Economie

29 april 2022

Wat betekent 'koopkracht'?

De koopkracht is vaak een belangrijke variabele in het politieke debat. Maar de interpretatie van deze term is helaas niet altijd gemakkelijk.. In dit stuk proberen we het uit te leggen.

Hoe evolueert de koopkracht? Ze neemt toe, ze neemt af, of ze neemt toe voor sommigen en neemt af voor anderen. Een ding is zeker: iedereen lijkt er wel een mening over te hebben. Het politieke debat draait ook vaak rond de kwestie van de koopkracht. Dat is normaal: koopkracht is een essentieel element van onze levenskwaliteit.

Hoe kunnen we het koopkrachtvraagstuk objectief benaderen?

Dat kan op twee verschillende niveaus. We kunnen de ontwikkeling van het inkomen en de uitgaven van een persoon of categorie van personen bekijken. Daar valt wat voor te zeggen, want zowel de evolutie van het inkomen als het consumptiepatroon verschilt van persoon tot persoon. Er zijn dus evenveel wijzigingen van de koopkracht als dat er mensen zijn. 

Maar deze aanpak schetst geen helder beeld van de algemene evolutie. Een andere benadering is dan ook om de koopkracht op macro-economisch niveau te bekijken. Daarvoor vergelijken we de evolutie van het besteedbare inkomen van de huishoudens met die van de prijzen, wat niets anders is dan de evolutie van het reële besteed baar inkomen. Om rekening te houden met schommelingen in de bevolkingsgroei, kunnen we het reële besteedbare inkomen ook delen door de bevolking. Dat is wat wij in deze beknopte oefening doen voor de periode 2000-2020 in een reeks landen van de Europese Unie.

"Op macro-economisch niveau is een mogelijke definitie het reële besteedbare inkomen per hoofd van de bevolking."
Groei van de koopkracht tussen 2000 en 2020

Groei van de koopkracht tussen 2000 en 2020

De grafiek toont de evolutie van de koopkracht tussen 2000-2020, rekening houdend met alle hiervoor beschreven elementen.

Volgens de definitie ‘reëel besteedbaar inkomen per hoofd van de bevolking’ is in slechts twee landen – Griekenland en Italië – de koopkracht gedaald.. Over de hele eurozone bekeken is de koopkracht tussen 2000 en 2020 met 16% toegenomen. België zit juist op dit gemiddeld niveau .

Een kwestie van perceptie

Koopkracht is echter ook een kwestie van perceptie. In dat verband is een onderzoek van de ontwikkeling op lange termijn mogelijk weinig relevant want de burger vergelijkt zijn situatie met de afgelopen jaren of zelfs met de laatste maanden en niet over een zeer lange tijdspanne. Zo is de koopkracht tussen 2010 en 2020 met slechts 6,0% gestegen in België. In een nog recentere periode is de situatie zeker nog moeilijker. De aanzienlijke inflatiegolf die we sinds medio 2021 meemaken, is immers nog niet volledig gecompenseerd door een stijging van het beschikbare inkomen van de huishoudens, zodat er in de meeste landen waarschijnlijk sprake is van een verslechtering van de koopkracht.

Voor de volledigheid moeten we hieraan toevoegen dat bovenstaande cijfers betrekking hebben op de ontwikkeling van de koopkracht en niets zeggen over verschillen tussen de landen op het vlak van levensstandaard. Ook al is de koopkracht over de beschouwde periode veel sterker gestegen in Polen dan in Frankrijk of België, de levensstandaard van Fransen en Belgen is nog altijd hoger dan die van Polen.

Conclusie

Discussies over de koopkracht kunnen dus een bron van frustratie zijn. Hoewel dat op lange termijn bekeken of in termen van levensstandaard niet gestaafd wordt door de cijfers, wakkert de perceptie dat de koopkracht de afgelopen tien jaar te weinig is gestegen of zelfs is afgekalfd over de laatste 12 maanden, die frustratie aan. Op welke manier daar wat aan kan worden gedaan, wordt waarschijnlijk een belangrijk economisch thema bij de volgende verkiezingen in Europese landen.

Meer lezen?