Intro image about brexit
VERMOGEN OVERDRACHT

11 mei 2017

Nieuw standpunt van de Vlaamse Belastingdienst over de gesplitste inschrijving van deelbewijzen van een burgerlijke maatschap


Een korte situering

Een interessante techniek in het kader van een successieplanning is de schenking met voorbehoud van vruchtgebruik van roerende goederen, zoals effecten en geldbeleggingen. De schenker behoudt zo de inkomsten van de geschonken goederen. Bij zijn overlijden ‘dooft zijn vruchtgebruik uit’ en worden de begiftigden, doorgaans zijn kinderen, volle eigenaar van die goederen, zonder dat ze daarop erfbelasting moeten betalen. Een schenking met voorbehoud van vruchtgebruik moet wel via een notaris gedaan worden.

Indien men de schenking voor een Belgische notaris doet, dan wordt deze automatisch geregistreerd en moet er sowieso schenkbelasting op betaald worden (3 of 7% in functie van de verwantschapsgraad). Verricht men de schenking voor een buitenlandse notaris (bijvoorbeeld een Nederlandse), dan moet deze niet in België geregistreerd worden en hoeft er geen schenkbelasting op betaald te worden. Het risico is dan wel dat indien de schenker binnen drie jaar na de schenking overlijdt er erfbelasting verschuldigd is op de schenking - de tarieven daarvan kunnen veel hoger oplopen dan de tarieven van de schenkbelasting.

Het standpunt van Vlabel van 21 maart 2016

U hebt vorig jaar ongetwijfeld vernomen dat de Vlaamse Belastingdienst (Vlabel) met ingang van 1 juni 2016 de ontsnappingspoort via de buitenlandse notaris definitief heeft gesloten (althans, voor wat betreft schenkingen met voorbehoud van vruchtgebruik van effecten en geldbeleggingen). Hierdoor zijn dergelijke schenkingen steeds onderworpen aan erfbelasting, ook als ze meer dan drie jaar oud zijn bij het overlijden van de schenker-vruchtgebruiker. In de praktijk heeft dit in het Vlaams Gewest tot gevolg dat schenkingen met voorbehoud van vruchtgebruik enkel nog via een Belgische notaris worden verleden, mét betaling van schenkbelasting.

Het standpunt van Vlabel van 26 april 2017

Er was echter nog onduidelijkheid of dit standpunt van Vlabel ook geldt voor schenkingen met voorbehoud van vruchtgebruik van de deelbewijzen van een Burgerlijke Maatschap. Vlabel geeft daarover nu uitsluitsel.

De schenking met voorbehoud van vruchtgebruik van deelbewijzen van een burgerlijke maatschap

Vanaf 1 juni 2017 zal de schenking met voorbehoud van vruchtgebruik van de deelbewijzen van de burgerlijke maatschap voor een buitenlandse notaris ook geviseerd worden. Er zal bij het overlijden van de vruchtgebruiker-schenker erfbelasting verschuldigd zijn op de geschonken deelbewijzen indien niet kan worden bewezen dat er schenkbelasting werd betaald.

Om te beoordelen of er sprake is van een gesplitste eigendomsverhouding kijkt Vlabel naar volgende elementen:

  • Ofwel de vermeldingen in het deelbewijzenregister (materiële gesplitste inschrijving).
  • Ofwel de vermeldingen in documenten die door financiële instellingen zijn bijgehouden (materiële gesplitste inschrijving).
  • Ofwel de zakenrechtelijke situatie van hetzij de effecten of geldbeleggingen (bijvoorbeeld de schenking met voorbehoud van vruchtgebruik), hetzij van de effectenportefeuille, hetzij van de deelbewijzen van de maatschap (juridische gesplitste inschrijving).

Schenkingen met voorbehoud van vruchtgebruik van deelbewijzen van een maatschap gebeuren vanaf 1 juni 2017 dus best voor een Belgische notaris.

Indien de gesplitste eigendom van de deelbewijzen ontstaan is door erfenis (bijvoorbeeld: de kinderen erven de blote eigendom van de deelbewijzen en de langstlevende echtgenoot erft het vruchtgebruik), dan vindt het standpunt van Vlabel geen toepassing.

De gesplitste inschrijving van de opbrengsten of de niet-uitkering van de opbrengsten

Een tweede luik van het nieuwe standpunt betreft de opbrengsten die de burgerlijke maatschap genereert, ongeacht de datum van de schenking van de deelbewijzen en ongeacht het feit of er schenkbelasting werd betaald. Ook reeds uitgevoerde planningen moeten hier dus rekening mee houden!

Dit tweede luik is - in tegenstelling tot het eerste luik - ook van toepassing op de opbrengsten van maatschappen waarvan de gesplitste inschrijving op een andere manier is ontstaan dan door een schenking (bijvoorbeeld door een erfenis).

Het gaat hier om opbrengsten in de zin van ‘burgerlijke vruchten’, zoals intresten en dividenden. De meerwaarden, die in beginsel toekomen aan de blote eigenaar, worden niet geviseerd.

Op de gesplitst ingeschreven burgerlijke vruchten die ontstaan vanaf 1 juni 2017 zal ten gevolge van het nieuwe standpunt van Vlabel erfbelasting betaald moeten worden bij het overlijden van de vruchtgebruiker.

Vlabel beschouwt als gesplitste inschrijving:

  • Het feit dat de vruchtgebruiker de opbrengsten die hem werden uitgekeerd opnieuw gesplitst inschrijft.
  • Het feit dat de opbrengsten niet worden uitgekeerd ingevolge een beslissing van de algemene vergadering.

Dit betekent dat er bij het overlijden van de vruchtgebruiker erfbelasting verschuldigd zal zijn op de opbrengsten die werden ‘geïncorporeerd’ in het kapitaal van de maatschap, of op de opbrengsten die werden ‘gereserveerd’ in de maatschap.

Het zal daarnaast van belang zijn om voortaan een duidelijk onderscheid te maken tussen opbrengsten en meerwaarden en de balans op te maken van de situatie op 31 mei 2017. Door de opbrengsten die dateren van vóór 1 juni 2017 duidelijk af te bakenen kunnen deze buiten het toepassingsgebied van het nieuwe Vlabel-standpunt gehouden worden, en zal er dus geen erfbelasting op betaald hoeven te worden.

Herbeleggingen (lees: de vervanging van de initiële effecten door andere effecten met dezelfde waarde) worden door Vlabel niet als een gesplitste inschrijving beschouwd, en blijven dus buiten schot.

Deze standpunten zijn enkel van toepassing indien de vruchtgebruiker-schenker op het ogenblik van zijn overlijden in Vlaanderen woont.

En nu?