Economie

19 februari 2018

De gemeenten en de arbeidsmarkt

Philippe Ledent

Senior Economist bij ING België

Macro-economische problemen worden traditioneel op federaal of regionaal niveau behandeld. Die gegevens komen echter niet altijd overeen met de ervaringen van de burger. Gemeenten bevinden zich op een beslissingsniveau dat wel dicht bij de leefwereld van de burger ligt en door cijfers op het niveau van de gemeente te gebruiken, kunnen sommige problematieken beter begrepen worden. Deze derde studie is gewijd aan de arbeidsmarkt.

De arbeidsmarkt valt uiteraard niet onder de bevoegdheid van de gemeenten, maar de situatie op de arbeidsmarkt en de evolutie ervan bepalen de socio-economische omstandigheden van de bevolking. Er zijn enkele trends die in bijna alle gemeenten zichtbaar zijn, maar er zijn ook tal van verschillen, waarop deze studie een licht werpt:

  • Er bestaan grote onevenwichten tussen de gemeenten wat de arbeidsmarkt betreft. Zo schommelde de werkloosheid (aantal werkzoekenden/ beroepsbevolking) in 2016 tussen 2,7% (Lo-Reninge) en 29,0% (Sint-Joost-ten-Node). De participatiegraad (beroepsbevolking/beroepsgeschikte bevolking) varieerde tussen 53,7% (Sint-Pieters-Woluwe) en 77,7% (Vleteren).
  • Er is een sterk en negatief verband tussen de werkloosheidsgraad en de participatiegraad, vooral voor de bevolking tussen 30 en 54 jaar. Dit wil zeggen dat een hoge werkloosheidsgraad in een gemeente vaak nog een veel problematischere situatie verbergt, meer bepaald dat een groot aantal personen niet alleen geen werk heeft, maar ook geen werk zoekt.
  • De werkloosheidsgraad in België is tussen 2005 en 2014 gedaald (behalve in de groep van 55-64 jarigen) en de participatiegraad is (licht) gestegen. Deze trends zijn zichtbaar in de overgrote meerderheid van de gemeenten van het land, wat een goed teken is.
  • We zien trouwens ook een zekere convergentie tussen de werkloosheidscijfers: de grootste daling werd vastgesteld in de gemeenten waar het werkloosheidscijfer oorspronkelijk het hoogst was.
  • Deze conclusie moet echter genuanceerd worden voor de categorie van de 18- tot 30-jarigen. Bij deze groep zijn er grote verschillen tussen de gemeenten, niet alleen wat het werkloosheidscijfer zelf betreft, maar ook wat de evolutie ervan betreft: terwijl de werkgelegenheidsgraad in bepaalde gemeenten met 8 procentpunten is gestegen, is hij in andere gemeenten met 8 procentpunten gedaald.
  • Het zal niet verbazen dat de werkgelegenheidsgraad (gedefinieerd als de verhouding tussen de werkenden en de beroepsgeschikte bevolking) een bepalende factor is voor het mediaan (en gemiddelde) inkomen van de gemeente. Gelet op dit verband, merken we overigens dat er ook een sterk verband bestaat tussen de werkgelegenheidsgraad en de vastgoedprijzen.
  • Vreemd genoeg is er geen sterk verband tussen de werkgelegenheidsgraad in een gemeente en de evolutie van het gemiddelde inkomen in deze gemeente.
  • Hoewel er geen duidelijk verband bestaat tussen het bevolkingsaantal in een gemeente en de werkloosheids- of de participatiegraad, is de situatie in de grote steden toch bijzonder te noemen. Gemeenten met meer dan 50.000 inwoners worden immers gekenmerkt door een hogere werkloosheids- én een lagere participatiegraad, die overigens ook gedaald is in de periode 2005-2014, terwijl deze elders stijgt.
Hebt u interesse in deze studie over de arbeidsmarkt?