Duurzaamheid

10 juli 2019

Hoe beslist ING welke fondsen duurzaam en verantwoord zijn?

Om snel inzicht te bieden of een belegging duurzaam en verantwoord is, hebben we bij de Investment Office van ING de ‘niet-financiële indicator’ (Nfi) ontwikkeld.

Met de Nfi worden beleggingsfondsen getoetst op hun beleid en hun prestaties op het gebied van duurzaamheid. De Nfi-waarde toont aan hoe een beleggingsfonds scoort qua duurzaamheidsbeleid ten opzichte van vergelijkbare andere fondsen. Een beleggingsfonds met een hoge Nfi-score (+ of ++) onderscheidt zich positief door de mate van verantwoordelijkheid die het neemt op diverse duurzaamheidsaspecten. Denk bijvoorbeeld aan het stembeleid van asset managers op aandeelhoudersvergaderingen als het gaat om thema’s als mens, milieu en maatschappij.

De niet financiële indicator of NFI: uitleg van het scorebord

De vijf Nfi-scores zijn --, -, =, + en ++

  • Nfi ++ behoort tot de beste 10%
  • Nfi + behoort tot de beste 30%
  • Nfi = beter dan gemiddeld (beste 50%)
  • Nfi – lager dan gemiddeld (uitgesloten van duurzaam universum ING)
  • Nfi - - behoort tot de slechtste 10% (ook uitgesloten)

We leggen graag uit hoe we de Nfi-score van beleggingsfondsen berekenen. En wanneer een beleggingsfonds volgens onze normen ‘duurzaam’ is en wanneer niet.


De Nfi-score van een beleggingsfonds stellen we vast via een enquête. Om de Nfi-score (- -, -, =, + of ++) van een fonds te bepalen, leggen we de beheerder van het beleggingsfonds eerst een vragenlijst voor. Via gerichte vragen brengen we in kaart hoe het fonds, maar ook het bedrijf daarachter (het fondshuis of de asset manager), duurzaamheid in zijn beleid verwerkt. De vragenlijst (zie kader) bevat 103 vragen in tien categorieën op het terrein van duurzaam beleggen: van het selectieproces tot controversiële wapens. De antwoorden zetten we om in puntenscores. Daarna vergelijken we het totaal van de punten met de eindscores van andere beleggingsfondsen waarvan we de vragenlijsten verwerkten. 


Per categorie stellen we de fondsmanagers dus een aantal vragen. Voor de categorie ‘verantwoord beleggingsbeleid’ willen we bijvoorbeeld weten of het fonds zijn beleid formeel vastgelegd heeft, wie daar verantwoordelijk voor is, of erover gepubliceerd wordt en of de documentatie daarover ook voor alle beleggers toegankelijk is. Met de antwoorden op deze vragen krijgen we een eerste inzicht in de wijze waarop het fonds vorm geeft aan duurzaam en verantwoord beleggen.


Na de kwantitatieve toetsing via de vragenlijst volgt eventueel de kwalitatieve, die een stap verder gaat. Omdat dit tweede selectieproces tijdrovend is, beoordelen we daarbij alleen die fondsen, waarvan we verwachten dat zij een goede aanvulling zijn voor ING Sustainable. We analyseren dan uitgebreid de diverse beleidsdocumenten van het fonds(huis) op het gebied van duurzaam en verantwoord beleggen en gaan persoonlijk in gesprek met de fondsbeheerder(s) en het management van het fondshuis om hun visie op duurzaam beleggen te horen.


De Nfi-beoordeling is relatief: de beoordeling (puntenscore) van de antwoorden leidt uiteindelijk tot een totaalscore voor een beleggingsfonds. Deze totaalscore vergelijken we met de eindscores van de andere fondsen op onze ‘masterlist’ met beleggingsfondsen. Als een fonds met zijn score bij de beste 10% hoort op het gebied van duurzaam en verantwoord beleggen, dan krijgt het de beoordeling Nfi ++.


Als een beleggingsfonds lager dan gemiddeld scoort en dus een negatieve Niet-financiële indicator krijgt (Nfi – of Nfi - -), komt het fonds niet in aanmerking voor opname in ING Sustainable. Toch betekent een negatieve Nfi niet automatisch dat het beleggingsfonds maatschappelijk onverantwoord handelt. De kwalificatie betekent wel dat het fonds volgens onze analyse in vergelijking met andere beleggingsfondsen een minder of slecht beleid heeft op het gebied van duurzaam en verantwoord beleggen. We houden bij de beoordeling rekening met de beleggingscategorie(ën) waarin een fonds belegt.


Naast de duurzaamheidstest van de fondsen beoordelen we bij de Investment Office ook de activa (aandelen en obligaties) binnen de fondsen uitgebreid op hun duurzaamheid. 

De ING-vragenlijst omtrent duurzaamheid

  • Verantwoord beleggingsbeleid (formele uitgangspunten). Heeft het fonds zijn duurzaam-beleggingsbeleid gedocumenteerd?

  • Bedrijfsinitiatieven op het gebied van duurzaam en verantwoord beleggen. Heeft het fonds(huis) zich bijvoorbeeld verbonden aan de VN-principes voor verantwoord beleggen (United Nations Principles of Responsible Investors, UNPRI)? 

  • Beleid met betrekking tot het stemmen op jaarvergaderingen.

  • Beleid aangaande ‘engagement’ (dialoog aangaan met ondernemingen om die te beïnvloeden).

  • Uitsluiting op specifieke bedrijfsactiviteiten (zoals tabak of steenkool). 

  • Uitsluiting van bedrijven met controversieel gedrag (zoals omkoping, milieudelicten).

  • Selectiemethoden (bijvoorbeeld ‘best-in-class’: de uitblinkers als norm stellen).

  • Betrekking van duurzaamheidsgegevens in het selectieproces van beleggingen.

  • De corporate governance van het fonds, zoals aangaande de beloning of ‘securitieslending’ (het tegen betaling tijdelijk uitlenen van effecten).

  • Beleid ten aanzien van controversiële wapens (zoals clustermunitie).