van de wettelijke erfgenamen (kinderen, ouders) niet speelt ten aanzien van de gezinswoning, waar dat bij een (keuze)legaat wél het geval is. De wettelijke erfgenamen kunnen er bij een beding van aanwas met andere woorden niet voor zorgen dat de langstlevende de helft van de gezinswoning van de eerst stervende toch niet krijgt omdat hun wettelijke reserve aangetast wordt.

Wel registratierechten verschuldigd!

Aan zo’n beding van aanwas hangt echter wel een fiscaal prijskaartje vast. Bij een beding van aanwas zijn er namelijk geen successierechten verschuldigd, maar moeten er wel registratierechten betaald worden. Ligt uw woning in Vlaanderen, dan moet u op het aandeel van uw partner in de woning immers 10% registratierechten (het zogenaamd verkooprecht) betalen. Ligt uw woning in Wallonië of Brussel, dan is dat in principe 12,5%. Is uw partner met andere woorden voor 50% eigenaar van de woning, dan zal u 10% of 12,5% registratierechten moeten betalen op de helft van de waarde van uw woning. Is uw woning bij uw overlijden bijvoorbeeld € 400.000 waard, dan krijgt de langstlevende € 200.000, waarop hij € 20.000 (Vlaanderen) of € 25.000 (Wallonië en Brussel) betaalt.

Fiscaal gezien is dit dus minder interessant dan dat u via een keuzebeding of via een (keuze)legaat de volle eigendom van de volledige gezinswoning verwerft. In dat geval moeten er immers in principe wel successierechten (en geen registratierechten) betaald worden op de helft van uw partner, maar doordat de gezinswoning vrijgesteld is van successierechten, wordt de langstlevende in de praktijk belastingvrij volle eigenaar van de volledige woning.

Na uw huwelijk of wettelijke samenwoning laat u het beding van aanwas beter schrappen!

Na de wijziging van uw burgerlijke staat heeft u dat beding van aanwas immers niet echt meer nodig. Zowel gehuwden als wettelijk samenwonenden erven namelijk sowieso minstens het vruchtgebruik op de gezinswoning van elkaar, zodat de langstlevende in principe alvast woonzekerheid heeft, ook zonder beding van aanwas.
Vervolgens kunt u, afhankelijk van uw concrete situatie (namelijk gehuwd of wettelijk samenwonend, gehuwd onder een gemeenschapsstelsel of met scheiding van goederen,…), een keuzebeding of een (keuze)legaat laten opmaken. Op die manier kunt u het beding van aanwas onschadelijk maken en op een andere maar fiscaalvriendelijkere manier hetzelfde resultaat bereiken.

Let wel, een keuzebeding is zoals gezegd enkel mogelijk voor goederen die in de ‘huwgemeenschap’ zitten, wat niet het geval is voor uw woning die u vóór uw huwelijk (met een beding van aanwas) gekocht heeft. Die woning moet dus in dat geval eerst overgebracht worden naar de huwgemeenschap. Op die manier schakelt u de nadelen van een (keuze)legaat (namelijk de mogelijke aantasting van de wettelijke reserve van de kinderen) uit.

Gevolgen voor de successierechten van de kinderen?

Door een keuzebeding of (keuze)legaat op te maken, wordt de langstlevende dankzij de vrijstelling van successierechten van de gezinswoning belastingvrij volle eigenaar van de volledige gezinswoning.

Die gezinswoning is echter enkel in hoofde van de langstlevende vrijgesteld van successierechten, maar niet in hoofde van de kinderen, die bij het overlijden van de langstlevende die volledige woning in volle eigendom zullen erven. Meer nog, over de twee overlijdens samen gezien zal door het keuzebeding of het (keuze)legaat het totale bedrag aan successierechten in hoofde van de kinderen hoger liggen dan zonder zo’n beding of legaat.

Zonder keuzebeding of (keuze)legaat erven de kinderen bij het eerste overlijden immers slechts de blote eigendom van de helft van de gezinswoning (het vruchtgebruik gaat belastingvrij naar de langstlevende). Zij betalen daarop successierechten. Bij het tweede overlijden dooft het vruchtgebruik uit en betalen zij daarop geen successierechten meer. Bij het tweede overlijden erven ze wel de volle eigendom van de andere helft van de gezinswoning. Ze betalen dus in het totaal successierechten op ½ volle eigendom en ½ blote eigendom, gespreid over twee erfenissen, waardoor men voor elke erfenis in de laagste tariefschijven van de successierechten begint te tellen.

Mét keuzebeding of (keuze)legaat erven de kinderen bij het eerste overlijden niets (en betalen dus ook geen successierechten). Bij het tweede overlijden erven ze de volle eigendom van de volledige gezinswoning, die daardoor in principe grotendeels in de hogere tariefschijven van de successierechten belast zal worden. In het totaal zullen de kinderen daardoor (veel) meer successierechten moeten betalen.

Hoe lost u dat op?

De langstlevende kan na het overlijden van zijn partner uiteraard nog een successieplanning uitwerken met betrekking tot de gezinswoning. Hij kan ze bijvoorbeeld verkopen en de prijs die hij ervoor ontvangt (belastingvrij of tegen 3% of 3.3% schenkingsrechten) aan de kinderen schenken. Of hij kan die woning in verschillende ‘schijven’ aan de kinderen schenken (de schenkingsrechten die ze dan moeten betalen zullen in principe lager liggen dan de successierechten).

Een andere oplossing is om via een (keuze)legaat 1% aan de kinderen na te laten. Dat werkt als volgt:
De beide partners maken een testament op waarbij ze hun aandeel in de gezinswoning voor bijvoorbeeld 48% in volle eigendom aan elkaar toebedelen en voor 1% aan elk van hun twee kinderen. De langstlevende betaalt zo nog steeds geen successierechten. Elk kind betaalt dan bij het overlijden van de eerste ouder successierechten op slechts 1% van de gezinswoning, een verwaarloosbaar bedrag dus.

De langstlevende en de kinderen zijn daarna onverdeelde eigenaars in volle eigendom. Zij hebben daardoor de mogelijkheid om uit onverdeeldheid te treden tegen betaling van 2,5% (Vlaanderen) of 1% (Wallonië en Brussel) verdelingsrecht (en dus geen 10% of 12.5% verkooprecht), dat berekend wordt op de waarde van de volle eigendom.

Verdere optimalisering is mogelijk door de onverdeeldheid te beperken tot de blote eigendom. Als de langstlevende de gezinswoning wil blijven bewonen, dan kan hij of zij immers enkel uit onverdeeldheid treden op het vlak van de blote eigendom alleen. Hij behoudt dan 98% van het vruchtgebruik. Het verdelingsrecht is dan wel verschuldigd op de verkoopwaarde van de volle eigendom. Bij het overlijden van de langstlevende dooft zijn of haar vruchtgebruik dan uit en krijgen de kinderen de gezinswoning in volle eigendom zonder nog bijkomende successierechten te betalen. Zo wordt de fiscale kost over de twee overlijdens heen dus serieus beperkt.

Als de langstlevende de gezinswoning niet langer zelf wil betrekken en één van de kinderen de woning wil overnemen, dan treden de langstlevende en de kinderen uit onverdeeldheid op het vlak van de volle eigendom tegen betaling van 2.5% of 1% verdelingsrecht (ook hier weer berekend op de waarde van de volle eigendom). De langstlevende kan ook samen met de kinderen de gezinswoning verkopen aan een derde. De langstlevende ontvangt dan 98% van de verkoopprijs en de kinderen elk 1%.

In beide gevallen kan de langstlevende daarna de opbrengst van de overdracht aan één van de kinderen of aan een derde, aan de kinderen schenken.

Meer weten ?

Wenst u hier meer uitleg over, aarzel dan niet om contact op te nemen met uw Private Banker.